Aantrekkelijke stad, aantrekkelijke universiteit?.

De Erasmus Universiteit maakt een relatief sterke groei door. Dat is gunstig voor Rotterdam, want veel studenten blijven na hun studie wonen en werken in de stad.

De aanwezigheid van studenten en hoger opgeleiden heeft een positief effect op een stad en de lokale economie. Om een beeld te krijgen van de aantrekkelijkheid van de Erasmus Universiteit en de betekenis daarvan voor Rotterdam, kijken we naar de ontwikkeling van het marktaandeel van de universiteit en het vestigingsgedrag van afgestudeerden na hun studie.

Tweede universiteit

Het opleidingsaanbod van de Erasmus Universiteit is in vergelijking met de andere Nederlandse universiteiten beperkt. Desondanks is het marktaandeel van de universiteit van 11,1% in 2016 op basis van nieuwe inschrijvingen aanzienlijk. De Erasmus Universiteit is daarmee de tweede universiteit van Nederland. Figuur 1 laat zien dat dit marktaandeel duidelijk is gestegen. In 2010 stond de Erasmus Universiteit nog op de vijfde plek. Deze toename wordt vooral veroorzaakt door de stijging van het marktaandeel in de masterfase. Voor de bachelorfase was de Erasmus Universiteit in 2016 de vierde universiteit met een marktaandeel van 10,1% en voor de masterfase de tweede met een marktaandeel van 12,7%.

Tabel 1 geeft een overzicht van de bacheloropleidingen waarin de Erasmus Universiteit in 2016 de grootste van Nederland was. Daarin zien we twee belangrijke ontwikkelingen terug die bepalend zijn voor het marktaandeel van de universiteit als geheel. In de eerste plaats weet de universiteit het marktaandeel in de ‘traditionele’ Rotterdamse disciplines bij vrijwel alle opleidingen te consolideren of te vergroten. Daarbij geldt dat dit ook relatief grote opleidingen zijn. Daarnaast is de universiteit een aantal nieuwe opleidingen gestart zoals pedagogiek en Liberal Arts & Sciences, waarin het al vrij snel een belangrijke positie inneemt. Met name het succes van het Erasmus University College (liberal arts and sciences) is opmerkelijk. In 2010 moest de opleiding nog van start gaan, in het studiejaar 2016-2017 is ze met 185 nieuwe inschrijvingen de tweede van de vier university colleges in Nederland geworden (zie tabel 1).

Figuur1: Ontwikkeling marktaandeel EUR 2010-2016
Tabel 1: De ontwikkeling van de concurrentiepositie van de EUR(rangscore en totaal aantal universiteiten dat deze opleiding aanbiedt tussen haakjes)
Bron: VSNU/CBS (2016)
Tabel 2: Waar wonen en werken afgestudeerden van de Erasmus Universiteit?(afstudeerjaar 2013/2014)
Bron: Nationale alumni enquête (2015)

Belang voor de stad

Om iets te zeggen over de betekenis van de universiteit voor Rotterdam en de regio kijken we naar de percentages van de afgestudeerden aan de Erasmus Universiteit die in Rotterdam respectievelijk het Rijnmondgebied wonen en de percentages afgestudeerden die in Rotterdam respectievelijk het Rijnmondgebied werken. Dat hoger opgeleiden in de stad of de regio blijven wonen of werken is zowel uit economisch oogpunt (bestedingen, productiviteit) als uit sociaal-cultureel oogpunt van belang. Uit de cijfers (zie tabel 2) blijkt dat ongeveer eenderde in Rotterdam woont.

Iets meer dan 40% woont in de regio Rotterdam. Het percentage dat in de stad of de regio werkt is wat lager: ongeveer een kwart. De gegevens hebben betrekking op afgestudeerden uit 2013/14: het meetmoment is eind 2015.Tussen faculteiten bestaan duidelijke verschillen. Van de medisch afgestudeerden woont en werkt een relatief groot deel in Rotterdam of de regio Rotterdam. Bij de Rotterdam School of Management is dit juist relatief laag, terwijl dit opleidingen betreft die vanuit economisch oogpunt wel van betekenis zijn voor de lokale economie.

Universiteit voor ondernemers

Een belangrijke EUR-activiteit die niet uit dit overzicht naar voren komt, is het Erasmus Centre for Entrepreneurship (ECE). Dit centrum is juist sterk gericht op het vergroten van maatschappelijke meerwaarde, speciaal ook in de regio Rotterdam, en leidt mensen op tot ‘entrepreneur’ met behulp van de kennis en het netwerk van de Erasmus Universiteit.

Het gaat daarbij niet alleen om starters, maar ook om mensen met ondernemend gedrag binnen bestaande bedrijven en organisaties. Verder mikt ECE niet op ondernemerschap in het algemeen maar op ondernemerschap met een maatschappelijke impact, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Het gaat hierbij om innovatie, maar dan wel in de betekenis van het succesvol in de markt zetten van nieuwe producten en inzichten, zodat er daadwerkelijk meerwaarde wordt gecreëerd. ECE merkt dat er veel mensen zijn met goede ideeën, maar die van nature niet voldoende ondernemend zijn. Het doel is om juist die groep ondernemend gedrag bij te brengen.

De benadering die hierbij wordt gevolgd heeft veel overeenkomsten met de toepassing van wetenschappelijke kennis. Karakteristiek voor wetenschappelijke kennis is dat deze gevalideerd is. Daardoor mag men verwachten dat beleidsaanbevelingen op basis van die kennis een zekere garantie biedt voor het succes van beleid. Naar analogie hiervan leidt de aanpak van ECE tot zodanige gedragsverandering bij jonge ondernemers dat de kans op succes hoog is. De bedoeling is om de ECE-benadering steeds meer te integreren in de studie, om de gedragsverandering als het ware in het DNA van studenten te verankeren. Mede door de activiteiten van ECE neemt het percentage studenten dat een bedrijf opzet toe. In 2013/2014 was dit 9% en in 2015/2016 12%.

Ten slotte is de wisselwerking met de gemeente Rotterdam en het regionale bedrijfsleven vermeldenswaard. De innovatie die mede door ECE in de regio tot stand komt, heeft positieve gevolgen voor de regionale economie en is daar belangrijk voor gemeente en bedrijfsleven. Maar omgekeerd ondersteunen deze de activiteiten van ECE. Deze bijdrage laat zien dat de aantrekkingskracht van de Erasmus Universiteit de laatste jaren is gestegen. En omdat een aantrekkelijke stad een aantrekkelijke universiteit nodig heeft, is dat goed nieuws voor Rotterdam.

Terug naar boven

Bekijk meer cijfers

Bekijk het EVR dashboard