Corona weegt op geluksgevoel Rotterdammers.

De brede welvaart in Rotterdam was al laag en lijkt door de coronacrisis nog verder te zijn gedaald. Op het gebied van sociale contacten, woontevredenheid en baanzekerheid ervaren Rotterdammers een achteruitgang, terwijl het veiligheidsgevoel juist is verbeterd.

 

In de EVR van vorig jaar schreven we over de verschuiving naar brede welvaart als het meest nastrevenswaardige doel van beleid. Ter opfrissing: traditioneel wordt de groei van onze welvaart gemeten met de groei van onze economie. Economische groei is echter lang niet het enige wat mensen waardevol vinden. Daarom is het voor beleidsmakers een beperkt kompas om op te varen. Brede welvaart houdt wel rekening met de verschillende kanten van onze welvaart en bestaat uit elf dimensies (figuur 1).

 

Universiteit Utrecht en Rabobank meten de brede welvaart nu een aantal jaren met de brede welvaartsindicator, sinds kort ook op regionaal niveau. Daaruit blijkt dat Rotterdam op de meeste dimensies ondermaats presteert en dus een lagere brede welvaart heeft dan het landelijk gemiddelde. Vooral de lage score op de dimensie huisvesting sprong in het oog, een duidelijk gevolg van de gespannen huizenmarkt.

FIGUUR 1: DE ELF DIMENSIES VAN BREDE WELVAART
Bron: Universiteit Utrecht, Rabobank

De brede welvaartsenquête

Duidelijk is dat de coronacrisis niet alleen de economische kant, maar ook andere onderdelen van de brede welvaart raakt. Hier is tot nu toe weinig over bekend, omdat veel cijfers hierover nog ontbreken. Ook de meeste cijfers in de brede welvaartsindicator zijn voor 2020 nog niet beschikbaar. Om toch een eerste indruk te krijgen van de impact van de coronapandemie op onze welvaart, gebruiken we in plaats daarvan de uitkomsten van de brede welvaartsenquête. Deze is in de maand juni van 2019 en 2020 uitgezet en door ruim tienduizend mensen ingevuld. We vroegen hen om de elf dimensies van brede welvaart te waarderen op een schaal van één tot zeven (tabel 1). Het gaat hierbij dus nadrukkelijk om de welvaart zoals de respondenten deze ervaren, wat kan verschillen van de gemeten brede welvaart in de brede welvaartsindicator.

 

Ruim 5.500 mensen vulden de enquête in beide jaren in. Hierdoor kunnen we meten in hoeverre hun brede welvaart is veranderd tussen de twee peilmomenten. Vervolgens is bepaald welk deel van hen in 2020 een hogere dan wel lagere score heeft ingevuld en zijn die percentages met elkaar vergeleken. Significant meer mensen met een hogere (lagere) score dan vorig jaar betekent dat de dimensie is verbeterd (verslechterd). Omdat de enquête in juni 2020 is afgenomen, meten we hiermee enkel de effecten van de eerste golf.

TABEL 1: ELF ENQUÊTEVRAGEN OVER BREDE WELVAART
Bron: Rabobank

Eerste haarscheurtjes zichtbaar

In figuur 2 zijn de uitkomsten voor heel Nederland weergegeven. De verschillen tussen het percentage negatieven en het percentage positieven is bij de donker gemarkeerde dimensies statistisch significant (op een betrouwbaarheidsniveau van minimaal 95%). De conclusie die we kunnen trekken, is dat vijf dimensies duidelijk zijn verslechterd: subjectief welzijn (geluk), sociale contacten, baanzekerheid, werk-privébalans en huisvesting. Die verslechtering hoeft niet per se het gevolg te zijn van de coronapandemie, maar voor de eerste vier lijkt dat wel waarschijnlijk. Huisvesting is een dimensie die al langer achteruitgaat. Het vele thuiswerken sinds het uitbreken van de pandemie heeft daar mogelijk wel aan bijgedragen. Daardoor stellen mensen mogelijk andere eisen aan hun woning en waren zij vaker met het hele gezin aan huis gekluisterd. Dat laatste heeft waarschijnlijk ook de balans tussen werk en privé verstoord. Dat de baanzekerheid significant is gedaald, is een logisch gevolg van de economische neergang.

 

De sterke verbetering van de dimensie inkomen is opvallend. Belangrijk om te weten is dat het hier gaat om de vraag of mensen voldoende inkomen hebben, niet of dat inkomen hoger of lager is dan vorig jaar (tabel 1). Tussen het voorjaar van 2019 en de coronacrisis zijn meer mensen gaan werken, die daardoor voldoende inkomen kregen. Tijdens de crisis is dat aantal wel gedaald, maar door overheidssteun en werkloosheidsuitkeringen zijn de inkomensdalingen waarschijnlijk beperkt gebleven.

FIGUUR 2: DUIDELIJKE VERSLECHTERING OP EEN AANTAL DIMENSIES IN NEDERLAND
Bron: BCI

Zuid-Holland en Rotterdam

Van alle mensen die de enquête in beide jaren invulden, wonen er ruim 1.100 in Zuid-Holland. Op het niveau van de provincie zien we een aantal duidelijke effecten (figuur 3). Net als landelijk zijn de dimensies subjectief welzijn en huisvesting verslechterd en de dimensie inkomen verbeterd. Verder valt op dat de dimensie milieu is verbeterd, zij het niet statistisch significant. Het kan goed dat dit komt door de beperkte economische activiteit in die periode, waardoor mensen een schonere lucht ervaren. Tot slot is de baanzekerheid verslechterd.

 

In Rotterdam wonen bijna 150 mensen die de enquête in beide jaren invulden. Hoewel dat aantal zeer waarschijnlijk te klein is voor significante uitkomsten, lijken de meeste dimensies wel te zijn verslechterd. Ten opzichte van een jaar eerder zijn meer respondenten minder gelukkig dan gelukkiger en zijn er meer respondenten die hun huis slechter waarderen dan respondenten die hun huis beter waarderen. De crisis heeft op die groep hoogstwaarschijnlijk ook een negatief effect gehad op de dimensies sociale contacten en vooral baanzekerheid. Aan de positieve kant vallen veiligheid en maatschappelijke betrokkenheid op. De respondenten voelen zich over het algemeen dus veiliger dan vorig jaar, wat mogelijk een gevolg is van het toegenomen aantal handhavers in de stad. Ook de grotere maatschappelijke betrokkenheid kan, in de vorm van meer saamhorigheid, een gevolg zijn van de pandemie. Ondanks deze positieve effecten is de conclusie dat in Rotterdam de meeste seinen op rood lijken te staan.

FIGUUR 3: OOK IN ZUID-HOLLAND ZIJN DE EERSTE EFFECTEN VAN DE CRISIS ZICHTBAAR
Bron: BCI
FIGUUR 4: IN ROTTERDAM STAAN DE MEESTE SEINEN OP ROOD
Bron: BCI

Tot slot

De uitkomsten van de enquête geven een eerste indruk van de effecten van de coronacrisis. Het gaat hierbij om de ervaren brede welvaart van de deelnemers aan de enquête. Subjectieve gegevens dus. Ook belangrijk om nogmaals te benadrukken is dat hiermee alleen de effecten van de eerste golf kunnen worden gemeten, aangezien de enquêtes in juni zijn ingevuld. En tot slot is ook de beperkte respons op de enquête in Rotterdam een belangrijke kanttekening.

 

Toch zeggen de uitkomsten iets. De meeste dimensies staan er in Rotterdam een stuk slechter voor dan vorig jaar, dus per saldo lijkt de brede welvaart te zijn gedaald. Gegeven het relatief lage niveau van brede welvaart in de stad, is dat reden tot zorg. We zullen moeten wachten tot het voorjaar voor we de gemeten brede welvaart over heel 2020 kunnen presenteren, maar de voorlopige conclusie dat de coronapandemie Rotterdam waarschijnlijk stevig heeft geraakt.

Download origineel
Terug naar boven