Afstuderen in coronatijd: een verloren generatie?.

In het onderwijs en de arbeidsmarkt laat de coronacrisis duidelijk haar sporen na. Wat voor gevolgen heeft de pandemie voor recente en toekomstige afgestudeerden?

 

De impact van corona op de Nederlandse economie is groot. Ook jongeren die net zijn afgestudeerd voelen de klappen. Velen kijken terug op een lastige afstudeerperiode en hebben moeite om aan passend werk te komen. En voor degenen die een baan vinden maar vanuit huis moeten werken, is het lastig binding te krijgen met collega’s en goed ingewerkt te raken. Dit essay schetst de gevolgen van de coronacrisis voor de generatie die in het studiejaar 2019/2020 is afgestudeerd aan een mbo- of hbo-opleiding in Rotterdam. Het verkennende karakter van de EVR verleidt daarnaast tot het werpen van een blik op de perspectieven voor de komende afstudeergeneraties. Al is het inschatten van de effecten van de crisis op de Rotterdamse arbeidsmarkt voor jongeren in de komende jaren erg lastig.

 

Een cijfermatige analyse van de gevolgen van de crisis voor deze afstudeergeneratie kent de nodige beperkingen. Idealiter is een dergelijke analyse gebaseerd op uitgebreid kwantitatief onderzoek onder de doelgroep zelf. Tot dusver is daarvan geen sprake geweest. Toch zijn er bronnen die een indicatie van de kortetermijneffecten geven. Ook werden gesprekken gevoerd met studenten, alumni en medewerkers van Rotterdamse mbo- en hbo-instellingen.

 

Instroom WW piekt in Q2

Eerst de harde cijfers. Een aanwijzing is de ontwikkeling van het aantal WW-uitkeringen onder jongeren tot 27 jaar. In het tweede kwartaal stijgt de instroom fors, met een piek in april. Deels gaat het daarbij om jongeren die werkzaam waren in een kwetsbare sector, zoals de horeca of de evenementenbranche. Maar voor een groot deel gaat het daarnaast om jongeren die net op de arbeidsmarkt komen kijken. In de loop van de zomer daalt de instroom naar het niveau van voorgaande jaren.

 

Meer aanmeldingen bij matchingsplatform

De cijfers over de WW-instroom suggereren dat de coronacrisis schoolverlaters die afgelopen zomer de arbeidsmarkt betraden niet direct heeft geraakt. De instroom bereikte al voor de zomer een krachtige, maar korte piek. Maar betekent dat ook dat deze generatie aan een passende baan is gekomen? Dat is veel lastiger vast te stellen. Er zijn wel indicaties die tot een genuanceerd beeld leiden, waaronder de instroomcijfers van matchingsplatform ‘HalloWerk’. Het gaat bij deze cijfers niet per se alleen om jongeren die in deze periode zijn afgestudeerd, maar het betreft wel het arbeidsmarktsegment waarop de jongere generatie zich begeeft.

 

Jaimie van de Water (derdejaars Tourism Management aan Inholland): “Ik ben niet bang werkloos te worden, want ik heb nu al een goede bijbaan en desnoods ga ik in een friettent werken. Via mijn netwerk kom ik vast wel ergens aan de slag.”

 

Het aantal nieuwe inschrijvingen op dit platform van niet-werkende werkzoekenden tot 27 jaar is in het tweede kwartaal fors gestegen naar 351, ten opzichte van 49 een kwartaal eerder. De stijging was het sterkst onder jongeren die zich richten op verkoopfuncties. Deze konden uiteraard minder terecht in de voor deze categorie doorgaans belangrijke detailhandel. In het derde kwartaal daalde het aantal inschrijvingen naar 199, waarbij de afname onder jongeren op zoek naar een verkoopfunctie even sterk was als die onder andere groepen.

 

Het aandeel van de groep jongeren in alle inschrijvingen is in het tweede kwartaal eveneens gestegen, van 6% naar 16% (figuur 2.a). Deze stijging was voor alle onderwijsniveaus waarneembaar, maar relatief het sterkst in de categorie met een middelbaar opleidingsniveau (figuur 2.b).

FIGUUR 1A/B: IN- EN UITSTROOM PER MAAND IN DE WW VAN NIET-WERKENDE WERKZOEKENDE JONGEREN TOT 27 JAAR, 2018, 2019 EN 20201a: Rotterdam. 1b: Overig Rijnmond
Bron: Werk.nl/UWV, bewerking Bureon
FIGUUR 2A/B: INSCHRIJVINGEN BIJ HALLOWERK IN REGIO RIJNMOND2a: % <27 jarigen in totaal aantal inschrijvingen, 2b: # inschrijvingen <27 jarigen naar opleidingsniveau
Bron: Werk.nl/UWV, bewerking Bureon

Tijdelijke daling vacatures

Een voor de hand liggende reden voor de groei van het aantal inschrijvingen en uitkeringen is de vacaturedaling in deze periode. Een analyse van de ontwikkeling van het aantal vacatures puur gericht op schoolverlaters/alumni is niet mogelijk. In verband met leeftijdsdiscriminatie mag bij een vacature door de werkgever immers geen voorkeursleeftijd worden aangegeven. Voor dit essay is daarom gekeken naar de ontwikkeling van het aantal vacatures waarbij de opgegeven vereiste werkervaring beperkt is van nul tot maximaal drie jaar. In Rotterdam daalde het aantal nieuw aangemelde vacatures met een korte gevraagde ervaring in het tweede kwartaal, tijdens de intelligente lockdown, sterk. De daling was het grootst bij functies op middelbaar niveau. Het aantal vacatures voor laagopgeleiden stabiliseerde en daalde minder sterk voor hoogopgeleiden.

 

Sinds de zomer is een duidelijk herstel te zien. Het aantal nieuwe vacatures voor functies met een korte ervaring lag aan het einde van de zomer bijna weer op het niveau van begin 2020 en op het niveau van een jaar geleden. Ter vergelijking: de daling van het aantal vacatures met meer ervaring heeft zich wat langer voortgezet.

 

Geen systematische verdringing

Een andere, kwalitatieve indicatie is dat van het gebruik van omscholingstrajecten die in reactie op de coronacrisis zijn ontwikkeld. Van dergelijke trajecten is tot op heden relatief weinig gebruikgemaakt door afgestudeerden. Zo heeft slechts een van de ruim honderd afstudeerders in de luchtvaartdienstverlening van Zadkine een gemeentelijk omscholingstraject gevolgd. Evenmin zijn afgelopen zomer aanvragen binnengekomen vanuit afgestudeerde mbo’ers in de havensector voor een ‘aandebakgarantie’, een regeling die garantie op werk geeft.

 

Pieter van Klaveren (voorzitter MKB Rotterdam-Rijnmond): “Van arbeidsmarktverdringing en verslechtering van arbeidsvoorwaarden is geen sprake. De voortdurende krapte in veel beroepen en alsmaar stijgende eisen die werkgevers aan jong talent stellen, blijven domineren.”

 

Er is geen cijfermatig inzicht in het arbeidsmarktgedrag van recent afgestudeerden in Rotterdam. Uit de gesprekken met studenten, alumni en medewerkers ontstaat het beeld dat schoolverlaters die in de zomer wilden gaan werken dat ook dikwijls is gelukt. Wel vonden ze minder vaak werk in hard getroffen sectoren en vaker buiten het eigen beroepenveld of op een lager niveau. Voorbeelden zijn afstudeerders die langer bij hun bijbaanwerkgever blijven werken of voorlopig uren maken in branches waar veel werk is, zoals bij supermarkten, bouwmarkten en in de logistiek.

 

Verdringing van lager door hoger opgeleiden binnen het beroepenveld van grotere omvang is tot dusver niet geconstateerd. Bij door corona zwaar getroffen branches, zoals het toerisme, kan dat effect wel optreden. Zo zijn er signalen dat operationele (mbo) vacatures in de verblijfshoreca in sterkere mate door hbo-alumni uit de betreffende opleidingen worden ingevuld. Anderzijds zijn er beroepenvelden waar het tekort aan jong talent een onverminderd groot knelpunt blijft. Bovendien is in veel functies sprake van voortdurend stijgende eisen. Binnen het mbo groeit de voorkeur voor afgestudeerden met niveau 4 boven die met niveau 3. Tevens neemt de verhouding tussen mbo- en hbo-afgestudeerden toe ten gunste van de laatste categorie, mede door een groeiende doorstroom van mbo naar hbo. Dat zijn (langduriger) ontwikkelingen die het corona-effect van verdringing vooralsnog overheersen.

FIGUUR 3A/B: ONTWIKKELING AANTAL NIEUWE VACATURES IN ROTTERDAM3a: 3.a Ontwikkeling vacatures met korte vs. langere ervaring (index: stand begin v.h. jaar = 100), 3b: Krimp/groei aantal vacatures per beroepsklasse periode in 2020 t.o.v. zelfde periode in 2019
Bron: Werk.nl/UWV, bewerking Bureon

In minder hard getroffen sectoren lukt het afgestudeerden doorgaans gewoon werk te vinden binnen het eigenlijke beroepenveld. In het technisch domein (bouw, haven, industrie) waren afstudeerders onverminderd van harte welkom. Veel stagiairs zijn in dienst gekomen van hun stagebedrijf of BBL-werkgever. In het havenindustrieel complex bijvoorbeeld, gold dat voor circa 80% van de mbo’ers. Ook de meeste hbo-studenten in business studies lijken de weg naar werk wel te vinden. Vaak via hun afstudeerbedrijf of in hun zelf opgerichte bedrijf (figuur 4). Dit heeft niet alleen te maken met de economische situatie in die beroepenvelden, maar vast ook met de ‘life craft skills’ en ondernemersvaardigheden waarover velen beschikken. Bij een opleiding als hbo-rechten is het beeld minder gunstig. Veel werkgevers, vooral in de zakelijke en financiële dienstverlening, zijn terughoudend met het aannemen van nieuw talent.

FIGUUR 4: UITSTROOM ALUMNI ONDERNEMERSCHAP & RETAIL MANAGEMENT HOGESCHOOL ROTTERDAM, 202O.b.v. enquête onder 101 alumni ORM in 2020
Bron: Ondernemerschap & Retail Management, Hogeschool Rotterdam

Uitstel gang naar arbeidsmarkt

De cijfermatige arbeidsmarktindicatoren vertellen een vrij genuanceerd, maar zeker niet het hele verhaal. Afstudeerders hoeven namelijk niet per se de arbeidsmarkt op te zijn gegaan, maar kunnen ook hebben gekozen voor het uitstellen daarvan. Dat is een vrij gebruikelijke reactie op een economische en arbeidsmarktcrisis. Cijfers over de in- en doorstroom in het Rotterdamse beroepsonderwijs over het nieuwe studiejaar 2020/2021 lijken dat uitstelgedrag te onderschrijven (figuur 5).

 

Ervaringen vanuit hbo- en mbo-opleidingen bevestigen de verhoogde doorstroming vanuit het mbo naar het hbo. Zo lijken de meeste Marketing & Communicatie schoolverlaters van Zadkine te hebben gekozen voor een vervolgopleiding in het Rotterdamse hbo, terwijl de jaren daarvoor ongeveer de helft ervoor koos om door te studeren. En bij Tourism Management van Inholland is bijvoorbeeld een hogere instroom van mbo’ers geconstateerd.

FIGUUR 5: JAARLIJKSE INSTROOM VAN MBO’ERS IN HOGESCHOOL ROTTERDAM EN INHOLLANDBetreft de Inholland-vestiging in Rotterdam
Bron: Vereniging van Hogescholen

Impact op startkwalificaties

Ongetwijfeld hebben veel afstudeerders van dit jaar een minder optimale praktijkervaring kunnen opdoen dan vorige generaties. Gelet op de waarde die werkgevers vaak aan die praktijkfase hechten, is dat een aderlating. Over de ‘kwaliteit’ van de afstudeergeneratie 2019/2020 zijn echter geen harde conclusies te trekken. Met de gezamenlijke extra inzet van in elk geval onderwijsinstellingen, overheid en stagebedrijven is geprobeerd de mogelijke schade aan het afstudeertraject voor studenten zoveel mogelijk te beperken. Zo hebben Rotterdamse hbo-studenten in front office toerisme opleidingen op Schiphol stage gelopen in de daar gerealiseerde coronatestlocatie. En studenten in de hospitality opleiding zijn gaan stage lopen in de zorg.

 

Cees Alderliesten (beleidsadviseur onderwijs en arbeidsmarkt Deltalinqs): “Voor werkgevers in het havenindustrieel complex is het diploma van de jongste generatie afgestudeerden gelijk aan voorgaande jaren en is er geen sprake van een behaald ‘coronadiploma’.”

 

Serieuze signalen dat werkgevers het behaalde diploma van de nieuwste afstudeergeneratie zien als een minderwaardig ‘corona-diploma’ zijn er niet. De kwaliteit van de arbeidsinzet wordt echter niet alleen beïnvloed door eventuele onvolkomenheden in de afstudeerfase. Het vanuit huis moeten solliciteren en starten met een baan brengt misschien nog wel een groter risico met zich mee. Veel starters in een thuiswerkbaan hebben moeite zich een echte collega voelen, worden minder goed begeleid en zijn (daardoor) mogelijk ook minder gemotiveerd. Allemaal zaken die het optimaal kunnen functioneren en presteren bemoeilijken.

Aanpassingsvermogen cruciaal

Het arbeidsmarktperspectief voor de afstudeergeneraties van de komende jaren hangt af van zowel de inzetbaarheid van die generaties zelf als de mate waarin de coronacrisis doorwerkt in de economie en arbeidsmarkt. Opleidingen gericht op beroepen in branches die door de pandemie hard zijn getroffen, lijken dit nieuwe studiejaar nog geen grote wijzigingen in de instroom te ervaren. Misschien wel de belangrijkste reden is dat de studiekeuze door de nieuwe lichting al was gemaakt, net voordat de coronacrisis echt toesloeg. Bovendien was in het vroege voorjaar de duur en omvang van de effecten van de crisis op sectoren als het toerisme en de horeca nog niet duidelijk. Mocht het de komende paar jaar niet veel beter gaan met het beroepsperspectief, dan kan men de studietijd verlengen en exacte -richting aanpassen door een vervolgstudie te gaan volgen. En als het moet zijn er vast alternatieve beroepen waarin men met de vaardigheden en skills beter terecht kan, zo lijken studenten te redeneren.

 

Nita Graafland (docent Recht aan Inholland): “Ik zie nu al een nieuw type studenten op de arbeidsmarkt komen met competenties die ze zonder deze crisis niet zouden hebben gehad: flexibeler, weerbaarder en oplossingsgerichter.”

 

Laatstgenoemde redenatie onderstreept een van de grootste uitdagingen in het onderwijs: meer aandacht voor algemene en sociale vaardigheden (ondernemerschap, communicatie) en persoonlijke ontwikkeling (weerbaarheid, aanpassingsvermogen). De trend zou ook kunnen zijn om meer voor – een baan op – de arbeidsmarkt te leiden en te blijven scholen dan voor een vast beroep. Dit lijkt door deze crisis aan aandacht en steun te winnen bij de partners in onderwijs en arbeidsmarkt.

 

Tekort aan stageplekken

Vaardigheden ontwikkelen zich het snelst in de praktijk. De beschikbaarheid van voldoende stage- en leerwerkplekken blijft dan ook van groot belang. En voor de komende periode is die beschikbaarheid nog uiterst onzeker. Niet voor niets is door partners in de regio Rijnmond in allerijl een regionaal actieplan voor stageplaatsen ontwikkeld. Vrij recente cijfers over het tekort aan stageplaatsen spreken boekdelen (figuur 6). In oktober waren er circa 1.500 mbo-stageplaatsen tekort in Rijnmond. Lag het aantal Beroeps Opleidende Leerweg (BOL)-stageplekken de voorgaande jaren in Rijnmond in oktober boven de 4.000, dit jaar blijft het aantal steken op 1.600. En het aantal Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL)-plaatsen is ten opzichte van de vorige jaren gehalveerd van circa 600 naar 300.

 

In het hbo is minder zicht op de cijfermatige kant van de stagemarkt, maar de geluiden vanuit het onderwijsveld zijn wisselend. In bepaalde domeinen lijkt het probleem mee te vallen. Zo vinden de meeste studenten in het technisch domein een stageplaats door de flexibiliteit en inzet van met name mkb-bedrijven in de Rotterdamse industrie en havensector. En zelfs in de opleiding Tourism Management van Inholland heeft inmiddels 70% van de studenten een afstudeerplek gevonden.

 

Een groter bewustzijn en een andere blik op nieuw talent vanuit werkgeverzijde dragen bij aan het oplossen van de stagetekorten. Durf als zorginstelling bijvoorbeeld ook te denken aan het inzetten van stagiairs die de horeca/hospitality-richting hebben gekozen. En blijf dat ook na de crisis doen, is een vaker gehoorde oproep. Een stagestimuleringsfonds, opgezet door onderwijsinstellingen, werkgeversorganisaties en gemeente Rotterdam, kan helpen om op kortere termijn werkgevers te bewegen extra te investeren in stageplaatsen. Ook als die door studenten van minder voor de hand liggende opleidingen worden ingevuld.

 

Zorgen om eerste- en tweedejaars

Uit de gesprekken kwam naar voren dat er meer zorgen zijn over het perspectief voor de eerste- en tweedejaars studenten dan om de ouderejaars en net afgestudeerden. Jongerejaars studenten hebben veel meer online onderwijs dan ouderejaars. Stages starten immers later in de studie. Daarnaast hebben jongere studenten meer moeite om zelfstandig structuur aan te brengen en zichzelf te motiveren.

 

Teun Stienen (derdejaars Ondernemerschap en Retailmanagement aan Hogeschool Rotterdam): “Als peer-coach van eerste en tweedejaars zie ik dat velen van hen het moeilijk hebben met al dat online onderwijs. Ze ervaren een gebrek aan motivatie, niet zozeer door de inhoud van het onderwijs maar door het gemis aan sociale interactie.”

 

Ook het loslaten van het bindend studieadvies, waartoe de Tweede Kamer recentelijk mede onder invloed van corona heeft besloten, is van belang. Dit neemt, zoals bedoeld, het probleem van de ongezonde prestatiedruk bij studenten weg. Een neveneffect is wel dat een deel van de studenten daardoor minder werd gemotiveerd om een optimaal studieresultaat te behalen. In combinatie met veel online onderwijs zorgt dit voor een verhoogd risico op afleiding, vertraging en een lagere resultaatgerichtheid van studenten.

 

Dat laatste aspect, in combinatie met de gestegen instroom in het mbo en hbo, leidt ook tot bezorgdheid vanuit het onderwijsveld. De instellingen krijgen te maken met een aanzienlijk grotere studentenpopulatie, terwijl het personeel nauwelijks op adem kan komen van de extra inzet door corona in de afgelopen tijd. Bovendien vindt in de onderbouw minder selectie plaats dan gebruikelijk, waardoor naar verwachting meer studenten moeite zullen hebben met het goed doorlopen van de laatste studiejaren. Vooralsnog bestaat geen duidelijk (cijfermatig) beeld van de mate waarin de jonge generatie studieachterstanden oploopt of uitval vertoont. Er is echter een reële kans dat over een paar jaar een relatief grote generatie afstudeerders de arbeidsmarkt opkomt.

 

Rogier Cazemier (hoofddocent Ondernemerschap en Retailmanagement aan Hogeschool Rotterdam): “Er staat heel veel druk op de ketel voor het onderwijs aan 1ste en 2de jaars. Door het loslaten van het ‘nominaal is normaal’-beginsel, oftewel de studiepuntennorm, konden veel meer 1ste jaars het tweede jaar in en bovendien zijn er meer scholieren het 1ste jaar ingestroomd.”

 

Corona als spelbreker…

Op korte termijn heeft de coronacrisis aantoonbaar negatieve gevolgen voor de positie van een aantal afgestudeerden op de arbeidsmarkt. Dat uit zich in doorstuderen, uitstelgedrag en genoegen nemen met een minder aantrekkelijke baan dan gehoopt. Dat geldt voor studenten die een opleiding volgen om te gaan werken in sectoren die door corona in het bijzonder zijn getroffen. En daarnaast meer specifiek voor studenten die minder weerbaar zijn, weinig zelfvertrouwen hebben en geen steun ervaren vanuit hun omgeving.

 

Uit onderzoek door Inholland over studie en leven van studenten in coronatijd komt naar voren dat veel studenten bezorgd zijn dat de crisis leidt tot een toenemende polarisatie tussen (groepen) mensen en een grotere kansenongelijkheid als het gaat om school of werk. Ook vergroot de huidige arbeidsmarktsituatie, waarbij in diverse segmenten sprake is van een verruiming, het gevaar op discriminatie op de arbeids- en stagemarkt onder werkgevers.

 

Isabella Heijmen (derdejaars Luchtvaartdienstverlening aan Zadkine): “Mijn medestudenten kijken positief naar de toekomst. Maar een aantal wil wel doorstuderen in een andere richting, bijvoorbeeld een studie Spaans of opleiding tot marechaussee.”

 

In segmenten met een ruime arbeidsmarkt en waar de gevraagde competenties relatief beperkt zijn, werkt de crisis een verdere flexibilisering in de hand. Daar is de arbeidsmarktpositie van zittend personeel relatief zwak. Dit zijn normaal gesproken tevens laagdrempelige sectoren voor mensen die tijdens een crisis zonder werk komen te zitten. Denk aan grote delen van de horeca, detailhandel en logistiek. Zodra de coronabeperkingen voorbij zijn, zal de werkgelegenheid in een deel van deze sectoren waarschijnlijk langdurig lager liggen. Dit terwijl het arbeidsaanbod nog verder kan toenemen. Zzp’ers worden extra hard geraakt door de coronacrisis. Het ligt dus niet voor de hand om als afgestudeerde nu te kiezen voor het zzp-bestaan in kwetsbare branches.

 

In de eerste helft van 2021 wordt in Nederland een grote faillissementsgolf verwacht, vooral in de horeca, fysieke non-food detailhandel, evenementensector, cultuur en het toerisme. In andere sectoren zoals de techniek, IT en zorg blijft juist krapte de arbeidsmarktdynamiek domineren.

 

Remco Nefs (studieloopbaanbegeleider Travel & Leisure College Zadkine): “Toerisme en luchtvaart is een sector met heel diepe dalen én pieken. Studenten luchtvaartopleiding die nu starten gaan ervan uit dat ze over drie jaar op een herstelde arbeidsmarkt terecht kunnen.”

 

…en versneller

Naast alle emotionele en economische schade, heeft de coronacrisis ook gunstiger effecten. Ze zorgt in elk geval op diverse fronten voor een versnelling van reeds voorzichtig ingezette trends van vernieuwing op de arbeidsmarkt en in de economie. Zo lijken werkgevers en het onderwijsveld in Rotterdam elkaar beter te (willen) begrijpen en elkaar vaker in gezamenlijke oplossingen te vinden. Daarmee komt de al langer wenselijk geachte publiek-private samenwerking in een stroomversnelling.

 

Pieter van Klaveren (voorzitter MKB Rotterdam-Rijnmond): “Door de coronacrisis is er vooral veel aandacht voor van school naar werk. Daar was voorheen te weinig aandacht voor. De sprong van school naar werk wordt door de coronacrisis meer betrokken in het hele opleidingstraject van werkenden.”

 

De crisis onderstreept het belang van persoonlijke ontwikkeling en sociale vaardigheden. De reeds groeiende aandacht daarvoor lijkt een extra versnelling te krijgen. Verder bestaat de indruk dat corona een impuls geeft aan de ingezette modernisering van de economische structuur. Zo wordt er meer werk gemaakt van om- en bijscholing van medewerkers in het havenindustrieel complex, die in het kader van de gewenste energietransitie nodig is. De lockdown heeft een extra boost gegeven aan e-commerce. Kortom, de banen van de toekomst komen voor de aankomende studiegeneraties steeds concreter in beeld.

FIGUUR 6A: ONTWIKKELING AANTAL MBO-STAGEPLAATSEN IN GROOTSTEDELIJKE REGIO’SStand: medio oktober 2020
Bron: Bureon, o.b.v. SBB
FIGUUR 6B: ONTWIKKELING AANTAL MBO-STAGEPLAATSEN IN GROOTSTEDELIJKE REGIO’STop 10 segmenten met grootste tekort aan stageplaatsen
Bron: Vereniging van Hogescholen

Diverse vernieuwingen op de ‘markt’ van stagiairs en afstudeerders zijn waarneembaar. De onderwijssector en werkgevers streven naar een grotere spreiding van stages (qua timing en intensiteit), nemen de gevestigde stage- en afstudeercriteria onder de loep en verkennen gezamenlijk de gewenste rolverdeling tussen onderwijsinstelling en werkgever. Stage matching is in toenemende mate mogelijk op basis van overeenkomende skills en vaardigheden, ongeacht de relatie tussen opleidingsrichting en branche en beroep. En kleinere, flexibelere organisaties worden minder vaak overgeslagen als stageplek.

 

Siska Handstede (studieloopbaanbegeleider Marketing & Communicatie Zadkine): “We nemen in het onderwijs de goede dingen uit de coronacrisis mee. Meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en vaardigheden, en voor de wensen vanuit het bedrijfsleven.”

 

De nieuwe generaties studenten, onderwijspersoneel en werkgevers groeien op in een ‘blended’ leer- en werkomgeving. De toekomstige organisatie lijkt definitief een meer gebalanceerde combinatie van online en on-site te worden.

 

Of de versnelling op genoemde terreinen zal doorzetten wanneer de coronacrisis is bezworen, valt natuurlijk te bezien. Afgaande op de voor dit essay gevoerde gesprekken, lijken bij diverse Rotterdamse bedrijven en organisaties in deze coronatijd stagiairs en afstudeerders van harte welkom te zijn. En niet zelden om juist een bijdrage te leveren aan de noodzakelijke vernieuwingsopgaven waarvoor die organisaties gesteld staan. Dat is misschien nog wel een van de mooiste ontwikkelingen: de directe bijdrage die de nieuwe generatie kan leveren aan het bestrijden van de crisis en het versnellen van de gewenste economische en maatschappelijke innovaties.

Terug naar boven