Nieuws 16 april 2021

Publieke investeringen en economische structuurveranderingen in stad en regio - Essay-bijdrage aan de EVR 2021

Essay-bijdrage aan de EVR 2021 – Frank van Oort, Walter Manshanden, Olaf Koops, Jeroen van Haaren

Inleiding en samenvatting

Zuid-Holland is een polycentrische regio, zowel in termen van verstedelijking en infrastructuur, als in termen van innovatie en groeipotentie. De kansen voor vernieuwing en extra groei blijken uit een recente analyse duidelijk aanwezig, maar gefragmenteerd belegd in universiteiten en kennisinstellingen, in enkele grote en veel kleine bedrijven, en vooral in het menselijk kapitaal van de 3,6 miljoen inwoners en 1,8 miljoen werknemers van de provincie. De Groeiagenda Zuid-Holland bundelt voor het eerst 11 kansrijke projecten en thema’s die gezamenlijk een breed palet aan investeringen vergen en potentieel zowel herstel, vernieuwing (na corona) als veerkracht en economische structuurversterking van de stedelijke economie met zich meebrengen. De agenda wordt ook door een groot aantal instanties en beleidsniveaus gedragen. Een schaalsprong van de economische groei is het gestelde doel. Maar dat gebeurt niet vanzelf – er is een sterk organiserend vermogen nodig om tussen de afzonderlijke projecten en thema’s, tussen de fysiek gefragmenteerde deelgebieden, en tussen publiek en privaat kapitaal en R&D, synergie en massa te laten ontstaan.

In het onderzoek “Effecten investeringsprojecten Groeiagenda Zuid-Holland” hebben we in opdracht van de MRDH en de gemeente Rotterdam gekeken hoe ook na corona structureel kan worden gebouwd aan een versterkte stedelijke en regionale economische structuur. De analyses in dit onderzoek wijzen op een kwaliteitsprobleem in de regio: ondanks een grote hoeveelheid publieke en private kapitaalgoederen per werknemer, vallen de ontwikkeling en toepassing van hoogwaardige technologie en gerelateerd menselijk kapitaal, en daarmee economische groei, tegen. De grote publieke R&D-bestedingen sluiten (nog) niet aantoonbaar aan bij groei in productiviteit en banen in het bedrijfsleven, en private R&D loopt achter bij de publieke. Het niveau van onderwijs is hoog, maar door weglek-effecten vindt talent vaak elders een betere match dan in de eigen regio. De arbeidsparticipatie is nog relatief laag, vooral in de grootstedelijke economieën van de regio. De Groeiagenda is hard nodig om ook deze aspecten structureel te verbeteren.

Een macro-economische productiefunctie analyse van de Groeiagenda

De door de stakeholders in de regio geformuleerde investeringsvoorstellen bouwen voort op de investeringsbehoeften in de regio in het licht van de doelstelling geformuleerd door de OECD in 2016 van 2-4% langjarige groei van het bruto regionaal product (brp). Dat houdt in dat de regio door de investeringen structureel sneller kan groeien door het benutten van synergie- en agglomeratievoordelen. Uit de 11 publieke investeringsplannen zijn de volgende drie substantiële pakketten gekozen die in de studie zijn doorgerekend: (1) Metropolitaan OV en Verstedelijking Zuidelijke Randstad’, kortweg MOVV; (2) Groenvermogen van de Nederlandse Economie en het Flagship Haven en Industrie in Rotterdam (vooral gericht op waterstof), en (3) Investeringen in publieke R&D.

Deze drie pakketten dekken een substantieel deel van de 11 plannen en hebben elk afzonderlijk een economisch effectstudie ondergaan. Als overkoepelende benadering is een analyse aan de hand van een regionale productiefunctie uitgevoerd met een bijzondere aandacht voor publiek kapitaal. Met zo’n analyse wordt de economische ontwikkeling van de regio (output) gerelateerd (toegerekend) aan de inputs van de economie: de productiefactoren. In dit project is een schatting gemaakt van de mate waarin de drie afzonderlijke pakketten bijdragen aan de beoogde economische (brp) groei, wat de randvoorwaarden zijn, en wat eventuele leemtes en aanvullingen zijn. De top-down productiefunctie analyse van structurele brp-toename wordt vervolgens gerelateerd aan de arbeidsmarkt en de bottom-up opgaven in de voorstellen.

De productiefunctie analyse van de economie laat zien dat Zuid-Holland zonder Groeiagenda een relatief tragere groei van de private kapitaalgoederenvoorraad kent. Dat dient versneld te worden door de Groeiagenda. De publieke kapitaalgoederenvoorraad in de regio ontwikkelt zich daarentegen positief, maar dit resulteert nog onvoldoende in een toename van de welvaart in termen van brp. Tevens is gebleken dat R&D in Nederland significant bijdraagt aan het bbp, maar in Zuid-Holland wordt dit (nog) niet waargenomen. Dat wordt mogelijk veroorzaakt door het geringe aandeel private R&D in Zuid-Holland, de nog niet bewerkstelligde samenhang in publieke R&D en weglek-effecten (investeringen in de regio komen buiten de regio tot economisch profijt). Regionale synergie en agglomeratie zijn dus sleutelwoorden voor een succesvolle Groeiagenda. Het blijkt voorts dat investeringen in menselijk kapitaal in de vorm van onderwijs en het bredere human capital fors bijdragen aan economische groei, ook in Zuid-Holland. Juist een grote inspanning op het gebied van human capital als aanvulling op de drie investeringspakketten is wenselijk. Na corona nog meer als daarvoor, omdat synergie en menselijk kapitaal cruciaal zijn voor de herstel en vernieuwingsagenda van Rotterdam en de regio[1].

De groeidoelstelling van de Groeiagenda sluit aan bij die van de OECD (2016) en houdt in dat het jaarlijkse groeicijfer van de regio versnelt, van 2 procent naar 3 procent per jaar (+1%). De belangrijkste conclusie is dat deze groeidoelstelling met de voorgenomen investeringen gerealiseerd kan worden. Van de beoogde extra gemiddelde jaarlijkse groei nemen investeringen in verstedelijking en infrastructuur 0,13 procentpunt voor haar rekening, investeringen in de groenagenda (waterstof toepassingen, o.a. in de haven van Rotterdam) tot 0,21 procentpunt, private R&D investeringen in kunstmatige intelligentie, quantum technologie en toepassingen, life-science en health en moderne productietechnieken tot 22 procentpunt, en investeringen in menselijk kapitaal (levenslang leren, scholing) tot 0,36 procentpunt. De omvang van de investeringen, positieve externe effecten (verbreding van de kennisbasis en synergie met productie, een hogere aantrekkelijkheid van de regio door hoogwaardige verstedelijking en talent (en daardoor minder weglek effecten), minder klimaatschade door hoogwaardig openbaar vervoer en door de voorgenomen ontwikkeling van een waterstof-cluster), en een productieve inpassing van het menselijke kapitaal, kunnen de bijdrage aan de extra jaarlijkse groei van het brp nog verhogen.

De regio sorteert voor op sleuteltechnologieën

In het project MOVV leidt de directe reistijdwinst tot een extra jaarlijkse groei van het brp van Zuid-Holland van 0,13 procent over de periode 2020-2050. Agglomeratiekracht, met synergie in wonen, werken, ontmoeten, leren en onderzoeken is noodzakelijk. De MedTech en life-science & health propositie zet hier het sterkst op in, met een samenballing van investeringen in werkplekken, startup faciliteiten, verblijfsplekken en woningbouw, zoals in de Smart Health Campus bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. De campussen van de universiteiten in Delft, Leiden en Rotterdam worden sowieso gezien als de brandpunten van kennisgedreven publieke investeringen, maar er zijn meer hotspots van private en publieke kennis in de regio. Een belangrijke aanbeveling is dan ook om een gericht gebiedsgericht beleid te ontwikkelen voor het geheel van deze locaties, waarbij voordelen van dichtheid zoveel mogelijk worden benut[2]. Ook de verbinding is belangrijk. Erasmus Medisch Centrum, TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam willen op het gebied van gezondheid hun bestaande samenwerking (convergentie) verder intensiveren door een ecosysteem te creëren[3]. In dit systeem kunnen toponderzoekers uit verschillende vakgebieden hun kennis, kunde en methodieken integreren om wetenschappelijke ontdekking en innovatie te versterken en te excelleren. Het doel van dit systeem is om de gezondheid te bevorderen, de gezondheidszorg te verbeteren en de talenten van de toekomst op te leiden. De huidige samenwerking heeft tot doel de convergentie van technologie, (bio) medische wetenschappen en gezondheidswetenschappen te verbeteren om deze tot nu toe afzonderlijke disciplines inhoudelijk te verbinden met nieuwe wetenschapsgebieden.

De regio heeft naast een focus op health, goede uitgangsposities in vrijwel alle sleuteltechnologieën, maar deze posities zijn alle nog in een vroeg ontwikkelende fase (en gefragmenteerd). Voor deze technologieën die belangrijk zijn voor innovatie en groei in de toekomst staan private investeerders nog niet in de rij – er moet nog veel onderzocht en getest worden alvorens de veelbelovendheid leidt tot daadwerkelijke marktkansen. Er wordt daarom een groot beroep gedaan op publieke investeringen in kennis, omdat overheden nu eenmaal de partij zijn die grote investeringen kunnen vrijmaken gericht op nieuwe technologie, transities en het borgen van cruciale onderdelen in waardeketens[4]. Dat is in Zuid-Holland niet anders dan elders in Nederland, dus nogal wat initiatieven zijn nationaal georganiseerd. Toch is er reden om specifiek voor Zuid-Holland aandacht te hebben, niet alleen vanwege de grote dichtheid in bevolking en kennis, maar juist vanwege de excellentie in veel typen onderzoek en potenties voor crossovers[5]. Met drie complementaire universiteiten die excelleren op hun vakgebieden, met internationaal voorop lopende instituten zoals CLAIRE (kunstmatige intelligentie) en QuTech (kwantum technologie), met hotspots als de TU Delft, Bioscience Park Leiden, en de Smart Healthtech Campus Rotterdam (Erasmus Medisch Centrum), met unieke specialisaties die de transities naar energiezuinig, duurzaam en circulair gaan maken als het Havenindustrieel Complex van Rotterdam, de tuinbouw in het Westland en de goederenvervoer sector, en met bedrijven (1,8 miljoen werknemers) en huishoudens (3,6 miljoen inwoners) die een brede welvaart nastreven, is de regio een testgebied voor veel toegepast onderzoek dat aansluit bij grote maatschappelijke opgaven.

De Groeiagenda richt zich vooral op publieke investeringen in kennis. De effecten van publieke kennis zijn bij uitstek generatief van karakter, en niet herverdelend[6]. Economische waarde, betekeniswaarde voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, of waarde door het agenderen van vraagstukken (en ook veel nieuwsgierigheid gedreven onderzoek blijkt later vaak waarde te hebben[7]) maken dat de waardering van publieke kennis breder getrokken moet worden. Dit valt ook in menig pleidooi te lezen, de eenduidige operationalisering ervan vergt nog ontwikkeling[8]. Publieke kennis heeft om verschillende redenen een aanjagende rol in de stedelijke en regionale economie[9]: het opleiden van vaardige studenten (die ook in de regio kunnen werken); het vergroten van de voorraad nuttige kennis (voor maatschappij en regio) door cross-overs tussen publieke kennis uit verschillende disciplines en tussen publieke en private kennis toepassingen; het creëren van een sociale kennisbasis (“social networks”); het creëren van nieuwe wetenschappelijke instrumenten en methodologieën; het vergroten van het probleemoplossende vermogen voor maatschappelijke en technische vraagstukken; de creatie van nieuwe innovatieve bedrijvigheid, starters en patenten; het formeren van netwerken, en het stimuleren van interactie daarin (“gatekeepers”); het creëren van (louter) positieve externe effecten in woningbouw, bereikbaarheid, en campusontwikkeling (toeleveranciers, ontmoetingsplekken, gezamenlijke onderzoeksfaciliteiten). Spillovers van en naar andere bedrijven en kennisinstellingen zijn daarentegen wel belangrijk, en maken tot wel 60% van het lange termijn rendement van publieke kennisinvesteringen uit[10].

De regionale en stedelijke economie is nog om meerdere redenen gelinkt aan voordelen van R&D-intensieve bedrijvigheid in clusters[11]. Het midden- en kleinbedrijf, dat zelf vaak niet genoeg kan investeren in R&D, kan profiteren van de dichtheid in steden. Grote en kleine bedrijven hebben elkaar nodig voor vernieuwing en vervolgens weer opschaling. Studenten vormen een belangrijke groep bewoners van steden, met potenties voor ondernemerschap. Steden en regio’s vormen ook reservoirs van skills en vaardigheden die nodig zijn voor economische structuurveranderingen, transities en het oplossen van toekomstige maatschappelijke problemen en opgaven[12]. De inbedding van publieke kennis in de regionale economie is dus een kernfactor die ook de regio Zuid-Holland (MRDH) en Rijnmond zeer aangaat, en de proposities zijn daarom veelbelovend.

Groenvermogen

De Groenvermogen propositie over waterstof is uitgebreider bekeken. Deze propositie bevat veel onderbouwde informatie over werkgelegenheid, vooral in het havenindustrieel complex van Rotterdam, en levert indien succesvol structureel enkele duizenden extra directe banen op in Nederland, waarvan een groot deel in Rijnmond vanaf 2030. Deze bestaat uit vier componenten. De belangrijkste is het behoud van werkgelegenheid in de aardolie-industrie en chemie die zonder vergroening verloren zou zijn gegaan. Daarnaast ontstaat er nieuwe werkgelegenheid bij de productie van groene waterstof, in het kenniscluster rond waterstof, en in de hightechindustrie voor de productie van waterstof gerelateerde apparatuur. Drie waterstof voorstellen bevatten projecten die zich richten op de hele waardeketen van productie tot nieuwe toepassingen van waterstof. Het nationale voorstel richt zich hierbij specifiek op klimaatneutrale (groene en turquoise) waterstof en heeft een belangrijke kenniscomponent voor de ontwikkeling van de benodigde technologieën. Flagship Haven en Industrie[13] en Startmotor[14] zijn hierop aanvullende en grotendeels overlappende voorstellen waarin Nederland en de Rotterdamse haven een belangrijke positie in de Noordwest-Europese markt voor duurzame energie hebben op basis van waterstof als energiedrager. De voorstellen kijken breder naar het regionale ecosysteem in Rotterdam-Rijnmond en nemen naast groene waterstof bijvoorbeeld ook blauwe waterstof (CO2 afvang), elektrificatie, warmtenetten, circulariteit en onderliggende fysieke infrastructuur in beschouwing. De investeringen zijn voornamelijk gericht op innovatieve processen, installaties en infrastructuur (en hebben vanwege het risicovolle karakter van de vernieuwing ook een belang bij investeringen in publieke R&D). De Startmotor neemt daar bovenop investeringen mee op gebied van bereikbaarheid, digitalisering en emissieloze mobiliteit. Alle voorstellen zijn exclusief investeringen in grootschalige opwekking van duurzame energie door onder andere windparken op zee, die zonder meer randvoorwaardelijk zijn voor de productie van groene waterstof. Een belangrijk specifiek effect van het project Groenvermogen/Flagship haven en industrie is dat er naast het effect voor de regio, relatief grote regionale weglekeffecten[15] zijn. Deze weglekeffecten gaan verloren voor de regio, maar zijn onderdeel van provincie-overschrijdende waardeketens in overig Nederland en het buitenland. Dat is inherent aan de historisch gegroeide regionaal-economische structuur van de industrie in de regio, die een relatief groot aandeel transacties heeft met bedrijven buiten Zuid-Holland.

Het Rotterdamse haven-industriële complex kan op meer manieren omgaan met waterstof. De eerste is inzet op waterstof als verhandelbare grondstof. De Rotterdamse havenindustrie specialiseert zich in dat geval in overslag, opslag en doorvoer van waterstof. De tweede manier is de productie, verwerking en afzet van waterstof. Regionaal-economisch is de tweede veelbelovender dan de eerste. In de eerste doen zich geen externe effecten (lokalisatievoordelen sectoren) voor en zal de energietransitie geen ontwikkelingsimpuls voor de haven betekenen. De haven ontwikkelt zich dan door op het huidige pad als opslag-overslag-doorvoer-haven. In de tweede treedt kennisspillover op, en wordt agglomeratievoordeel gegenereerd. Daar dient het beleid duidelijk op gericht te zijn.

 Menselijk kapitaal en een geheel meer dan de som der delen

Menselijk kapitaal draagt in belangrijke mate bij aan de beoogde economische groei, het grijpt in op huidige en toekomstige sectorale en beroepsmatige specialisaties. In de Groeiagenda is de aandacht voor menselijk kapitaal terug te vinden in vrijwel alle voorstellen gericht op nieuwe sleutel technologieën (zoals in de voorstellen van kunstmatige intelligentie en kwantum technologie), maar ook in termen van (investeringen in) opleidingen, stages en on-the-job lering in het bedrijfsleven. Het Rotterdamse Scholingsfonds is een goed bestaand initiatief gericht op levenslang leren voor de gehele bevolking. Een aanbeveling is echter dat er een aanvullende, structureel grotere inspanning nodig is ter intensivering, bundeling en uitbreiding van bestaande initiatieven gericht op talent en toepasbaarheid van vaardigheden in de lokale arbeidsmarkt in de regio.

Om de structurele extra economische groei te genereren en te bestendigen is een schaalsprong en integratie nodig in de economische organisatie van de regionale economie – ook in het organiserende vermogen van de regio. Agglomeratie-effecten zijn externaliteiten: de synergie ontstaat niet binnen, maar juist tussen organisaties, bedrijven, huishoudens en kennisinstellingen in ruimtelijk gebonden clusters. Wanneer in de regio de balans tussen ruimtelijke ontwikkeling, productiviteitsgroei en (hoog)stedelijke voorzieningenniveau gelijktijdig naar een hoger plan kan worden gebracht, wordt additionele groei gerealiseerd. De investeringsmaatregelen versterken elkaar, waardoor agglomeratie-externaliteiten ontstaan. Daarentegen, wanneer slechts een deel van de investeringen tot realisatie komt – en de vergelijking uit balans raakt – ontstaan juist knelpunten voor aanvullende groei. De polycentrische stedelijke regio die Zuid-Holland is, impliceert een extra uitdaging hierin: verbindingen zijn cruciaal om de kritische massa te vergroten boven die van de individuele kernen van bevolking, banen en kennis. Agglomeratie-effecten ontstaan dus door meer dwarsverbanden en uitwisselingen tussen de afzonderlijke investeringsprojecten en het kennisprogramma van het Groeifondsvoorstel, en het uitbouwen van de link met de technologische industrie in Rotterdam en Zuid-Holland.

Bijdrage aan structuurveranderingen en maatschappelijke opgaven

Structureel hogere groei is dus mogelijk met de Groeiagenda, terwijl die tegelijkertijd bijdraagt aan vergroening en transities. De belangrijkste publieke R&D-investeringen in de Groeiagenda kunnen de relatie van R&D met groei doen omslaan van niet- naar wel-significant. Maar onderdelen kunnen tegelijkertijd transities (energie) en vergroening (circulariteit, duurzaamheid) van bestaande specialisaties dienen (versnellen). Kunstmatige intelligentie en quantum technologie zijn duidelijk general purpose technologieën die met elkaar en met veel andere sectoren en technologieën verbindingen leggen[16]. Waterstof werd aangemerkt als een general purpose product, wat op eenzelfde manier verbindingen legt naar het energie transitievraagstuk in het havenindustrieel complex, de tuinbouw en het goederenvervoer in de regio. Er is synergie geïdentificeerd van deze 3 technologieën met smart industry[17] en lifescience & health[18], verzamelingen van sectoren waarbij private investeringen in R&D ook substantieel bijdragen aan het toekomstige groeivermogen van de regio. Deze private invulling is een zorg in veel proposities. Sterke specialisaties in de regio, zoals het havenindustrieel complex, de tuinbouw en de transportsector, vergen investeringen voor behoud van werkgelegenheid en voor het doorvoeren van belangrijke transities (met investeringen in elektrificatie, waterstof, restwarmte, circulariteit). De publiek-private samenwerking in toegepast onderzoek is hier cruciaal. De Groeiagenda kent tevens investeringen die bijdragen aan agglomeratie-effecten in de regio. De investeringen in infrastructuur, verstedelijking en leefomgeving (in relatie tot de R&D agenda vooral ook van belang voor talent), de expliciete focus op concentraties van onderzoek, valorisatietoepassingen en bedrijvigheid op goede locaties in de regio (het meest uitgebreid in de life-science & health en MEdTech propositie), de toegevoegde focus op de kwaliteit van de arbeidsmarkt als belangrijke conditionerende factor voor groei – dit draagt bovenop de synergie tussen de technologieën concreet bij aan de creatie van meerwaarde in de regio die boven de som der delen uitstijgt.

Interessant is tenslotte dat er in de Groeiagenda investeringen in publiek onderzoek zijn opgenomen die zich richten op andere maatschappelijke opgaven. Het convergentieprogramma Resilient Delta[19] bundelt sociaaleconomisch en op duurzaamheid en weerbaarheid gericht onderzoek met drie focusgebieden. Het stedelijke niveau onderzoekt sociaaleconomische achterstanden en people- en place-based development opties, vooral toegepast in Rotterdam. Op het niveau van de haven richt onderzoek zich op de ontwikkelingsagenda van Smartport, met nadruk op transities. Op regionaal niveau tenslotte ligt de nadruk op de weerbaarheid, zowel ecologisch en economisch, in relatie met gezondheid. Deze onderzoeksamenwerking slaat expliciet een brug naar de woon- en leefomgeving, woningbouw en bereikbaarheid en infrastructuur – de elementen die belangrijk zijn voor agglomeratievoordelen in de polycentrische regio. Andere samenwerkingen manifesteren zich in LDE-initiatieven die werken aan regionale verankering van kennis, zoals het LDE Center for Sustainability en het LDE Bold Cities Center. Hierbij wordt vooral uitgegaan van het combineren van bestaande expertise in de drie universiteiten.

[1] Herstel en vernieuwingsagenda Rotterdam.

[2] Zie voor de identificerende factoren voor een succesvol en geïdentificeerd place-based beleid het overzichtshoofdstuk van David Neumark & Helen Simpson (2015), pace-based policies. Hoofdstuk 19 in: Handbook of Urban and Regional Economics, Elsevier; en G. Duranton, P. Martin, T. Mayer & F. Mayneris (2010), The economics of clusters. Oxford: University Press.

[3] Van Doorne (2020), “Samenwerking TUD, EUR en EMC: eindscenario, alternatieven en tijdelijke groeimodellen”. Amsterdam: Van Doorne Advies; EMC/TUD (2019), “Convergence EMC & TUD for health and healthcare”; EMC & EUR (2019), “Convergence for better health across the life course”; Deloitte (2019), “Leading in the transition to a sustainable, empowered and inclusive health care system. A value proposition for the future role of EUR”.

[4] Mariana Mazzucato (2013), The entrepreneurial state. Debunking public vs. private sector myths. London: Anthem Press.

[5] Frank van Oort (2012), De weerbare regio. Ruimtelijk-economisch beleid in de Zuid-Hollandse kenniseconomie. Den Haag: Provincie Zuid-Holland; Pierre-Alexandre Balland & Ron Boschma (2020), Ontwikkelingspotenties in West-Nederland. Kansen voor West.

[6] KNAW (2013), Publieke investeringen en de waarde van wetenschap. Den Haag: Koninklijke Academie van Wetenschappen (p.48).

[7] KNAW (2013), Publieke investeringen en de waarde van wetenschap. Den Haag: Koninklijke Academie van Wetenschappen.

[8] B. Nooteboom & E. Stam (2008), Micro-foundations of Innovation Policy. Den Haag: WRR; WRR (2008), Innovatie vernieuwd. Den Haag: WRR; WRR (2013), Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. Amsterdam University Press.

[9] G. Kronjee & B. Nooteboom (2008), “Research, higher education and innovation”. In: B. Nooteboom & E. Stam (eds), Micro-foundations for innovation policy. Den Haag: WRR, pp. 103-133.

[10] B. Verspagen (2004), “The impact of academic knowledge on macroeconomic productivity growth. An exploratory study. Maastricht: MERIT.

[11] E. Glaeser (2010), Triumph of the city. New York: Basic Books; B. Katz & J. Bradley (2013), The metropolitan revolution. The Brookings Institute, Washington; R. Florida (2012), The rise of the creative class. New York: Basic Books.

[12] F. van Oort (2012), De weerbare regio. Den Haag: Provincie Zuid-Holland.

[13] Gemeente Rotterdam e.a., 2020.

[14] Havenbedrijf Rotterdam, 2020.

[15] Dit betekent tegelijkertijd dat andere delen van Nederland en het buitenland profiteren van investeringen in de Rotterdamse haven en regionale infrastructuur.

[16] Nanotechnologie kan als derde general purpose technologie fungeren. Momenteel wordt nanotechnologie zijdelings als belangrijk voor quantum technologie genoemd, maar als sleuteltechnologie heft het een grotere status.

[17] Investeringen en toepassingen in o.a. Internet of Things, kunstmatige intelligentie, blockchain, cloud computing, augmented en virtual reality, predictive maintenance, additive manufacturing en robotica.

[18] Investeringen en toepassingen in o.a.: kunstmatige intelligentie, quantum technologie, regenerative medicine, digital twin, augmenting humans, deep imaging, nanotechnologie en moluculinair medicine.

[19] Rotterdam-Delft Resilient Delta Institute (2020), notitie; EUR & TUD (2019), “Complementarity and convergence: collaboration opportunities between EUR and TUD”.

Terug naar boven