Houdbaarheidsdatum van een diploma daalt.

De arbeidsmarkt verandert in hoog tempo door technologische ontwikkelingen. Veel banen verdwijnen, maar er komen ook nieuwe voor in de plaats. Dit vraagt om aanpassingsvermogen van werknemers, bedrijven en onderwijsinstellingen.

Er is sprake van een toenemende polarisering op de arbeidsmarkt. De opbouw van alle banen in Nederland laat zich tot nu toe het beste tekenen als een omgekeerde U: een grote middenklasse. Maar voor het eerst in de geschiedenis zien we nu dat deze omgekeerde U langzaam maar zeker inzakt en doorbuigt naar een normale U. Met aan de linkerkant een groot aantal laagbetaalde banen en aan de rechterkant de hoogbetaalde banen.

Deze beweging zien we in de eerste drie kwartalen van 2017 terug in de regio Rijnmond, waar 54,3% van de vacatures minimaal hbo-niveau vraagt. Het aantal middelbaar betaalde banen daalt. Dat zijn de banen die veel routineuze taken bevatten en dus gemakkelijk te automatiseren zijn. Wat overblijft zijn banen met veel verschillende handmatige precisiehandelingen aan de linkerkant (bijvoorbeeld met een groot dienblad door een drukke nachtclub lopen) en aan de rechterkant banen met een takenpakket waarin veel verschillende cognitieve vaardigheden nodig zijn (bijvoorbeeld een docent). De vraag is welk deel van het midden de stap kan maken naar de rechterpoot en wie veroordeeld is tot de linker. De vraag is ook of de middelbaar opgeleiden de laagverdiener gaan verdringen en of we genoeg mensen hebben om de rechterpoot te vullen. Dit is zeker in Rijnmond belangrijk, omdat de regio met 61,9% een relatief lage arbeidsmarktparticipatie heeft.

Je leven lang leren

Met de automatisering van routinetaken doen IT en techniek hun intrede in ieder bedrijf en onstaat er ook veel nieuwe banen, niet alleen voor hoger opgeleiden maar ook voor lager opgeleiden. Onderzoek wijst uit dat elke nieuwe STEM-baan (een baan in science, technology, engineering of mathematics) kan zorgen voor 2,5 tot 4,4 andere banen op de regionale arbeidsmarkt. In aanvulling op de traditionele interventies aan de onderkant van de arbeidsmarkt heeft het dus zin om ook innovatie en werkgelegenheid aan de bovenkant van de arbeidsmarkt te stimuleren. Daarnaast ontstaan er ook nieuwe flexibiliteit en arbeidsmobiliteit doordat IT een gemene deler wordt. Een pakketbezorger van DHL, een boer in Nissewaard en een beveiliger van Securitas zijn straks misschien wel alle drie dronevlieger. Dan rijst direct de vraag: hoe en waarvoor gaan we opleiden?

Juist in de technologie gaan de veranderingen snel. De houdbaarheidsdatum van curricula daalt in rap tempo. Zo vroeg Zadkine (mbo scholengemeenschap) zich ook al af: hoe gaan we naar een diploma met waarde? Als we dus meer investeren in technisch onderwijs of techniek in bestaande onderwijsprogramma’s, hoe weten we dan dat we voor de juiste vaardigheden opleiden? Dat vraagt tenminste om een continue doelmatigheidstoets met de markt en misschien wel om een omslag naar volledig modulair opleiden. Daarbij zou het eindresultaat van een opleiding niet (alleen) een diploma moeten zijn, maar een gedetailleerd inzicht in de kennis, vaardigheden en arbeidsmarktwaarde van een student. Zo is een diploma straks geen eindpunt, maar een beginpunt van een leven lang blijven ontwikkelen.

De Rotterdam University of Applied Sciences zoekt in het opleiden van studenten al heel actief de samenwerking op met het regionale bedrijfsleven. Opdrachtgevers delen hun praktijkuitdaging met de studenten en begeleiden hen mede bij de oplossing. Dat is een goed voorbeeld en daar moeten we nog sterker op inzetten. Het zorgt namelijk voor het noodzakelijke vervagen van de grens tussen leren en werken en vergroot de binding tussen studenten en de regio.

Kan iedereen mee?

Verandering is de enige constante. Organisaties moeten dus werken aan hun veranderingsvermogen. Het gaat hier niet om een eenmalige verandering, maar om een continu proces van verandering. Het drie-fasen-leven (leren-werken-pensioen) bestaat niet meer. Dit vraagt veel van ons als mens. Waar de voortdurende noodzaak tot verandering nu misschien tot angst en onzekerheid leidt, moeten we naar een situatie waarin mensen durven vertrouwen op hun eigen aanpassingsvermogen.

Een groot deel van de infrastructuren die onder de arbeidsmarkt liggen, zoals opleidingsinstituten, de belastingdienst en sociale zekerheid, faciliteert mensen nog niet optimaal in hun veranderingsvermogen. Dat is ook niet raar. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de zekerheid van mensen sterk verbonden aan het vaste contract, maar daarmee hebben we de zekerheid van mensen feitelijk buiten henzelf neergelegd, door het op papier te zetten: een schijnzekerheid. We moeten op zoek naar moderne manieren om zekerheid te bieden aan mensen, om het hen mogelijk te maken te leren, werken, uitrusten, te zorgen en om makkelijk tussen deze activiteiten te schakelen. De nadelen van het organiseren van de benodigde flexibiliteit voor organisaties mogen niet alleen op het conto van de werkende komen.

We moeten het makkelijk maken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om de opstap weer te maken. Het is voor hen als springen op een rijdende trein. En dan zijn er ook nog veel oudere werknemers, een cohort van onze beroepsbevolking dat nog wél gewend is om lange tijd hetzelfde beroep uit te voeren en dat er nu achter komt dat dit niet langer mogelijk is. Ze realiseren zich dat hun baan in krap tien jaar tijd totaal is veranderd.

Dan rest de zorg die door veel werkenden herkend wordt en ook in het Verhaal van de stad (www.hetverhaalvandestad.nl)naar voren komt: de angst dat banen verdwijnen. Nu hebben wij nieuws. Die zorg is terecht: elke baan verdwijnt, ooit. 99% van de banen van vandaag bestond vroeger nog niet. Dus hier moeten we niet panisch over doen. Ook in de Rotterdamse haven bestond er eerder angst voor automatisering van taken, maar vandaag de dag voorzien de haven en daaraan verbonden bedrijven meer mensen dan ooit in hun inkomen. We moeten zorgen dat iedereen de belangrijke technologische ontwikkelingen kent, zich ervoor interesseert en zich een beeld vormt van hoe deze ontwikkelingen hun baan, organisatie en sector gaan veranderen. Hier moeten de stad en de organisaties samen de werkende in faciliteren, zodat deze tijd heeft om te leren, zich aan te passen.

Terug naar boven

Bekijk meer cijfers

Bekijk het EVR dashboard