Zorgen voor betere matches op de Rotterdamse arbeidsmarkt.

Het is momenteel erg lastig om in Rotterdam geschikt personeel te vinden. Niet alleen de techniek, maar ook de zorg en het onderwijs staan te springen om mensen. Hoe kunnen we de matching op de arbeidsmarkt verbeteren en zo de krapte in veel sectoren verminderen?

In het afgelopen jaar is de vraag naar arbeid toegenomen over de volle breedte van de economie. In veel sectoren is de arbeidsvraag zelfs aanzienlijk groter dan het aanbod. Naast een kwantitatieve matchingsopgave is er ook een kwalitatieve opgave: in veel sectoren is wel aanbod van personeel, maar niet met de juiste competenties. Werkgevers klagen over te weinig mensen met de juiste vaardigheden: op de korte termijn maar ook op de lange termijn, met veranderende functie-eisen door de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie en verdere digitalisering. In dit essay stellen we de vraag hoe het gesteld is met de vaardigheden in de Rotterdamse economie: heeft de Rotterdamse beroepsbevolking de juiste vaardigheden in huis, hoe krijgen we de juiste mensen op de juiste plek, en wat is er nodig om ontbrekende ‘skills’ aan te leren? Onder skills verstaan we hier: vaardigheden in de vorm van kennis en kunde, en zowel praktisch als theoretisch.

Concurrentiepositie nu en later
Investeringen in en beleid voor een betere matching op de arbeidsmarkt staan hoog op de landelijke en lokale politieke agenda. Stedelijke economieën zijn gebaat bij een hogere arbeidsparticipatie, een hogere arbeidsproductiviteit en een goede arbeidsmarktmatching. Werknemers die op de juiste plek zitten presteren beter en zijn productiever. Menselijk kapitaal is tegenwoordig het meest structurerende agglomeratiemechanisme in stedelijke regio’s. Toch moet er worden opgepast met het schuiven met werknemers om tekorten op te lossen. Dit creëert mogelijk elders nieuwe tekorten. Ook op de lange termijn is menselijk kapitaal een cruciaal ingrediënt voor de regionale concurrentiepositie. De Europese Unie noemt de human factor de echte aanjager van transities. 

Bij een geplande uitvoering van de Europese Green Deal zouden in Europa de komende twintig jaar dagelijks 3.000 zonnepanelen geplaatst moeten worden, 1.000 elektrische auto’s in gebruik genomen en daarna continue opgeladen worden, en 15.000 warmtepompen moeten worden geïnstalleerd. Het renoveren van bestaande structuren vergt nog meer toegepaste expertise. Momenteel werkt het gebrek aan technisch geschoold personeel in heel Europa als een rem op deze ambities. Bovendien bestaat minimaal de helft van de innovatieopgaves van duurzame toepassingen uit sociale innovatie. Om deze sociale innovaties door te voeren is een mix van technische en zachte skills nodig. 

Figuur 1: Werkenden in de Rotterdamse regio uitgedrukt in skills.
ESCO, Arbeidsmarkt in Zicht, bewerking Erasmus UPT

Meer woorden dan daden?
We hebben de werkenden in de Rotterdamse regio weergegeven op basis van hun huidige vaardigheden in figuur 1. Uit de figuur blijkt dat vooral de zachte vaardigheden (‘soft skills’), zoals communicatie, samenwerking en creativiteit, maar ook informatievaardigheden in de huidige portfolio van belang zijn. Deze zachte skills bestaan uit een variëteit aan vaardigheden, zoals probleemoplossend vermogen, ontwerpen, adviseren, maar ook samenwerken. Rotterdam kent relatief gezien nog steeds een groter aandeel fysiek, technisch georiënteerd werk waarbij de mouwen moeten worden opgestroopt. Tegelijkertijd is de realiteit dat ook het merendeel vooral met het hoofd en het hart werkt, en minder met de handen. Veel van het werk vraagt vaardigheden in het domein van de soft skills (S1-S4) en minder in dat van de technische skills (S5-S8). Dit is in lijn met eerdere bevindingen waarin duidelijk wordt dat vooral dienstverlening (commercieel en zakelijk) de stuwende sector is in de Rotterdamse economie. 

Dit betekent niet dat de technische vaardigheden niet cruciaal zijn. Ze zijn dus zeker nodig voor de transities, en zijn vaak ook verbonden aan niet-technische skills door functionele integratie in productie- en consumptieketens en kennisrelaties. 

In figuur 2 splitsen we de vaardigheden op naar verschillende beroepsgroepen. Deze zijn weergegeven in verhouding tot hun omvang in de Rotterdamse economie. Daaruit blijkt dat technische beroepen nog steeds een aanzienlijke rol spelen in Rotterdam. Echter, de grootste groep werkenden is actief in een bedrijfseconomisch of administratief beroep. De vaardigheden per beroep verschillen flink. In veel beroepen zijn soft skills (S1-S4) van groot belang. Dit geldt ook voor de technische en ICT beroepen, al zijn hardere technische vaardigheden (S5-S8) in deze beroepen net zo noodzakelijk. 

Een beroepsgroep bestaat uit meerdere beroepen met uiteenlopende vaardigheden. Zo vallen onder de bedrijfseconomische en administratieve beroepen secretaresses, maar ook boekhouders en beleidsadviseurs, elk met een eigen set van benodigde vaardigheden. Hoewel de data-analyse dit nog niet kan laten zien, is het aannemelijk dat de benodigde vaardigheden in hoog tempo veranderen onder druk van diverse transities en de daarmee gepaard gaande innovatie. Zo leidt de toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) tot veranderingen in bedrijfseconomische en administratieve beroepen, waarbij relatief eenvoudiger analytisch werk wordt geautomatiseerd. Tegelijk vraagt de nieuwe technologie van de medewerkers nieuwe vaardigheden, zoals het formuleren van de juiste vraagstelling, interpreteren van de uitkomsten en het vertalen naar een menselijke maat. 

Ook in de technische beroepen vinden ontwikkelingen plaats die andere eisen stellen aan het personeel. Denk aan de integratie van het fysieke en digitale domein via sensoren (Internet of Things) en robots, digitalisering van het fysieke domein (‘digital twins’) en digitalisering van toeleveringsketens. Ook meer decentrale productieprocessen (zoals additive manufacturing) spelen hierbij een belangrijke rol. Dit zorgt ervoor dat de benodigde mix van zachte en technische vaardigheden én de aard van de vaardigheden in hoog tempo veranderen. Beide beroepsgroepen zullen daarom moeten blijven investeren in het op peil houden van hun kennis en vaardigheden. Ook maakt dit dat uitwijkmogelijkheden fluïde zijn, omdat nieuwe vaardigheden in de ene beroepsgroep wellicht ingeburgerde vaardigheden zijn in een andere beroepsgroep.

Figuur 2: Werkende Rotterdammers uitgedrukt in skills naar beroepsklasse.Het aandeel werkenden is relatief weergegeven in de hoogte van de staven.
ESCO, Arbeidsmarkt in Zicht, bewerking Erasmus UPT

Uitwijkmogelijkheden
Door de vele verschillende vaardigheden die binnen verschillende beroepen nodig zijn, is een perfecte match op vaardigheden tussen verschillende beroepen bijna onmogelijk. Maar sommige beroepen kennen een grotere mate van overlap en kunnen daarmee fungeren als uitwijkmogelijkheden van werknemers bij schokken in de economie, zoals lockdowns die vooral bepaalde sectoren treffen. Dit wordt ook wel ‘verborgen’ matches genoemd. Figuur 3 presenteert een overzicht van beroepen die op skills aan elkaar zijn gekoppeld: de figuur geeft weer in hoeverre een werknemer in beroep A over de vaardigheden beschikt om over te stappen naar beroep B. De mate van overlap in vaardigheden van beroep A naar beroep B, is niet hetzelfde als van beroep B naar beroep A. Dit komt door het verschil in relevante skills voor beroep A en voor beroep B. Mensen in het ene beroep hebben een breder palet aan vaardigheden dan in het andere beroep. Bijvoorbeeld, iemand die een pedagogisch beroep uitvoert heeft gemiddeld genomen 23,8% van de vaardigheden die nodig zijn voor een commercieel beroep, terwijl iemand met een commercieel beroep gemiddeld genomen maar 11,5% van de vaardigheden heeft die nodig zijn voor een pedagogisch beroep. 

Binnen beroepsgroepen is de match ook niet perfect, gemiddeld genomen heeft iemand met een pedagogisch beroep 57,8% overlap in vaardigheden met andere pedagogische beroepen. Figuur 3 geeft inzicht in het handelingsperspectief voor werknemers en werkgevers op basis van vaardigheden. Verticaal zijn uitwijkmogelijkheden van werknemers in beroepen te lezen (wat kan ik nog meer worden met mijn skills?), horizontaal is voor werkgevers duidelijk in welke mate andere beroepen interessant zijn om werknemers met overlap in vaardigheden uit te rekruteren (wie heeft al veel van de skills in huis die mijn werknemers nodig hebben?). 

Figuur 3 geeft het inzicht dat sommige beroepsklassen meer uitwijkmogelijkheden (wendbaarheid) hebben dan andere klassen. Pedagogische beroepen, zorg en welzijn beroepen, en managers hebben relatief een grote variëteit in vaardigheden die ook kunnen worden ingezet in andere beroepsgroepen. Maar voor werknemers in technische beroepen is het veel lastiger om over te stappen en werk uit te voeren in andere beroepsgroepen. Technici (b)lijken niet voldoende wendbaar op de grotere arbeidsmarkt, terwijl de markt voortdurend aan het veranderen is, vooral richting de soft skills. De huidige technici bezitten nog relatief veel specifieke vaardigheden zoals werken met specialistische apparatuur. Uit eerder onderzoek van Erasmus UPT bleek dat ‘probleemoplossend vermogen’ een van de belangrijkste vaardigheden is om nu te hebben.

Figuur 3: Matchmatrix van beroepsgroepen op basis van skills.
ESCO, bewerking Erasmus UPT

Ontbrekende vaardigheden
Als er systematisch wordt gekeken naar krapte in bepaalde vaardigheden, welke vaardigheden ontbreken dan op de Rotterdamse arbeidsmarkt? In Figuur 4 zien we op basis van de UWV-definitie van ‘krapteberoepen’ dat de grootste vraag naar ontbrekende vaardigheden anno 2021 zit in informatievaardigheden. Oftewel: het verzamelen van informatie, het opstellen van technische ontwerpen of het analyseren van bedrijfsactiviteiten. Ook dit is in lijn met de eerdere EVR-bevindingen dat vooral dienstverlening (commercieel en zakelijk) de dominante stuwende sector is in de Rotterdamse economie. 

De informatievaardigheden zijn ook van groot belang in de technische beroepen. De meest voorkomende ontbrekende informatievaardigheid is het interpreteren van technische documentatie en diagrammen. Dit sluit vooral aan bij het tekort aan technisch personeel, maar toont ook het belang van ‘ingenieurs-vaardigheden’ en minder van specifieke technische skills. Bovendien zijn informatievaardigheden een essentieel element voor een leven lang leren, waarbij zij ook toegang creëren tot de informatiesamenleving. Ook zijn communicatie, samenwerking en creativiteit belangrijke skills die ontbreken. Volgens verscheidene experts is creativiteit ook een van de weinige vaardigheden die mensen voorhebben op computers. De sterke link tussen creativiteit en innovatie is eerder al gesuggereerd door de Amerikaanse socioloog Richard Florida. 

Het aandeel ontbrekende vaardigheden is erg hoog (80-85%) binnen de generieke groepen Bouwen en Werken met gespecialiseerde apparatuur (figuur 4). Dit komt door de specialistische aard van deze vaardigheden. De match op specialistische vaardigheden is heel lastig, maar wel nodig. Een korte opleiding kan er mogelijk voor zorgen dat deze vaardigheden alsnog worden bijgeleerd. Terwijl het lastiger is om algemenere vaardigheden, zoals informatievaardigheden in een korte opleiding te vatten.

Figuur 4: Het aandeel overeenkomende vaardigheden en ontbrekende vaardigheden van de krapte-beroepen van het tweede kwartaal 2021.Het aantal gevraagde skills is relatief weergegeven in de hoogte van de staven.
ESCO, UWV, bewerking Erasmus UPT

Een agenda voor verbeterde matching?
Momenteel zijn bedrijven nog steeds op zoek naar mensen die direct een perfecte match zijn met een bepaalde functie. Potentiële werknemers moeten aan een strikt aantal vaardigheden voldoen, en het liefst ook meteen aan specialistische vaardigheden. Er wordt nog weinig gekeken naar de mogelijkheden op lange termijn voor werknemers bij de naderende transitieopgaven. De arbeidsmarkt en benodigde vaardigheden zijn constant aan verandering onderhevig.

Er moet wellicht meer worden gekeken naar wat iemand kan leren in plaats van wat iemand nu kan. Doordat er nog steeds wordt geworven op specialistische vaardigheden, komen vraag en aanbod minder bij elkaar dan mogelijk. Meer aandacht voor de in belang toenemende generieke (zachte) vaardigheden en waarden die voor de sollicitant en werkgever belangrijk zijn, kunnen helpen bij meer matching. Door een dergelijke verbeterde matchingsprocedure, wordt het mogelijk om meer van werk naar werk te bewegen, en doorgroei en doorstroom in de arbeidsmarkt te stimuleren. Het waterbedeffect blijft daarbij een gevaar. Ons onderzoek suggereert tevens om naast de verbeterende matchingsprocedure, scholing op informatie-vaardigheden centraal te stellen in alle opleidingen. Dit zijn vaardigheden als analyseren, documenteren, monitoren en interpreteren van informatie. Het aanleren van deze vaardigheden is cruciaal om een leven lang leren te stimuleren en om wendbaarheid in de arbeidsmarkt te waarborgen. Kortom, leer te leren. 

Waarschijnlijk is het niet mogelijk om in elke sector de arbeidskrapte op deze manier op te lossen, met een focus op vaardighedenmatching en arbeidsgeluk. Er is momenteel veel aandacht voor tekorten in de techniek (om de energietransitie te realiseren), de zorg en het onderwijs. Tegelijkertijd is er een risico dat de techniek van nu leidt tot werklozen in de toekomst, juist omdat uitwijkmogelijkheden in technische beroepen beperkt zijn. Zorgvuldige monitoring van toekomstige sleutelberoepen is verstandig.

Om een stap te zetten in de goede richting verdient het aanbeveling om een gezamenlijke agenda van overheidsinstellingen, opleidings- en kennisinstellingen en bedrijfsleven op te stellen. Er is daarbij systematisch aandacht nodig voor:

  • Voldoende mensen met kwalificaties en vaardigheden in technische beroepen voor de vervaardiging, installatie en onderhoud van duurzame en transitie technologieën, waarbij missiegedreven doelen zoals circulariteit, energietransitie en duurzaamheid worden vertaald in concrete activiteiten, beroepen en toegepaste vaardigheden;
  • Een grote mate van wendbaarheid in deze planning, want de typen vaardigheden en beroepen die van belang worden, hangen af van nog onzekere technologische ontwikkelingen en transitiepaden. Veel is snel vergankelijk, en er kan niet te veel naar een statisch beeld worden gestreefd;
  • Transfereerbare vaardigheden die (over geografische en sectorale grenzen) vaak ook (h)erkenning vergen; dit is onderdeel van informatie-asymmetrie;
  • De stimulering van arbeidsmobiliteit;
  • De continue monitoring van opleiding en training van vaardigheden;
  • De koppeling aan aanpalende markten, zoals woningmarkt, leefbare stad en brede welvaart. 
  • Dit alles vergt veel netwerk- en systeemafstemming. Daarnaast is het verstandig om te anticiperen op constante verandering. 

Beleid, werkgevers en werknemers moeten daarom zo wendbaar mogelijk zijn. Mensen die zich wendbaar, nieuwsgierig en lerend kunnen opstellen, zullen meer mogelijkheden hebben. Dit vereist niet alleen een monitoringsysteem op beroepen, maar juist ook op vaardigheden. Ten slotte is enige nuancering nodig: het tekort op de arbeidsmarkt is ook het gevolg van de sterke economie. Het aanbod kan de vraag eenvoudigweg niet bijbenen. Daarom is het ondoenlijk om te sturen op een 100%-match op de arbeidsmarkt. 

Verantwoording
Dit essay kwam mede tot stand door de inbreng van elf experts: 

Jan Kwekel (STC), Martin Leuvenink (BZK), Sjoerd van Dommelen (EZK), Stephan Poelsma (Data Science Rotterdam), Nicole van Sprongen (STC), Jacqueline Toxopeus (UWV), Jeroen Meeuwissen (ETIL), Edith Jacobs (Gemeente Rotterdam), Aad van der Werf (Gemeente Rotterdam), Ton Sluiter (Textkernel), Matty van den Berg (Watertalent), Ron van Diaz (iTanks).

Download origineel
Terug naar boven