Coronacrisis onderstreept noodzaak wendbaarheid studenten (Albeda).

De coronapandemie trekt een zware wissel op het beroepsonderwijs. Er is een tekort aan stageplekken en het studentenwelzijn staat onder druk. Bovendien zijn er grote verschuivingen in werkgelegenheid. Hoe kunnen we de veerkracht van studenten vergroten?

 

De EVR 2021 staat in het teken van corona. In deze gezamenlijke bijdrage van drie samenwerkingspartners, Inholland, Hogeschool Rotterdam en Albeda, gaan we in op diverse thema’s die in coronatijd nog belangrijker worden binnen het middelbaar en hoger beroepsonderwijs.

 

Nijpend tekort stageplaatsen

Middelbaar beroepsonderwijs en bedrijfsleven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Albeda colleges spannen zich samen met hun partners uit de verschillende werkvelden en Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) in om studenten de beste praktijkervaring te geven. Dat gebeurt via breed-praktijkleren in de vorm van BOL-stages (Beroeps Opleidende Leerweg) en BBL-leerbanen (Beroeps Begeleidende Leerweg) en via flexibele leerwerkeenheden zoals MBO-certificaten of praktijkverklaringen. Bedrijven krijgen zo de vakmensen die ze nodig hebben, die duurzaam inzetbaar zijn en die willen blijven leren in de praktijk.

 

Het coronavirus heeft grote impact op de beschikbaarheid van werk, stages en leerbanen. Iedere werknemer heeft te maken met veranderende omstandigheden waardoor bij- en omscholing steeds belangrijker worden. Het mbo kan hierin een belangrijke rol spelen samen met de gemeente en het bedrijfsleven.

 

Bijvoorbeeld via:

  1. De begeleiding van werk naar werk via praktijkleren, waarbij werken wordt gecombineerd met een deel van een mbo-opleiding.
  2. Leren op het werk via het volgen van een bbl-opleiding.
  3. Het tegengaan van jeugdwerkloosheid door studenten verder te laten leren in een kansrijke opleiding of door de overstap naar werk te maken.
  4. Het ondersteunen van studenten bij het vinden van een stageplek of leerbaan.

 

In de regio Rotterdam-Rijnmond is dit niet genoeg. Er zijn grote zorgen over het aantal kwalitatieve stageplekken voor MBO-studenten. Veel leerbedrijven kunnen minder of geen stageplekken bieden door sluiting, werkdruk en daardoor onvoldoende begeleidingstijd. Het vervullen van beroepspraktijkvorming is echter cruciaal. Studenten kunnen niet of later worden gediplomeerd indien ze onvoldoende praktijkervaring opdoen, terwijl bedrijven deze beginnende beroepsbeoefenaren hard nodig hebben!

 

Er gebeurt al veel om dit probleem op te lossen. SBB monitort het tekort aan stageplaatsen en is een landelijke campagne gestart – SBB Helpt – voor het behoud van stages en leerbanen. Scholen zoeken creatieve oplossingen. Desondanks loopt het stagetekort in onze regio hard op. Zonder extra inzet zijn er in februari 2021 meer dan 1500 stageplekken te weinig, vooral in de horeca, luchtvaart, personenvervoer, traditionele retail en de cultuur- en evenementensector.

 

Albeda, Zadkine, SBB, gemeente Rotterdam, Leerwerkakkoord Rotterdam en werkgeversorganisaties MKB Rotterdam-Rijnmond en VNO-NCW hebben daarom in november de handen ineengeslagen. Samen werken ze aan het Regionaal actieplan stages Rotterdam-Rijnmond om te zorgen dat alle studenten van mbo-niveau 1 tot en met 4 in februari een stageplek hebben. Dat gebeurt via drie actielijnen:

 

Actielijn 1: Continue monitoring tekorten en het aanbod aan stages

SBB en de twee mbo-instellingen pakken gezamenlijk regie op het ophalen en matchen van data. (Twee) wekelijks wordt het tekort aan stageplekken (en de oorzaken ervan) gemonitord. Deze cijfers worden vervolgens gematcht met de gegevens van nog onbenutte leerbedrijven in de regio.

 

Actielijn 2: Maximaal en creatief benutten van beschikbare stageplaatsen

De mbo-scholen én de gemeente Rotterdam zetten in op maximaal benutten van beschikbare stageplaatsen en leerbanen. Bijvoorbeeld door spreiding van stageperiodes over het jaar, lintstages in plaats van blokstages, twee studenten die een stageplek delen of verruiming van stagetijden naar weekenden, avonden en vakanties.

 

Actielijn 3: Gerichte werving van nieuwe stages en leerbanen

Wanneer lijn 1 en 2 onvoldoende perspectief bieden, zetten de twee mbo-scholen en SBB hun teams in om stageplekken te werven bij bedrijven die nu nog niet erkend zijn. Ook mogelijkheden in aanpalende sectoren kunnen hierbij betrokken worden of organisaties waarbij een student een deel van de werkprocessen kan uitvoeren. Als er onvoldoende alternatieven zijn, is het voor regionaal opleidingencentra (ROC) mogelijk om studenten in de begeleide onderwijstijd praktijklessen te geven. Bijvoorbeeld door een praktijkcasus vanuit het bedrijfsleven samen met groepen studenten op te pakken in een opdracht die kan worden uitgevoerd in de context van de school.

 

Tegelijkertijd lanceren de werkgeversorganisaties MKB Rotterdam-Rijnmond en VNO-NCW samen met SBB en de partners een gerichte campagne onder hun leden voor MBO-stages in de tekortsectoren. Ook de gemeente Rotterdam en het Leerwerkakkoord zullen de campagneacties uitzetten via hun netwerken van werkgevers in de stad. Samen maken we ons er hard voor dat iedere mbo-student die in februari op stage moet een stageplek heeft die kwalificerend is voor de opleiding. Een win-win voor studenten en bedrijven, want de Rotterdamse economie heeft het beroepsonderwijs keihard nodig om concurrerend en succesvol te blijven!

Terug naar boven