Studie- en werkstad Rotterdam ook populair buiten de regio.

Inwoners van de randgemeenten zijn sterk op Rotterdam gericht. Maar de stad heeft ook aantrekkingskracht op werkenden en studenten uit een groot deel van Nederland.

Nederlanders brengen het grootste gedeelte van hun tijd door in hun woning. Wanneer zij eropuit trekken, bijvoorbeeld voor werk, opleiding, boodschappen en recreatie, leggen zij daar – voor Nederlandse begrippen – regelmatig stevige afstanden voor af. Hoewel het grootste deel van die activiteiten nog steeds binnen de gemeentegrenzen plaatsvindt, beperkt ons dagelijkse leven zich dus beslist niet tot de directe omgeving van onze woonplaats.

Het speelt zich af in zogenoemde ‘daily urban systems’. Vaak bestaat een daily urban system uit een (middel)grote stad die fungeert als het centrum van werk en voorzieningen en een aantal omliggende gemeenten die sterk op deze centrale kern zijn georiënteerd en voor hun inwoners vooral een woonfunctie vervullen. Om te bepalen welke gemeenten samen een daily urban system vormen, zijn gegevens nodig over de ‘stromen’ tussen gemeenten op het gebied van dagelijkse activiteiten. Een voor de hand liggend voorbeeld daarvan zijn pendelstromen, of woon-werkverkeer, die het CBS in kaart brengt. Daarnaast zijn gegevens beschikbaar over detailhandelsbestedingen (Rabobank), vrijetijdsbestedingen (Rabobank), doorstroming naar het voortgezet onderwijs (DUO) en verhuisstromen (CBS).

Deze vijf stromen geven inzicht in de oriëntatie van de inwoners van een gemeente. Om daily urban systems te definiëren, benoemen we op basis van de stromen eerst voor elke activiteit de centrale kernen. Een gemeente is een kern als haar inwoners niet sterk op één bepaalde andere gemeente zijn gericht. Dat is doorgaans het geval in gemeenten met een fors aanbod van werkgelegenheid en voorzieningen. Vervolgens gaan we voor de andere gemeenten na op welke centrale kern zij vooral zijn georiënteerd.

Het daily urban system van Rotterdam

Rotterdam is voor elk van de vijf genoemde activiteiten een centrale kern. De gemeenten die op Rotterdam zijn gericht, verschillen echter per activiteit, althans voor een deel. Oftewel, het ommeland van Rotterdam verschilt per activiteit. In figuur 1 is voor Rotterdam en zijn omgeving het aantal activiteiten weergegeven waarvoor de inwoners van deze gemeenten vooral op Rotterdam zijn gericht.

Dat afstand (lees: reistijd) en aanbod (lees: alternatieven) hierbij bepalende factoren zijn, zien we duidelijk terug in de kaart. De inwoners van de meeste randgemeenten van Rotterdam zijn voor alle vijf de activiteiten vooral georiënteerd op Rotterdam. Het aanbod van voorzieningen in Rotterdam is groot en de stad is dichtbij. Als de reistijd groter wordt, neemt de oriëntatie op Rotterdam af. Het eiland Goeree-Overflakkee is bijvoorbeeld relatief geïsoleerd, waardoor de inwoners voor wat betreft winkel- en vrijetijdsbestedingen meer dan gemiddeld op hun eigen gemeente zijn gericht. Als het gaat om werk, verhuizingen en onderwijs, zijn zij wel sterk op Rotterdam georiënteerd.

Aan de noordkant van de stad ligt een duidelijke grens tussen het daily urban system van Rotterdam en dat van Den Haag. De inwoners van de lichtblauw gekleurde gemeenten zijn veel meer op Den Haag georiënteerd. Ook vanuit Drechtsteden richten veel mensen zich voor dagelijkse activiteiten op Rotterdam, maar door de betere verbinding met de rest van het land is die oriëntatie wel lager. De grens van het daily urban system van Rotterdam is aan die kant dan ook vager. Horen Papendrecht en Alblasserdam bijvoorbeeld wel of niet bij Rotterdam?

De grenzen van een daily urban system zijn dus lang niet altijd eenduidig. Bovendien wijst de systematiek gemeenten per activiteit toe aan de daily urban systems van de centrale kernen, maar zijn de patronen van interactie in werkelijkheid veel diffuser. Dit komt onder meer doordat de dichtheid van banen, mensen en voorzieningen in Nederland hoog is, terwijl de banen, mensen en voorzieningen tegelijkertijd sterk verspreid zijn over veel centrale kernen. De meeste gebieden in Nederland zijn goed bereikbaar, waardoor mensen veel keuze hebben als het gaat om hun woon-, werk- en winkelplaats. Ter illustratie: Krimpenerwaard hoort wat betreft woon-werkverkeer weliswaar tot de centrale kern Gouda, maar een groot gedeelte van de bevolking werkt in Rotterdam (zie figuur 1).

Figuur 1: Het daily urban system van Rotterdam
Bron: CBS, DUO, Rabobank

Werkstad Rotterdam

Wanneer we gemeenten niet toewijzen aan een centrale kern, maar enkel berekenen welk deel van de werkzame bevolking is georiënteerd op Rotterdam, geeft dat een indicatie van de aantrekkelijkheid van Rotterdam als werkstad. Het verzorgingsgebied van Rotterdam is dan veel groter. Uiteraard is die aantrekkingskracht het grootst op de inwoners uit de omliggende gemeenten, maar ook vanuit het uiterste puntje van Zeeland pendelen dagelijks veel mensen naar Rotterdam (zie figuur 2). De reikwijdte richting het noorden is kleiner doordat de beschikbaarheid van werkgelegenheid (en de concurrentie van andere centrale kernen) daar groter is.

Figuur 2: Aantrekkingskracht van Rotterdam als werkstad
Bron: CBS

Studiestad Rotterdam

Hoewel doorstroming naar hoger onderwijs niet gebruikt wordt voor de definiëring van de daily urban systems, zijn deze gegevens ook interessant. Het percentage van de startende studenten dat kiest voor Rotterdam is immers een indicatie voor de aantrekkelijkheid van Rotterdam als studiestad. Dit is weergegeven in figuur 4. Het grootste deel studeert, al dan niet financieel gedwongen, dicht bij huis. Maar hoewel studenten uit de meeste Noord-Hollandse gemeenten voor Amsterdam kiezen, valt wel op dat Rotterdam een flinke aantrekkingskracht heeft op studenten uit de noordelijke helft van die provincie. Figuur 3 bevestigt dit beeld. Er kiezen relatief meer Noord-Hollandse studenten voor Rotterdam dan Zuid-Hollandse studenten voor Amsterdam.

Kennis over daily urban systems is relevant voor beleidsmakers. Omdat economische en sociale activiteiten zich niet houden aan gemeentegrenzen, is het van belang dat gemeenten samenwerken. Kennis over interactie tussen gemeenten geeft aan voor welke onderwerpen en met welke gemeenten die samenwerking belangrijk is. Daarnaast geven de uitkomsten een indruk van de aantrekkelijkheid van Rotterdam als woon-, werk-, studie-, winkel- en vrije tijdstad. Dan blijkt dat Rotterdam voor wat betreft werk en vooral studie een grote aantrekkingskracht heeft op een groot deel van Nederland.

Figuur 3: Keuze voor Rotterdam en Amsterdam als studiestad
Figuur 4: Aantrekkingskracht van Rotterdam als studiestad
Terug naar boven

Bekijk meer cijfers

Bekijk het EVR dashboard