Sociaal ondernemers moeten het zelf doen.

Er is in Rotterdam behoefte aan sociaal ondernemerschap, maar de gemeente moet geen sturende rol op zich nemen. Het is vooral aan de ondernemers om de kansen te benutten.

De overheid bezuinigt op het sociaal domein. In dit gat springen, ook in Rotterdam, sociaal ondernemers. Zij combineren op het snijvlak van overheid, markt en samenleving een sociale doelstelling met een commercieel bedrijfsmodel en creëren zodoende aan de randen van het publieke domein maatschappelijke meerwaarde.

De sector van de sociale ondernemingen is nog klein, maar groeit snel. Zo steeg de werkgelegenheid bij sociale ondernemingen in heel Nederland tussen 2013 en 2015 met 36% en groeide de omzet met 24%. Dat blijkt uit de Social Enterprise Monitor van 2016. Beide percentages liggen significant hoger dan bij het reguliere midden- en kleinbedrijf.

Sociaal en winstgericht

De verwachtingen over de maatschappelijk impact van sociale ondernemingen zijn hooggespannen, maar kunnen de ondernemers deze ook waarmaken? Sociaal ondernemerschap is lastig te definiëren. Dit komt door het hybride karakter: sociaal ondernemers zijn sociaal én ondernemend. Zo vertonen sociale ondernemingen enerzijds kenmerken van maatschappelijke organisaties, maar ze zijn anderzijds óók op de markt actief. Sociale ondernemingen hebben allemaal een band met de overheid: zij proberen ook bij te dragen aan het algemeen belang en zoeken daarom publieke financiering op.

De praktijk in Rotterdam

Hun hybride karakter levert een aantal voordelen en risico’s op. Wij hebben twintig sociale ondernemingen in Rotterdam in kaart gebracht en onderzocht hoe deze sociaal ondernemers hun hybride karakter ervaren en wat deze hybriditeit betekent voor hun organisatie, dienstverlening en hun relatie met de gemeente. Ons onderzoek toont aan dat sociaal ondernemers hun hybride karakter als noodzakelijke voorwaarde zien om innovatie en synergie te kunnen creëren. Het combineren van verschillende geldstromen helpt hen bij de financiering van hun activiteiten. Meerwaarde ontstaat ook door sociale en ondernemende activiteiten te mengen, bijvoorbeeld door ex-delinquenten te helpen bij hun re-integratie door hen mee te laten draaien in een commercieel bedrijf.

Maar hybriden zijn altijd verdacht: kan je überhaupt sociaal én ondernemend zijn? Of ben je je toch vooral over de rug van anderen aan het verrijken? Wat de meerwaarde is van sociaal ondernemers is vaak moeilijk uit te leggen vanwege de ambiguïteit en complexiteit van dat begrip. Ook zijn veel sociale ondernemingen nog in opbouw, waardoor het maatschappelijk resultaat van hun inspanningen zich nog aan het manifesteren is. Dat maakt het lastig om daar de aandacht op te vestigen. Mede daarom ervaren veel sociaal ondernemers een gebrek aan waardering en erkenning voor wat zij doen, met name door de gemeente. Veel sociaal ondernemers die we gesproken hebben, zijn nog maar net gestart met hun onderneming en zouden de gemeente graag als launching customer aan boord halen, maar dat kan natuurlijk niet altijd. Ook geven veel sociaal ondernemers aan dat het combineren van een sociale en een ondernemende logica vaak moeilijk is. Hoe voorkom je dat een daarvan overheersend wordt? Vaak moeten sociaal ondernemers ook klussen aannemen die vooral economisch interessant zijn, om de continuïteit van de onderneming te kunnen waarborgen. Ook dat kan er toe leiden dat sociale doelstellingen in de verdrukking komen.

Concrete onderzoeksresultaten

Is Rotterdam aantrekkelijk voor nieuwe vormen van ondernemerschap, met name sociaal ondernemerschap? Op basis van ons onderzoek, is daar het volgende over te zeggen:

  • Ook in Rotterdam zien we toegenomen aandacht voor sociaal ondernemerschap. Of dat ook neerslaat in een groei aan sociale ondernemingen, is echter lastig te zeggen. Het veld van sociaal ondernemers in Rotterdam is divers en gefragmenteerd.
  • Rotterdam is in ieder geval aantrekkelijk voor sociaal ondernemers, omdat zich in een grote stad per definitie vraagstukken voordoen waar zij op een ondernemende en innovatieve manier op in kunnen spelen.
  • De gemeente heeft de behoefte aan sociaal ondernemerschap herkend en een Actieplan Sociaal Ondernemen opgesteld, waarin zij zegt: ‘De maatschappelijke doelstellingen van sociale ondernemingen komen vaak overeen met doelstellingen en plannen van de gemeente Rotterdam. Hier komt bij dat Rotterdam profiteert van de inventiviteit van de ondernemer en van de financiële zelfstandigheid van de onderneming. Het is bovendien een sector in opkomst. Dit rechtvaardigt een facilitair, flankerend beleid dat is gericht op stimulansen en het wegnemen van belemmeringen.’
  • Het actieplan geeft, los nog van de inhoud, aan dat de gemeente stil heeft gestaan bij de opkomst van sociaal ondernemerschap en er over heeft nagedacht hoe zij zich daar op een productieve manier toe kan verhouden. Dat is zowel strategisch als maatschappelijk belangrijk.
  • Maar dat betekent niet dat de gemeente te veel boven op deze ontwikkelingen moet gaan zitten. Dat zou de aantrekkelijkheid van Rotterdam voor sociaal ondernemerschap niet goed doen. Als overheid moet je op de hoogte zijn van wat er in de maatschappij gebeurt en helpen en ondersteunen waar dat kan. Maar je moet je er ook weer niet te veel mee willen bemoeien. Integendeel, laat het vooral zijn gang gaan. Zorg er wel voor dat je kunt voldoen aan vragen die voortkomen uit al dat maatschappelijk initiatief.
  • Om Rotterdam aantrekkelijker te maken voor diverse vormen van sociaal ondernemerschap, is vooral inspanning nodig van sociaal ondernemers zelf. Dat heeft met name te maken met hun hybride karakter. Hybriditeit is essentieel voor het succes van sociaal ondernemerschap, maar maakt ook dat het allesbehalve makkelijk is. Steeds moet je opnieuw uitleggen wat je doet en je koers weer bepalen, terwijl er aan alle kanten aan je wordt getrokken. Als dat lukt, komen heel erg mooie dingen tot stand. Maar je moet er wel voor vechten.
  • Dat vraagt van sociaal ondernemers zich bewust te zijn van hun hybride positie en van de ambiguïteit die er aan vasthangt. Dat vergt reflectie op wat je doet en waarom en het ontwikkelen van een overtuigend en goed onderbouwd narratief, waarin vooral de maatschappelijke meerwaarde van het gekozen bedrijfsmodel wordt belicht. Als sociaal ondernemer moet je kunnen laten zien dat je niet alleen een sociaal hart hebt, maar ook een ondernemend brein. Goede contacten bij de gemeente zijn noodzakelijk. Sociaal ondernemers moeten zich zelf professionaliseren, alsook hun verantwoording naar alle betrokken stakeholders.
Terug naar boven

Bekijk meer cijfers

Bekijk het EVR dashboard