Onderwijs kan barrières naar een circulaire economie wegnemen.

Met de overgang naar een circulaire economie werken we aan brede welvaart in Rotterdam. Maar ondernemers ervaren een gebrek aan kennis en bewustzijn en vinden dat het onderwijs hierop moet inspelen, blijkt uit onderzoek van Hogeschool Inholland.

Volgens ons is een circulaire economie een randvoorwaarde om welvaart in brede zin te verzekeren. Maar wat bedoelen we precies met brede welvaart? Brede welvaart gaat volgens het Centraal Planbureau (CPB) in essentie over het welzijn van mensen, en de mate waarin dat welzijnsniveau ook in de toekomst kan worden behouden. 

Het omvat alles wat mensen van waarde vinden voor het leiden van een goed leven. Naast economische factoren, zoals inkomen, hangt dit ook af van niet-economische factoren zoals hun gezondheid, toegang tot voorzieningen, de natuurlijke omgeving waarin mensen leven en hoe tevreden mensen zijn over hun leven. Een aantal van deze aspecten is subjectief (zoals tevredenheid over het leven), maar ook objectieve aspecten zoals de omstandigheden waarin mensen leven en de middelen waarover zij beschikken spelen een rol. Deze laatste aspecten kunnen worden gegroepeerd in drie hoofdcategorieën: materieel (‘economie’), maatschappelijke leefomstandigheden (‘sociaal’) en de natuurlijke leefomgeving (‘ecologie’).

Hamvraag
Wij gaan nu dieper in op het economische aspect, zonder de andere aspecten uit het oog te verliezen. Brede welvaart vereist namelijk een brede blik. Om de economie te vernieuwen en zo de brede welvaart te verbeteren, moeten we zorgen voor zowel een eerlijke verdeling van de welvaart als rekening houden met milieuaspecten. De huidige strategie voor economische groei is echter gebaseerd op een lineaire economie. Zoals bekend brengt deze juist schade toe aan het milieu en de leefomgeving.

Daarnaast veroorzaakt dit model uitval van mensen. Volgens de ‘Monitor Herstel- en vernieuwingsagenda Rotterdamse economie’ over het herstelbeleid na de coronacrisis is de hamvraag: ‘Onder welke condities kan economische groei leiden tot verbeteringen op de andere dimensies van brede welvaart?’ Het antwoord op deze vraag moeten we volgens ons als een ‘wicked problem’ benaderen, want het gaat hier om niet scherp afgebakende, echte wereldproblemen die vanuit verschillende disciplines en achtergronden worden aangepakt. Daarnaast moeten er keuzes gemaakt worden tussen de drie brede welvaartaspecten zoals hierboven genoemd, want die sluiten elkaar deels uit. 

Een ander aspect van brede welvaart betreft de toekomst. Het CPB noemt dit ‘brede welvaart voor later’. De huidige economische groei mag de welvaart van de toekomstige generatie niet schaden. Als we er nu voor zorgen dat middelen niet opgebruikt worden, dan kunnen de volgende generaties hun kwaliteit van leven op peil houden. Dan gaat het om zowel economische hulpmiddelen (grondstof, infrastructuur, kapitaal) als sociale hulpmiddelen zoals arbeid, milieu en sociale verbinding. 

Circulaire economie
Hier zien we een directe link naar de circulaire economie, die zowel een materieel als een sociaal aspect heeft. Cirkelstad draagt dit bijvoorbeeld uit met het motto ‘Geen afval, geen uitval’. Gestart in Rotterdam probeert deze organisatie sinds 2011 een circulaire economie, waarin afval niet meer bestaat, te bevorderen met adviezen aan de bouwsector. Het idee achter het motto is niet alleen voor de bouwsector relevant, maar een belangrijke voorwaarde voor brede welvaart. Het realiseren van brede welvaart in Rotterdam vraagt een omslag in onze manier van denken en handelen van een lineair naar een circulair perspectief. 

Een lineair economisch model is immers niet duurzaam en zal juist leiden tot een enorme vermindering van brede welvaart door: 1) verlies van zowel banen als grondstoffen (we kunnen niet meer zo veel produceren en dat heeft een negatieve invloed op werkgelegenheid en op het BNP) en door 2) een vervuilde leefomgeving (door bijvoorbeeld te veel C02-uitstoot). Als we de transitie naar een circulaire economie maken, verbeteren we vele aspecten van onze brede welvaart. Oftewel: de circulaire economie gaat juist over brede welvaart. 

Barrières
Een circulaire economie is een populair concept, ook in Rotterdam. Denk bijvoorbeeld aan de campagne ‘van zooi naar mooi’ of het ‘Circulair Loket’ voor ondernemers. Deze initiatieven streven naar een stad die circulair-economisch denkt en handelt. We merken in onze onderzoeken dat veel ondernemers dit streven delen, maar dat het niet makkelijk is om tot actie over te gaan. Uit ons onderzoek onder 25 directeur-eigenaren van mkb-bedrijven komt naar voren dat de eigen intrinsieke motivatie het belangrijkste mechanisme is voor circulair ondernemerschap. 

Daarnaast vinden de ondernemers wet- en regelgeving die circulair ondernemerschap net zo concurrerend maakt als de huidige, lineaire manier belangrijk. Hierin is nog veel werk te verrichten. Ook ervaren de ondernemers veel obstakels. Een van de grootste barrières is dat werknemers zich onvoldoende bewust zijn van het belang van duurzaamheid. Ook is er gebrek aan kennis over hoe hun onderneming de transitie naar een meer circulair verdienmodel zou kunnen maken. De ondernemers vinden dat de nieuwe generatie deze kennis wel moet hebben en geven aan dat hier een taak ligt voor het onderwijs. 

Vanuit onderwijsperspectief is de ontwikkeling van een circulaire stad een continu proces van leren en veranderen samen met alle betrokken stakeholders, waarbij vraagstukken in dit proces als een wicked problem worden benaderd. Het onderwijs speelt dus een cruciale rol bij het wegnemen van eerdergenoemde barrières. Het bewustzijn dat het ontwikkelen van een circulaire economie betekent dat we werken aan onze brede welvaart, kan hierin een accelerator zijn. 

Terug naar boven