De creatieve klasse is een banenmotor.

Creatievelingen voelen zich thuis in een aantrekkelijke stad met hoogwaardige voorzieningen. Hun aanwezigheid leidt tot een sterke banengroei, ook in Rotterdam.

De Amerikaanse socioloog Richard Florida werd in 2002 beroemd met zijn boek The rise of the creative class. Daarin betoogde hij dat de ‘creatieve klasse’ een belangrijke drijvende kracht vormt achter de economische groei van steden. Maar Florida komt daar nu van terug. In zijn nieuwste boek The new urban crisis vertelt hij dat vooral de creatieve klasse zelf profijt heeft, een volgens hem beperkte groep in de samenleving. De ongelijkheid in creatieve steden is juist toegenomen.

Maar steden en hun sorterende werking op bedrijvigheid en bevolking zijn veel complexer dan vaak gedacht. Een probleem met het testen van de creativiteitshypothese voor groei in steden was altijd de causaliteit: creativiteit bevordert groei, maar groeiende steden trekken meer creativiteit aan. Kip en ei. We onderzoeken de relatie tussen creativiteit en groei in Nederland, en specifiek in Rijnmond, waarbij we die wederzijdse afhankelijkheid adresseren. Daarbij maken we gebruik van een consistente dataset, die van 1999 tot 2016 voor veertig arbeidsmarktgebieden (waaronder Rijnmond) de banengroei voor gedetailleerde sectoren relateert aan verschillende definities van creativiteit.

Wat is onderzocht?

Onder de creatieve industrie vallen sectoren als media, reclame en architectuur. Maar van Florida leerden we juist dat creativiteit in alle beroepsgroepen kan zitten, ongeacht de sector waarin mensen actief zijn (de creatieve klasse) – van zelfstandigen zonder personeel tot multinationals en wetenschap. Florida zelf hanteert daarom een brede definitie waaronder de helft van de beroepsbevolking valt (hoezo een ‘beperkte groep in de samenleving’?), maar anderen verfijnen dat tot 15%.

Concentraties van creatieve klasse en industrie relateren we aan banengroei, gecontroleerd voor andere factoren die impact hebben op werkgelegenheid zoals regionale mogelijkheden tot structuurverandering, gemiddeld opleidingsniveau, inkomen, bevolkingsgroei, voorzieningen (‘amenities’), bereikbaarheid, lonen (vaak vereenzelvigd met productiviteit), en aanbod van kantoor- en productieruimte. We controleren specifiek voor de wederzijdse afhankelijkheid (groei trekt creatieve banen aan), zodat we alleen de relatie tussen creativiteit en banengroei overhouden. Dat doen we door een zogenaamde instrumentele variabele analyse, waarbij de nationale groei in sectoren voorafgaand aan de analysejaren als exogeen voor de regiospecifieke groei in creatieve sectoren en klassen wordt beschouwd. De creatieve industrie wordt gemeten in de werkregio, de creatieve klasse in de woon- of de werkregio.

Creativiteit en banengroei in Nederlandse regio’s

Tabel 1 vat de belangrijkste uitkomsten van de analyses over alle veertig regio’s in Nederland samen voor de creatieve industrie respectievelijk de creatieve klasse. De aanwezigheid van deze twee type banen in de regio’s (specialisatie) is gerelateerd aan de groei van de banen in de twee categorieën per regio, de groei van de totale werkgelegenheid in regio’s en de banengroei in regio’s gecontroleerd voor de wederzijdse afhankelijkheid (gemerkt met * in de tabel). Als belangrijkste conclusies komen naar voren:

  1. Voorzieningen zijn belangrijk voor de aanwezigheid van zowel de creatieve industrie als de creatieve klasse, maar niet zozeer voor de groei van banen. Creatieve industrie en klasse zijn op hun beurt wel weer bepalend voor banengroei (zie conclusies 4 en 5).
  2. Het opleidingsniveau van de beroepsbevolking is de meest consistente en prominente voorspeller van banengroei, in creatieve sectoren/klassen en het totaal.
  3. De mate waarin regio’s in staat zijn zich aan te passen aan nieuwe sectorale specialisaties (potenties tot structuurverandering) heeft veel impact op de banengroei.
  4. De aanwezigheid van banen in de creatieve industrie leidt tot banengroei in het algemeen in de regio’s, gecontroleerd voor het omgekeerde effect (de rode ++ in kolom 4 van de tabel).
  5. De aanwezigheid van banen in de creatieve klasse leidt tot banengroei in het algemeen, gecontroleerd voor het omgekeerde effect (de rode ++ in kolom 8 van de tabel).
Tabel 1: Banengroei statistisch verklaard uit creatieve industrie en –klasse voor Nederlandse regio’s

Creatieve groeikansen voor Rotterdam

Voor een lange periode blijken de creatieve industrie en creatieve klasse dus significant bij te dragen aan banengroei in Nederlandse regio’s – niet in het minst in de tweede regio van het land: Rijnmond. Figuur 1 laat zien dat de Rotterdamse regio (aangegeven in rood) zich qua aanwezigheid van creativiteit en banengroei nabij de nationale trendlijn bevindt. Regio’s die uitzonderlijk boven deze lijn scoren zijn Amsterdam, Utrecht en Hilversum. Hoewel de creatieve industrie maar 3% tot 4% inneemt van de sectorstructuur in Nederlandse regio’s, kent ze wel een structureel hoger groeipercentage door de tijd (+4% per jaar) dan andere sectoren. De creatieve klasse, in definitie variërend van 15% tot 50% van de totale beroepsbevolking, beweegt sterk conform de gemiddelde regionale banengroei.

Het vliegwiel van amenities en een aantrekkelijke stad leidend tot het thuis voelen van creatieve industrie/klasse en daardoor tot banengroei, draagt dus ook in Rotterdam bij aan de economische banendynamiek. Beleid gericht op creativiteit en haar (letterlijke) inbedding in de stad is daarom belangrijk. De faciliterende werking van economische structuurverandering (flexibel openstaan voor nieuwe markttoepassingen) en het opleidingsniveau van de beroepsbevolking zijn hiervoor wel cruciaal – belangrijke aandachtspunten ook voor de Rijnmondse economie en hoe die doorwerken in de regionale gesegmenteerde arbeidsmarkt.

Richard Florida heeft met zijn recente stellingname te snel afstand genomen van creativiteit als stedelijke bron van groei. Zijn waarschuwing voor de nadelige gevolgen van ongelijkheid wordt door velen gedeeld en moet niet uit het oog worden verloren, maar de stimulerende werking van creativiteit dus ook niet! (zie figuur 1).

Figuur 1: Creativiteit vis-à-vis banengroei en de positie van Rijnmond (rood)
Download origineel
Terug naar boven

Bekijk meer cijfers

Bekijk het EVR dashboard