Innovatiekansen in de Rotterdamse haven.

Vergeleken met andere Europese regio’s scoort het Rotterdamse havengebied goed met innovatie in ‘groene’ technologie en geavanceerde maritieme technologieën. Daarentegen blijft Rotterdam achter met digitale innovatie. Dat blijkt uit onderzoek van Erasmus UPT en Universiteit Utrecht in opdracht van SmartPort.

Innovatie is de meest essentiële conditie voor de lange termijn economische ontwikkeling van de Rotterdamse haven. Heeft de Rotterdamse haven hiervoor de juiste context? De mate waarin de huidige door beleid en bedrijfsleven beoogde vernieuwing en innovatie is ingebed in de regionale haveneconomie (aansluitend bij bestaande competenties van de economie), en de mate waarin deze innovatie bijdraagt aan technologisch meer complexe producten (en daarmee uniekheid en de concurrentie-positie) staan centraal in deze studie. We vergelijken de Rotterdamse regio op patentaanvragen en werkgelegenheid met andere Europese regio’s, mede om te bepalen of samenwerking met pioniers elders vruchtbaar kan zijn.  

Het Rotterdamse havengebied is breed afgebakend in deze studie, van Hoek van Holland tot Gorinchem en van Delft tot Drechtsteden. In eerste instantie is gekeken waar de stakeholders (geïnterviewde bedrijven en organisaties) in de Rotterdamse havenregio zelf sterktes en kansen zien. Aan de hand van deze prioriteiten is op een vernieuwende manier de ontwikkelings-potentie van het Rotterdamse havengebied bepaald. Inhoudelijk richt de studie zich op drie thema’s, verdiept naar negen prioriteiten: Advanced Maritime Engineering (Collision Prevention and Traffic Control en Autonoom Varen), Digital (Blockchain en Kunstmatige Intelligentie), en Green (Fotovoltaïsche techniek, Offshore Wind Turbines, Waterstof, Alternatieve Brandstoffen en Carbon Capture).  

Ontwikkelpotenties op drie technologiethema’s
In dit onderzoek is een start gemaakt met ‘het verzamelen van ingrediënten voor evidence-based’ innovatiebeleid, door het analyseren van kansrijke en minder kansrijke technologievelden. Aan de hand van deze methodologie blijkt het Rotterdamse havengebied sterk in vergroening (Green). Technologie voor offshore windturbines is een innovatiekracht en de regio is op dit terrein koploper in Europa. Op het gebied van waterstof is het relatieve belang vooralsnog bescheiden, maar het neemt wel sterk toe en de regio beschikt over een grote relevante kennisbasis.  

Kansrijk is het Rotterdamse havengebied ook in alternatieve brandstoffen (bioresources), maar het relatieve aandeel van deze technologie in Europa loopt terug. Ook in fotovoltaïsche techniek (zonnepanelen) is de regio relatief sterk in Europa. Op het terrein van carbon capture ontbreekt de kennisinbedding in de regio, ondanks de geformuleerde ambities op dit terrein. Kansen op het gebied van geavanceerde maritieme technologieën zijn geringer en de positie van de Rotterdamse haven op dit gebied is de afgelopen jaren niet substantieel verbeterd (de kennisontwikkeling gemeten in patenten loopt terug). Autonoom varen heeft binnen dit beleidsthema de beste kansen; er zijn aanzienlijke en relevante (gerelateerde) technologieën in de regio aanwezig en dit biedt aanknopingspunten voor de specialisatie.  

De relevante kennis op het gebied van Collision Prevention and Traffic Control is vooral elders in Europa aanwezig en in de regio beperkt. De technologieontwikkeling op de prioriteiten gericht op digital, te weten kunstmatige intelligentie en blockchain, blijft momenteel achter bij andere delen van Europa. De relevante kennisbasis op dit beleidsthema is (nog) niet groot. Voor al deze technologieën identificeren we in deze studie ook mogelijke samenwerkingspartners: andere Europese regio’s waar complementaire kennis aanwezig is. Vooral Duitse en Franse regio’s zijn sterk in veel groene en digitale technologieën, terwijl kustregio’s in Scandinavië, het VK en Ierland mede sterk zijn in maritieme technologieën en alternatieve energiewinning. 

Bottom up: kansen in complexe technologieën
Een bottom-up analyse van de complexiteit en gerelateerdheid van technologieën verbreedt de belofte voor de economische toekomst van de regio. Het is relatief gunstig dat het Rotterdamse havengebied kansrijker is in meer complexe technologieën en minder kansrijk in minder complexe technologieën. 

Kansrijke complexe technologieën en sectoren zijn onder meer: Food Chemistry, Biotechnology en Analysis of Biological Materials, technologieën waarin de regio reeds gespecialiseerd is, maar ook Organic Fine Chemistry, Digital Communication en Medical Technology, technologievelden waarin de regio kansrijk, maar (nog) niet gespecialiseerd, is. De regio beschikt voor deze laatste groep technologieën in ruime mate over gerelateerde technologieën en vaardigheden waarop kan worden voortgebouwd. Deze technologievelden bieden kansen om het Rotterdamse havengebied te verbreden en complexer te maken. 

Vervolg: gezamenlijke strategie als lerend proces
De regio heeft sterke kaarten voor groene technologie, met name in specifieke niches zoals offshore wind en waterstof, en voor geavanceerde maritieme technologieën, vooral in autonoom varen. Die moeten wel worden behouden en verder benut. Er zijn namelijk ook kwetsbaarheden door een teruglopende lokale kennisontwikkeling (het aantal patenten neemt af in vergelijking met concurrerende of complementair gespecialiseerde regio’s).
In digitale technologieën zijn de kansen van artificial intelligence en blockchain relatief klein. Tegelijk blijkt uit een bottom-up analyse dat de Rotterdamse (haven)regio juist kansrijk is in relatief complexe technologieën die niet direct op de radar staan van het havenbedrijfsleven. In sommige van deze technologieën heeft de regio zich al weten te specialiseren (bijvoorbeeld biotech en food chemistry), andere zijn juist kansrijk voor toekomstige specialisatie (bijvoorbeeld medtech).  

Uit de interviews blijkt dat het innovatiesysteem vooral sterk is in valorisatie en het commercialiseren van nieuwe technologie, die wellicht elders is ontwikkeld. Dat is een belangrijke en productieve strategie – zonder toepassing blijft innovatie tenslotte beperkt tot inventie – maar meer fundamentelere, radicalere innovatie (b)lijkt in de regio minder (snel) tot stand te komen. De regio is hiervoor afhankelijk van kennis die buiten de regio, nationaal en inter-nationaal, wordt ontwikkeld, en dit maakt de Rotterdamse haven wel degelijk kwetsbaar en afhankelijk. Er worden daardoor wellicht innovatieve ontwikkelpaden gemist ten koste van het verlengen van bestaande. Een beleid gericht op economische vernieuwing en innovatie is daarom niet gediend met een one-size-fits-all benadering. Wat nodig is om speerpunten uit te bouwen en kansen te verzilveren, is van een andere orde dan wat nodig is voor de ontwikkeling van onderdelen die essentieel zijn maar niet (voldoende) in eigen huis ontwikkeld worden. Innovatie geeft niet direct de verzekering van continuïteit en borging, en kent vaak grote risico’s.  

De analyse geeft informatie om tot speerpunten te komen en stelt huidige prioriteiten die minder kansrijk lijken ter discussie. Deze discussie hoeft niet te leiden tot een blauwdruk, maar is een lerend proces. Het sturen op kansrijke activiteiten is een doorlopend traject dat plaatsvindt in samenspraak met lokale stakeholders en in samenwerking met regionale, nationale en Europese actoren en netwerken. 

Een traject dat regelmatig gemonitord, geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd wordt: evidence-based innovatiebeleid. Er zijn wel aanknopingspunten voor lokaal beleid (systeemniveau) en bedrijven die samenhangen met innovatie, inbedding en complexiteit. 

Implicaties van de studie op (regionaal) systeemniveau
Het ligt in de lijn van deze studie om aanbevelingen te doen op systeemniveau: het regionale systeem is datgene wat daadwerkelijk op een vernieuwende manier is onderzocht met de concepten inbedding en complexiteit. Op beide dimensies scoren flink wat verwachte en onverwachte technologieën en sectoren hoog. De regio heeft voldoende kritische massa voor vrijwel alle aanwezige en nagestreefde specialisaties – ze zijn niet in het luchtledige gekozen. Het is aan te bevelen om voor toekomstige kennisopbouw en innovaties wel aansluiting te zoeken bij de hogere inbeddings- en complexiteitscores – ze geven de kracht van de havenregio weer. Als op één van de twee dimensies laag wordt gerankt, betekent dit niet dat ontwikkeling onmogelijk is. Het vergt dan echter aanzienlijk meer investeringen om inbedding of complexiteit alsnog te bewerkstelligen in een internationaal competitieve markt. Investeringen in de ontwikkeling van relevante kennis en vaardigheden (onderwijs, learning-on-the-job) en investeringen in samenwerkingen met (bedrijven in) regio’s die al verder zijn ontwikkeld in relevante competenties.  

Uit het overzicht van de beleidsstudies komt een gefragmenteerde beleidsorganisatie in de regio naar voren: het economisch functioneren is belegd op veel schaalniveaus op veel verschillende agenda’s. De kloof tussen de ambities van de missiegedreven innovatiedoelen (Green Deal, SDG-goals, Groeifonds) en de daadwerkelijke investeringen door bedrijven in innovatie is nog groot. Met grote bedrijfsrisico’s is publiek kapitaal vaak onontbeerlijk, maar voor de koppeling van publiek en privaat bestaat geen vastomlijnde route. Het is aan te bevelen om dit meer te stroomlijnen en om op basis van een langetermijnvisie keuzes te maken over welke kansen nagestreefd kunnen worden.  

Indien investeringen in inbedding en complexiteit in Rotterdam en omgeving hoog oplopen, kan het gepresenteerde analysekader ook dienen als een kritische spiegel – zijn dergelijke specialisaties wel realistisch om na te (blijven) streven? Op (stedelijk) systeemniveau zijn ook de ruimtelijke randvoorwaarden van belang – de arbeidsmarkt, de woningmarkt en bereikbaarheid van stad en haven. Dit zijn voorwaarden die op veel plekken van cruciaal belang zijn, je wint er niet makkelijk concurrentiekracht op, maar bij afwezigheid kun je er wel kracht op verliezen. 

Samenvattend zijn de belangrijkste systeemimplicaties (aanbevelingen): 

  • De creatie van een regionale portfolio van volwassen en opkomende sectoren en technologieën die recht doet aan inbedding en complexiteit, en potenties voor groei herbergt. 
  • Een gerichtheid op zo concreet mogelijke marktniches die aansluiten bij het ondernemersklimaat van de regio. 
  • De aantrekking en creatie van talent en vaardigheden die cruciaal zijn voor de inbedding van economische bedrijvigheid in de regio. Gericht onderwijs en een goed functionerende arbeidsmarkt zijn hiervoor cruciaal.  
  • Het organiserend vermogen in de regio inzetten voor een gezamenlijke visie en strategische keuzes. 
  • Internationale samenwerking is geen zwakte als de huidige kennisbasis op onderdelen nog te smal is in de havenregio. Bedrijven selecteren daar zelf hun partners wel voor, maar bij een lokale zwakke positie van niches zijn de Rotterdamse bedrijven wellicht niet de favoriete danspartner van sterren elders. Netwerkvorming is een eigen dimensie die geholpen kan zijn met organisatie op sector of technologieniveau. 
  • Het op orde hebben van de ruimtelijke randvoorwaarden – woonmilieu, woningmarkt, bereikbaarheid, clustering en wellicht campusvorming; mede ter voorkoming dat talent (menselijk kapitaal) vertrekt. 
  • Hoewel inbedding en complexiteit belangrijke onderdelen zijn, bestaan (eco)systemen uit meer elementen. En innovatie bestaat uit meer dan patenten (hoewel die wel sterk sturend zijn in opkomende, missiegedreven vernieuwing). Ondernemerschap, organiserend vermogen, beleidsinitiatieven, vernieuwing in dienstverlening (niet patenteerbaar), toelevering en uitbesteding – ze moeten op zowel systeem als bedrijfsniveau integraal worden geïnterpreteerd.    

Implicaties van de studie op bedrijfsniveau
Hoewel de studie vooral een systeem-economische focus heeft, zijn het de bedrijven die het gros van de innovatieve activiteit herbergen, bekostigen en er risico over lopen. Enkele systeem-

implicaties kunnen worden doorgetrokken: onderwijs, menselijk kapitaal, vaardigheden en skills, concurrentiekracht en inbedding zijn ook op het bedrijfsniveau essentieel. Uit de interviews blijkt dat bedrijven zich in toenemende mate maatschappelijk bewust zijn en als geen ander de urgentie zien van innovatie en transities. Ze willen ook graag meewerken aan de missiegedreven doelen van duurzaamheid, circulariteit, energietransitie en efficiëntie. 

Maar individueel hebben ze overwegend niet de slagkracht en richt hun innovatie-inspanning zich op incrementele verbetering van de huidige koers met het huidige verdienmodel en het wegnemen van hindernissen (externe effecten) van dat model. 

Koersverlegging betekent vaak een te grote onzekerheid. 

De drempels tot radicale innovatie worden dan al snel buiten de eigen organisatie geïdentificeerd en de afwezige snelheid van transities wordt betreurd. Terwijl de bedrijven in principe de belangrijkste innovatieve kracht zijn van het systeem. 

Uit de analyse komt naar voren dat de havenregio goede kansen biedt voor de inbedding en complexiteit van innovaties – twee belangrijke condities voor een goed functionerend ecosysteem. 

Samenvattend zijn de belangrijkste implicaties op bedrijfsniveau: 

  • De bevestiging dat veel haven-eigen marktniches er goed voor staan in het ecosysteem, maar ook dat sommige minder goede kaarten lijken te hebben. Dit heeft implicaties voor het concurrentievermogen op lange termijn van de bedrijven. Een vraag is of het spiegelbeeld voor bedrijven herkenbaar is.  
  • Een geringe inbedding en complexiteit werken bedrijven tegen als context, maar bedrijven kunnen beter presteren dan hun context voorspelt. Het wegwerken van een achterstand of ombuigen tot een voorsprong vergt evenwel meer kostbare investeringen (dan elders).  
  • De cruciale factor in de analyse blijkt menselijk kapitaal en talent, en het creëren, opleiden en onderhouden daarvan ligt ook bij de bedrijven (in samenhang met onderwijs en de regionale arbeidsmarkt). 
  • Ambities voor complexe en missiegedreven innovatieve activiteiten zijn goed, maar worden nog veel tegengehouden door beperkingen van het systeem (financiering, arbeidsmarkt, beleid). Maar niet alle ‘lock-in’ kan op het (regionale, nationale, internationale) systeem worden teruggevoerd – verantwoordelijkheid ligt ook bij de bedrijven. 
  • Risico’s voor meer radicale innovatie zijn groot; incrementele innovatie tast het verdienmodel niet direct aan. Toch moet gezocht worden naar wegen tot vernieuwing. 
  • Regionale samenwerking kan hierin een optie zijn. Informatie-uitwisseling kan hier helpen. 
  • Internationale samenwerking kan hierin een andere optie zijn, en uit de analyse blijkt dat de mogelijkheden daartoe verschillen per marktniche.  

Verantwoording
Dit essay is gebaseerd op: 

Boschma, R.A., van Oort, F.G., van Haaren, J., Streng, M., van Houwelingen, R. & Balland, P.A. (2022) ‘Innovatiekansen in de Rotterdamse haven: Een onderzoek naar het innovatie-ecosysteem in de Rotterdamse haven en kansrijke technologieën voor vernieuwing’, Rotterdam: SmartPort/Erasmus UPT. 

Het volledige rapport vindt u op de website van SmartPort, www.smartport.nl.

Download origineel
Terug naar boven