Corona vergroot structurele uitdagingen economie Rijnmond.

Na de coronacrisis kan de regionale economie dit jaar weer opveren. Maar de economische groei stond voor de pandemie al onder druk en de versnelde energietransitie zet een rem op het herstel op de middellange termijn.

 

De corona-uitbraak veroorzaakt een kortstondige maar forse krimp van het bruto regionaal product van Rijnmond. Er liggen geen structurele onevenwichtigheden in de economie ten grondslag aan de crisis. Een vlot herstel zou daarom mogelijk moeten zijn. De kracht van het herstel in 2021 is echter onzeker en hangt vooral af van het verdere verloop van de pandemie. In deze economische verkenning gaan wij uit van de basisraming voor de Nederlandse economie van het Centraal Planbureau (CPB) uit november 2020. In dit scenario hebben Nederland en andere Europese landen het virus in de eerste helft van 2021 onder controle. Het CPB heeft naast de basisraming een start-stop scenario opgesteld, voor het geval er meer of verlengde lockdowns volgen. Een projectie van de belangrijkste kerncijfers voor Nederland van het start-stop scenario van het CPB op Rijnmond betreffen een verdieping van de krimp van het brp van Rijnmond tot min 2,3 procent in 2021, en een oplopende werkloosheid in Rijnmond tot 9,4 procent in 2021.

 

Inhaalvraag

De krimp die voor Rijnmond is voorzien in 2020 (-4,8%) is omvangrijk, maar vergeleken met de recessie in 2009 (-7,3%) beperkter. In 2021 wordt een opleving van 1,1% verwacht, trager dan het herstel van Nederland. De sector consumenten-diensten, één van de dragers van een evenwichtiger groeipad van Rotterdam in de afgelopen hoogconjunctuur, is sterk getroffen door de pandemie.

 

Daarnaast werken vraaguitval van fossiele brandstoffen en de krimp in de wereldhandel door in de regionale economie. Vooral de petrochemische industrie in de haven wordt structureel getroffen, mede door de energietransitie, wat herstel op middellange termijn vertraagt.

 

De werkgelegenheid is in 2020 naar schatting afgenomen met 1,2% en zal in 2021 verder krimpen met 1,9%. Daarmee is de afname van het aantal banen nog relatief mild vergeleken met eerdere fases van laagconjunctuur. Overheidssteun, verschuiving naar andere bedrijfstakken (van fysiek naar digitaal), vertrek van arbeidsmigranten en aanhoudende vraag naar personeel in sectoren die niet door lockdowns zijn getroffen, verzachten de impact van de coronacrisis op de werkgelegenheid.

 

Het herstel wordt in 2021 en de komende jaren verder gesteund door de vraagimpuls uit groei- en structuurfondsen, zoals de Groeiagenda Zuid-Holland. Bovendien is er een spaaroverschot onder huishoudens ontstaan vanwege gebrek aan bestedingsmogelijkheden door de lockdowns. Dat zal tot inhaalvraag leiden.

 

Structurele ontwikkelingen

Los van corona worden de verwachtingen voor de regionale economie gevormd door structurele ontwikkelingen. De economie van Rotterdam-Rijnmond bevond zich voor de pandemie in een proces van aanhoudende herstructurering van industrie, en vervoer en opslag. Daarnaast ontwikkelde de stedelijke economie van Rotterdam zich, vooral in het stadscentrum, gedragen door de zakelijke en consumentendiensten (in het bijzonder horeca), hoogwaardig openbaar vervoer en de toegenomen aantrekkelijkheid van de stad voor bedrijven en huishoudens.

 

De wereldhandel heeft de periode met hoge groeicijfers achter zich gelaten en de energietransitie is al ingezet. De verwachting op de lange termijn is, dat de fundamenten onder de economie van Rotterdam-Rijnmond, samen met die van Nederland, per saldo zijn verzwakt door de coronacrisis. Daarentegen zullen het nationale Groeifonds, de regionale Groeiagenda Zuid-Holland en de Duitse bestedingsimpuls effect gaan hebben op de regionale economie. De Duitse en Franse stimuleringsmaatregelen naar aanleiding van de coronacrisis hebben een onmiskenbaar groen oogmerk.

TABEL 1: REALISATIE 2013-2019 EN PROGNOSE 2020 EN 2021Kerncijfers economische ontwikkeling Rijnmond
Bron: CBS,CPB, Europese Commissie/bewerking NEO Observatory
FIGUUR 1: BRUTO BINNENLANDS PRODUCT, JAARLIJKSE GROEI IN PROCENTEN, RIJNMOND, NEDERLAND EN DE EU, REALISATIE 1995-2019 EN PROGNOSE 2020-2021Het effect van de coronacrises op het brp van Rijnmond lijkt anders dan de financiële crisis van 2009 meer op dat van Nederland. Het corona-effect is in Nederland en Rijnmond kleiner dan in Europa.
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 2: GROEI WERELDHANDEL EN WEDERUITVOER, JAARLIJKE GROEI IN PROCENTEN 1995-2019, PROGNOSE 2020-2021De wereldhandel laat een felle krimp zien, maar deze is geringer dan die van de recessie van 2009. De wederuitvoer, die hoofdzakelijk voor de Europese (Duitse) markt is, krimpt zelfs bescheiden. Per saldo ontwikkelt de wereldhandel zich gematigd en geeft minder impuls aan de groei in Rijnmond.
Bron: CPB, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 3: ONTWIKKELING BRUTO REGIONAAL PRODUCT (MARKTPRIJZEN) RIJNMOND, NEDERLAND EN DE EUROPESE UNIE IN PROCENTEN PER JAAR, 1995-2019 PER DEELPERIODERijnmond deelt naar verhouding mee in de gunstige jaren 2014-2019.
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

Krimp wereldhandel

De crisis leidt in 2020 naar verwachting tot een sterke krimp van de wereldhandel van 8,8%, vergelijkbaar met de daling in 2009. Voor 2021 verwacht het CPB een toename van 6%.

 

De wederuitvoer, overwegend naar het Rijn-Ruhrgebied in Duitsland, krimpt in 2020 veel minder (-1,3%), gevolgd door een toename van 2,3% in 2021. De wereldhandel krimpt netto, terwijl de wederuitvoer minimaal toeneemt over beide jaren. In vergelijking met het verleden zijn het zeer beperkte groeicijfers; deze werden reeds voor de coronacrisis voorzien en worden er niet beter op.

 

De trendmatige geringe groei van de wereldhandel en wederuitvoer heeft verschillende oorzaken. De EU is op veel volwassen markten uitgegroeid en de zwaartepunten verschuiven naar elders in de wereld. De markt voor aardolie is verzadigd en die voor steenkool krimpt, beide de ‘blockbusters’ van de Rotterdamse haven. Nederland is een netto-importeur van gas geworden, de energietransitie in met name Noordwest-Europa is ingezet en verandert handelsstromen. Containervervoer kent groei, maar het effect daarvan slaat neer in distributiecentra langs de snelwegen in Nederland. De vrijhandel in de EU krimpt door de brexit. Ook met de in december bereikte deal ontstaat er een barrière in de handel met de EU die uiteindelijk doorwerkt in de internationale handel en dus de Rotterdamse haven.

 

Signalen van de energietransitie

In de afgelopen jaren nam het verbruik van steenkool in Noordwest-Europa al af. In 2020 heeft de pandemie de afzet van fossiele brandstoffen voor vervoer plots gedrukt. Figuur 4 geeft een schatting van de afzet van het volume fossiele brandstoffen in 2020 als percentage van 2019. Duidelijk is dat de afzet van kerosine is ingestort. De aanvoer van aardolie is 10% lager dan in 2019, en het binnenlands verbruik van benzine en diesel voor het wegverkeer komt naar schatting op 87% van 2019. De afzet van zware stookolie steeg daarentegen, hetgeen mogelijk een gevolg is van overschotten op de aardoliemarkt. Het Internationale Energie Agentschap (IEA) verwacht dat de markt voor ruwe aardolie nog tot eind 2021 overschotten kent met prijsdruk als gevolg. Zulke overschotten zijn mogelijk blijvend en zijn signalen van de ingezette energietransitie. De overgang naar duurzame energie brengt daarentegen met zich mee dat er vraag ontstaat naar bouwcapaciteit voor windmolens op de Noordzee en systemen voor de afvoer, opslag en eventuele omzetting van elektriciteit. Tegelijk komen investeringen in de productie van waterstof op gang, met mogelijk aan Rotterdam-Rijnmond gebonden voordelen.

 

De Duitse en Franse overheid zetten met nationale herstelfondsen vol in op vergroening van de economie. Volkswagen heeft na het dieselschandaal het roer omgegooid en neemt de concurrentie van onder andere Tesla serieus. Tesla opent binnen enige tijd een fabriek in Brandenburg. Recent heeft VW aangekondigd het budget voor de ontwikkeling en productie van elektrische auto’s te verhogen van €40 miljard naar €150 miljard. Indien de elektrificatie van het Duitse wagenpark snel plaatsvindt, verdwijnt de vraag naar fossiele brandstoffen sneller dan de petrochemische industrie in Rotterdam zich kan aanpassen.

 

Corona leidt op de korte termijn tot vraaguitval van fossiele brandstoffen. Dit raakt juist de petrochemische industrie in Rijnmond. Omdat de energietransitie al gaande was voor de pandemie en de stimuleringspakketten streven naar vergroening van de economie, ligt een volledig herstel van de vraag naar fossiele brandstoffen niet voor de hand. Daardoor heeft de coronacrisis de economie van Rijnmond verzwakt, tenzij de omslag naar vergroening van de industrie in Rijnmond wordt versneld. De urgentie daartoe is in ieder geval verhoogd door corona.

FIGUUR 4: VOLUME 2020 (SCHATTING) ALS PERCENTAGE VAN TOTALE VOLUME IN 2019, TOTALE GOEDERENHANDEL, AANVOER AARDOLIE, STEENKOOL VERBRUIK (BINNENLANDS) EN VERBRUIK VOOR VERKEER EN VERVOERDe totale goederenhandel van Nederland is in 2020 naar schatting met ongeveer 10% afgenomen ten opzichte van 2019. Het verbruik van fossiele energie voor verkeer en vervoer is fors gedaald, maar stookolie is juist gestegen. Dit duidt op overschotten in de markt voor aardolie.
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 5: ONTWIKKELING TOEGEVOEGDE WAARDE (BASISPRIJZEN) NEDERLAND EN RIJNMOND, NAAR GROTE SECTOREN, GEMIDDELDE JAARLIJKSE GROEI IN PROCENTEN 2014-19Consumenten- en productendiensten geven het economisch herstel in Rijnmond substantieel vorm in het herstel van de grote recessie.
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 6: ONTWIKKELING WERKGELEGENHEID RIJNMOND EN NEDERLAND, GEMIDDELDE JAARLIJKSE GROEI IN PROCENTEN, 1995-2019 PER DEELPERIODEDe werkgelegenheid ontwikkelde zich over de periode 2014-2019 in Rijnmond positief.
Bron: CBS / CPB bewerking NEO Observatory

Horeca in de knel

De dienstensector trok de afgelopen jaren de groei in Rijnmond, juist in het centrum van Rotterdam. Daar is een concentratie van bestedingsrijke huishoudens en bedrijven gegroeid, onder andere gedreven door hoogwaardig ov. De concentratie van bewoners, ondernemers, werkenden en toeristen vormt een aantrekkelijk hoogwaardig stedelijk milieu voor ontmoetingen. Het is gebleken dat de groei in Rotterdam met name is gedragen door de ICT, horeca en cultuur/sport/recreatie. Fysieke detailhandel droeg niet zozeer bij aan de werkgelegenheid, maar wel aan de aantrekkelijkheid, bijvoorbeeld door attracties als de Markthal. Door corona is de verschuiving naar webwinkels in een stroomversnelling gekomen. Lockdowns hebben mensen weer naar de eigen keuken gebracht; of dit blijvend is, is de vraag. Een inhaaleffect in het restaurantwezen ligt voor de hand.

 

Daarnaast zal een deel van het thuiswerken blijvend zijn, hetgeen de filevorming op snelwegen drukt. De tijd dat werkenden in het centrum verblijven neemt door het thuiswerken naar verwachting af. Dat heeft gevolgen voor bestedingen in de lunchpauze en na werktijd aan de horeca. Corona zorgt ervoor dat de functie van de stad en het centrum nog meer bij tijdverdrijf en ontmoetingen komt te liggen. Pas eind 2021 is de pandemie naar verwachting voldoende teruggedrongen. Daardoor overleeft menige horecagelegenheid niet. Daartegenover staat dat er volop fysieke ruimte vrijkomt, die na verloop van tijd door ondernemers zal worden ingevuld. Rotterdam heeft de horeca, een drager van de groei in de afgelopen jaren en een relatief jonge sector in de stad, niet zomaar terug. Voor de ICT is het beeld gunstiger. Deze sector groeide de laatste jaren snel in Rotterdam en de coronacrisis pakte juist positief uit voor deze sector.

 

Werkloosheid blijft onder recordniveau

Ondanks de afzwakkende conjunctuur ontwikkelden participatie en werkloosheid zich voor de uitbraak van het coronavirus gunstig in Rijnmond en Rotterdam (figuren 7 en 8). De werkloosheid kwam in Rijnmond in 2019 op een zeer laag niveau terecht, namelijk 4,6% van de beroepsbevolking. De werkloosheid voor geheel Nederland kwam lager uit, op 3,4%. De verwachting is dat de werkloosheid in Rijnmond in 2020 op 5,5% uitkomt en in 2021 snel oploopt naar 8,1% (figuur 7). Naar verwachting zal de werkloosheid in Rijnmond evenals in andere grootstedelijke economieën sneller toenemen dan landelijk, vanwege de stedelijke, flexibele diensteneconomie met veel tijdelijke en parttime banen.

FIGUUR 7: ONTWIKKELING WERKLOOSHEID NEDERLAND, RIJNMOND EN ROTTERDAM, WERKLOOSHEID ALS PERCENTAGE VAN DE BEROEPSBEVOLKING NEDERLAND EN RIJNMOND EN ROTTERDAM, 1995-2019 EN PROGNOSE 2020-2021De werkloosheid in Rijnmond en Rotterdam daalde in 2019 tot lage niveaus en loopt snel op in 2021. De werkloosheid blijft wel structureel hoger dan in geheel Nederland.
Bron: CBS / CPB bewerking NEO Observatory
FIGUUR 8: BRUTO PARTICIPATIE (WERKZAME EN WERKLOZE BEROEPSBEVOLKING ALS PERCENTAGE VAN DE BEVOLKING 15-74 JAAR), REALISATIE 1995-2019, PROGNOSE 2020-2021De bruto participatiegraad van Rijnmond en Rotterdam groeit in de loop van de tijd naar het Nederlandse cijfer toe. De coronacrisis drukt de toename van de participatie; mensen melden zich af van de arbeidsmarkt en trekken zich terug in het huishouden.
Bron: CBS / CPB bewerking NEO Observatory

In 2020 is de toename van de werkloosheid nog beperkt door terughoudendheid bij werkgevers en steunmaatregelen van de overheid. Pas als het zeker is dat herstel er niet in zit, vallen er meer ontslagen. Op het moment dat ondersteunende maatregelen worden gestopt, worden faillissementen gerealiseerd of is het werkgevers duidelijk wat zij van het herstel kunnen verwachten. De werkloosheid zal daarom in 2021 naar verwachting verder toenemen. Het voortdurende verschil in werkloosheid van 1-2% tussen Rijnmond en Nederland is toe te schrijven aan structurele werkloosheid, die met name in Rotterdam is geconcentreerd en groter wordt in recessies en laagconjunctuur. Dit vergt aanhoudende aandacht voor leven lang leren en het integreren van de werkzoekenden in maatschappelijke organisaties, zodat vaste banen in het verschiet liggen. Op middellange termijn wordt toch aanhoudende schaarste op de arbeidsmarkt verwacht door structurele mismatch. De pandemie heeft het hoge aantal vacatures aan de vooravond ervan wel doen afnemen, maar niet doen verdwijnen. Dit illustreert de hoge mate van structurele mismatch op de arbeidsmarkt, zeker in een stedelijke regio als Rijnmond. Het woningtekort versterkt de mismatch, vooral voor lager en middelbaar opgeleiden die van de periferie in Nederland naar Rotterdam zouden willen verhuizen voor een baan.

 

Meer kansen voor vrouwen

De bruto participatiegraad van Rijnmond kwam in 2019 uit op een nieuw record van 69,5%, boven de oude piek van 68,8% in 2009. De aanhoudende vraag naar arbeid over de jaren 2015-2019 bewoog mensen vanuit het huishouden naar een baan. Vanaf 1995 kruipt de participatie van Rotterdam-Rijnmond naar het Nederlandse cijfer toe. Tussen 2016 en 2019 is de participatie van zowel Rotterdam als Rijnmond flink sneller gestegen dan die van geheel Nederland. Het verschil met Nederland is kleiner geworden door de verdienstelijking van de regionale economie van Rijnmond, in het bijzonder die van Rotterdam.

 

De drijfveer van de toenemende participatie verschilt per groep (geslacht, etniciteit). We gaan in op de participatie van vrouwen, vanuit het idee dat verdienstelijking van de economie en meer hoogopgeleiden in het stadscentrum resulteren in meer kansen voor vrouwen. Grootstedelijke diensteneconomieën bieden relatief meer werk voor vrouwen. Rotterdam is dan aantrekkelijker geworden als woon- en werkstad voor de werkende vrouw, ze kunnen in Rotterdam, maar ook erbuiten werken.

 

In de hoogconjunctuur voorafgaand aan de coronacrisis lag de participatiegraad van mannen in Rotterdam op 72,7% en die van vrouwen op 61,0%. Werkenden zijn oververtegenwoordigd in de suburbs van de stedelijke regio, omdat zij na hun opleiding een baan vinden en met het oog op inkomensstijging en gezinsvorming naar de omliggende gemeenten trekken. De groei van de participatiegraad tussen 2003-2005 enerzijds en 2017-2019 anderzijds is in Nederland gerealiseerd door vrouwen (+5,8%-punt). In Rotterdam is de toename van de participatiegraad van vrouwen in die periode hoger dan die van Nederland, namelijk 6,4%-punt. Opvallend is dat ook de participatiegraad van mannen is toegenomen in Rotterdam, met 2,4%-punt. Maar de langetermijntrend is dat vooral vrouwen het extra arbeidsaanbod op de arbeidsmarkt verzorgen, waarbij de verdienstelijking van de Rotterdamse economie behulpzaam is. Die biedt veel vrouwen werk, ook in Rotterdam.

 

Ondanks dit positieve beeld van verdienstelijking van de economie en de aantrekkelijke en leefbare stad, is het de vraag in hoeverre dit de fluctuaties op de arbeidsmarkt opvangt. Doorgaans is groei in participatie belangrijker voor lager opgeleiden. De werkloosheid onder hen varieert sterk onder invloed van de conjunctuur, terwijl die van hoger opgeleiden nauwelijks invloed daarvan ondervindt. De oorzaak is dat de flexibele banen hoofdzakelijk voor de lager opgeleiden zijn. De participatiegraad onder lager opgeleiden is rond de 50%, terwijl die van hoger opgeleiden op circa 85% ligt. De maatschappelijke potentie ligt dus bij lager opgeleiden, via opleiding en vaste contracten. Dit leidt tot meer productiviteit en hogere lonen.

 

De participatie van mannen en vrouwen is in verschillende mate conjunctuurgevoelig. Dit heeft te maken met de maatschappelijke ongelijke verdeling van formeel (betaald) en informeel (vrijwilliger, huishouden) werk. Informeel, onbetaald werk verschijnt niet in het bbp. Indien de vrouw gaat werken en een betaalde huishoudelijke hulp neemt, neemt de productie in het huishouden qua volume niet toe, maar verschijnt de waarde ervan nu wel in het bbp. Ook de waarde van de betaalde baan buitenshuis is dan extra in het bbp. Mannen en vrouwen pendelen verschillend tussen de formele arbeidsmarkt (werkend of officieel werkloos) en het huishouden of onbetaald werk als vrijwilliger. Uit figuur 9 blijkt dat vrouwen meer dan mannen de reserve op de arbeidsmarkt vormen en pendelen tussen beide posities. Opvallend is echter dat de mate waarin de participatie in Rotterdam mee-ademt met de conjunctuur niet bij vrouwen afwijkt van Nederland, maar juist bij mannen. Naast de flexibele vrouw wordt de Rotterdamse arbeidsmarkt en economie meer dan die van Nederland gekenmerkt door flexibele mannen. Hun participatie varieert in Rotterdam twee keer sterker dan de gemiddelde Nederlandse man. Dat is een specifiek Rotterdams verschijnsel, waarvan de achtergrond niet duidelijk is en om nader onderzoek vraagt.

FIGUUR 9: VERSCHIL IN BRUTO PARTICIPATIEGRAAD NAAR GESLACHT TUSSEN 2003-’05 EN 2017-‘19, NAAR REGIODe participatiegraad van vrouwen neemt meer dan die van mannen toe over de jaren 2003-2019. In Rotterdam stijgt die van vrouwen, maar ook die van mannen, door de verdienstelijking van de Rotterdamse economie en de aantrekkelijke stad.
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 10: VARIANTIE (STANDAARDAFWIJKING) VAN DE BRUTO PARTICIPATIEGRAAD NAAR GESLACHT, 2003-2019, VERSCHIL TUSSEN MANNEN EN VROUWEN, VOOR ROTTERDAM, RIJNMOND EN NEDERLANDVrouwen vormen meer dan mannen de arbeidsreserve op de arbeidsmarkt. Hun participatie varieert over de tijd sterker dan die van mannen. In Rotterdam is die voor zowel mannen als vrouwen hoger dan voor Nederland. Beiden hebben een kwetsbaardere positie op de arbeidsmarkt dan gemiddeld voor Nederland.
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 11: BEVOLKING NEDERLAND, RIJNMOND EN ROTTERDAM, JAARLIJKSE GROEI REALISATIE 1995-2019 EN PROGNOSE 2020-2021De groei van de bevolking van Rijnmond is tot de coronacrisis hoger dan die van Nederland, maar de crisis raakt met name de immigratie, terwijl het binnenlandse vertrek (suburbanisatie) voortgaat.
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

Een beknopte analyse van de participatiegraad naar geslacht levert drie conclusies op:

  1. De gestegen participatiegraad in Rotterdam en Rijnmond wordt evenals in geheel Nederland met name door vrouwen gedreven.
  2. Net als in Nederland vormen vrouwen in Rotterdam en Rijnmond de reserve op de arbeidsmarkt.
  3. In Rotterdam zijn mannen meer dan in Nederland een reserve op de arbeidsmarkt.

 

Bevolking en migratie in coronatijd

De groei van het aantal inwoners in Rotterdam is door de pandemie afgenomen. In de economisch gunstige pre-corona jaren groeide de bevolking van Rijnmond sneller dan in de rest van Nederland. De bevolkingsgroei van de gehele regio is nog wel positief, maar wordt hoofdzakelijk gedreven door de stad Rotterdam. In gunstige jaren is de bevolkingsgroei in Rijnmond hoger dan die in Nederland. Dat heeft drie oorzaken. Ten eerste de conjunctuur. In gunstige jaren trekt de arbeidsmarkt aan, waardoor werkzoekenden uit binnen- en buitenland naar Rotterdam worden getrokken. Ten tweede biedt de open Europese arbeidsmarkt toegang tot werkzoekenden die eenvoudiger inzetbaar zijn dan het aanbod uit de regio, dat eerst extra opleiding vergt. De mismatch op de regionale arbeidsmarkt wordt door de open arbeidsmarkt van Europa gemaskeerd. Ten derde heeft de stad Rotterdam na de recessie van 2009 een blijvende en vernieuwende impuls ondergaan: de aantrekkelijke stad. De bevolkingsgroei drijft de commerciële dienstensector, waaronder ICT en horeca, aan. Voor zowel consumentendiensten (bestedingen van huishoudens) en producentendiensten (samenvloeien wonen en werken) is de concentratie van wonen en werken gunstig. Daarnaast verschaft hoogwaardig ov de infrastructurele basis voor de bereikbaarheid van woon-werklocaties en voorzieningen. Deze factoren leiden tot het ontstaan van agglomeratiekracht vanuit goed bereikbare locaties met concentraties van wonen en werken.

 

Vanaf de uitbraak van het coronavirus afgelopen maart zakt de bevolkingsgroei in Rotterdam relatief sterk in ten opzichte van Nederland en Groot-Rijnmond. De Rotterdamse bevolkingsgroei drijft sterk op de inkomende buitenlandse migratiestroom en juist deze stroom is in de coronacrisis grotendeels stilgevallen.

 

Figuur 12 laat zien dat er op jaarbasis nog steeds bevolkingsgroei plaatsvindt in Rotterdam (+0,27% in oktober). In de maanden april tot en met augustus is er sprake geweest van bevolkingskrimp met in totaal 2.000 inwoners. Daarna volgden in september en oktober een sterke bevolkingstoename van in totaal 2.400 inwoners. Dit is overwegend inhaalvraag na de lockdown in het voorjaar. Onder andere de verrassend grote instroom van studenten in het hoger onderwijs vanuit binnen- en buitenland zorgde voor deze toename. De groei van het aantal studenten in het hoger onderwijs is een belangrijke drijvende kracht achter de groei van de stad. De instroom van het aantal studenten op de Erasmus Universiteit Rotterdam steeg met 10% in 2020 in vergelijking met 2019 en die van buitenlandse studenten groeide zelfs met 16% in het collegejaar 2020-2021. Opvallend is dat vooral het aantal studenten uit Europa sterk groeit, met name uit Duitsland. De instroom van studenten zorgt voor bevolkingsgroei en toename van de aanwezigheid van talent. Dit leidt op lange termijn tot een zelfversterkend proces, waardoor de stad voortdurend aan aantrekkelijkheid wint. Positieve externe effecten houden dan zichzelf in stand, een wezenlijk element van agglomeratievoordelen.

FIGUUR 12: BEVOLKINGSONTWIKKELING IN ROTTERDAM, GROOT-RIJNMOND EN NEDERLAND IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN, ALS PERCENTAGE VAN DE STAND BEGIN PERIODE, PER MAAND, JANUARI 2003 TOT EN MET OKTOBER 2020
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

Er zijn drie componenten die zorgen voor de bevolkingsgroei in Rotterdam (figuur 13). Allereerst is er de natuurlijke groei, ofwel het saldo van geboorte en sterfte. Er vindt in 2020 oversterfte plaats als gevolg van het coronavirus. Daarnaast is er het saldo van buitenlandse migratie. Ook deze component laat vanaf maart 2020 een sterke daling in Rotterdam zien door de lagere instroom vanuit het buitenland in het voorjaar en de zomer. In het saldo van de binnenlandse migratie is geen duidelijk effect zichtbaar van de impact van corona. Er vindt weliswaar per saldo een grotere uitstroom plaats naar de regio en de rest van Nederland, maar deze trend is in 2016 reeds ingezet. Deze ontwikkeling bestond al eerder, maar is gekeerd door de recessie van 2008-2009 en de stagnatie daarna die tot 2014 aanhield.

FIGUUR 13: BEVOLKINGSONTWIKKELING PER COMPONENT IN ROTTERDAM, ALS PERCENTAGE VAN DE STAND BEGIN PERIODE, PER MAAND, JANUARI 2003 TOT EN MET OKTOBER 2020
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

Rotterdam is de afgelopen jaren steeds aantrekkelijker geworden om in te wonen. De economische groei van de stad levert meer werkgelegenheid op en dat trekt mensen naar de stad. Daarnaast zijn het groeiend aantal studenten en de relatieve aantrekkelijkheid van Rotterdam voor starters op de woningmarkt in de Randstad belangrijke krachten geweest voor de groei van het aantal inwoners in de stad (zie EVR 2019). Jongeren en hoogopgeleiden willen graag in de stad wonen en stellen het ‘settelen in de suburb’ steeds meer uit. Deze trends zijn structureel en ook in 2020 zichtbaar. De instroom vanuit binnen- en buitenland naar Rotterdam is in 2020 nog steeds op een zeer hoog niveau (tabel 2). Tegelijkertijd is Rotterdam favoriet als aantrekkelijke woonstad voor starters uit de Randstad. De prijzen op de Rotterdamse woningmarkt zijn de afgelopen jaren in lijn daarmee geëxplodeerd (figuur 15). Dit maakt het vooral voor starters moeilijk om in Rotterdam een huis te kopen. Zij wijken uit naar omliggende gemeenten zoals Schiedam, Lansingerland of Dordrecht. De suburbanisatie vanuit de stad naar met name de omliggende regio is in volle gang. Waar Rotterdam een sterk negatief binnenlands migratiesaldo laat zien, is het binnenlands migratiesaldo in Groot-Rijnmond en Zuid-Holland positief. Dit is de zogenaamde ‘roltrapfunctie’ van Rotterdam. Hiervan profiteert eerst Rotterdam met de instroom van talent, en later de regio door de extra bevolkingsgroei.

TABEL 2: ONTWIKKELING VAN DE BEVOLKING NAAR COMPONENT IN ROTTERDAM IN 2020 T.O.V. 2019 EN GEMIDDELDE 2014-2019, CIJFERS VAN JANUARI T/M OKTOBER
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 14: BEVOLKINGSGROEI PER WIJK IN ROTTERDAM IN HET TWEEDE EN DERDE KWARTAAL; AANTAL 2020, GEMIDDELDE 2014-2019, EN HET VERSCHIL 2020 T.O.V. GEMIDDELDE 2014-2019
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory
FIGUUR 15: PRIJSINDEX BESTAANDE KOOPWONINGEN, T.O.V. EEN JAAR EERDER, IN ROTTERDAM EN NEDERLAND, 1996 Q1 TOT EN MET 2020 Q3W
Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

Bij de migratiestromen met het buitenland zien we dat in 2020 met name de instroom sterk is gedaald, vooral van migranten met een niet-westerse achtergrond. De migratie uit het buitenland bestaat uit een diverse groep. Het gaat om arbeidsmigranten uit Oost- en Zuid-Europa, uit de van oudsher bekende migrantenlanden (Turkije, Marokko, Suriname, Nederlandse Antillen, Kaapverdië), buitenlandse studenten en internationale kenniswerkers. Per saldo heeft dit in de eerste tien maanden van 2020 geleid tot een lagere bevolkingsgroei (4.800 ten opzichte van vorig jaar).

 

Binnen de stad is de impact van corona op de bevolkingsgroei vooral zichtbaar in de stadswijken rond het centrum waar veel immigranten en studenten wonen (figuur 14). Dit zijn wijken met veel goedkoop huuraanbod. Op de Rotterdamse koopwoningmarkt is het effect van de coronacrisis vooralsnog niet zichtbaar. De meest recente gegevens voor het derde kwartaal van 2020 laten zien dat de gemiddelde woningprijsstijging met 9% historisch hoog is. De oorzaak hiervan is de lage rente in combinatie met het oplopend woningtekort in Nederland. De nieuwbouwproductie blijft structureel achter door de verhuurdersheffing bij corporaties en bouwrestricties door de stikstofproblematiek. Daarnaast voorkomen de steunmaatregelen van het kabinet vooralsnog een hoge werkloosheid en daarmee vraaguitval. Voor beleggers is de woningmarkt relatief stabiel. De Nederlandse banken voorspellen dat er in de nabije toekomst wel prijsdalingen gaan plaatsvinden als bij het afbouwen van de steunmaatregelen faillissementen ontstaan en de werkloosheid oploopt. Mocht het sentiment op de woningmarkt omslaan en de woningprijzen dalen, dan is de verwachting dat de binnenlandse uitstroom van Rotterdam zal stagneren. De stad zal ook dan in binnen- en buitenland in de gratie blijven.

 

Tot slot

Al voor de coronacrisis was de glans van de Rotterdamse groei er enigszins af. Een hoogconjunctuur zonder inflatie, sterke flexibilisering van de arbeidsmarkt en reeds ingezette structuurveranderingen en transities haalden de rek uit de banen-en brp-groei. De krimp door corona is aanzienlijk, maar is niet gestoeld op onevenwichtigheden in de economie. Daarom is een relatief snelle opleving haalbaar. Maar bestaande uitdagingen in de economie van Rijnmond zijn door corona vergroot. Structurele ontwikkelingen zoals de economische structuurverandering, verdienstelijking, automatisering en de energietransitie blijven het beeld van de regionale economie bepalen.

 

Rijnmond en Rotterdam kennen specifieke sectorale en ruimtelijke brandpunten waar de coronamaatregelen hard aankomen. Het havenindustrieel complex staat al langer onder druk door de ingezette transities voor energie en productie. Corona versnelt de introductie van ICT in productie en dienstverlening alsmede de overgang van fossiele naar duurzame energiebronnen. Dit bemoeilijkt het herstel op middellange termijn. De urgentie voor het goed adresseren van de structuurverandering en transities blijft daarom onveranderd groot.

 

De stad blijft evenwel de magneet van economische ontwikkeling op de lange termijn. Ontmoetingsplekken in het stedelijk weefsel worden belangrijker dan ooit, als werknemers minder vaak op hun werkplek zullen verblijven. Die plekken 17 kunnen zich in zekere mate ook naar buiten het centrum verplaatsen. Buitenlandse studenten en migranten van Europese afkomst weten stad en regio snel weer te vinden, wat op lange termijn goed is voor de nodige talentontwikkeling.

FIGUUR 16A/B/C

Thuiswerken in Rotterdam moeilijker door economische structuur

Rotterdam heeft meer coronabesmettingen per hoofd van de bevolking dan gemiddeld in Nederland. Verschillende factoren hebben daar invloed op. Het is mogelijk dat er een relatie is tussen de economische structuur en het relatief hoge aantal besmettingen. Diverse factoren spelen een rol bij het ontstaan van besmettingen, dus het is maar een deel van de verklaring. De Rotterdamse economie bestaat uit relatief veel bedrijven waar thuiswerken minder gebruikelijk of zelfs onmogelijk is. Zo vertegenwoordigen de industrie en energiesectoren 14% van de banen in Rotterdam. Dat is meer dan in de andere grote steden: Amsterdam (6%), Utrecht (8%) en Den Haag (8%).

Een analyse van het CBS laat zien dat er grote verschillen zijn tussen beroepsgroepen en de mate van thuiswerken. Dat is relevant voor Rotterdam, omdat nijverheid en energie de sectoren zijn waar regelmatig thuiswerken ook voor corona het minst gebruikelijk was. Slechts 10% van de mensen in deze sectoren werkte regelmatig thuis in 2019.

Wanneer we gegevens van het CBS over thuiswerken combineren met arbeidsmarktgegevens blijkt dat Rotterdam in verhouding tot de andere grote steden relatief veel arbeidsplaatsen heeft in sectoren waar het minder gebruikelijk was, en daarmee nu moeilijker is, om thuis te werken.

Ook de sectoren onderwijs, zorg en logistiek zijn sterk vertegenwoordigd in Rotterdam. Ook in deze sectoren is het thuiswerken soms lastig. Op het totaal van de Rotterdamse economie blijkt dat de arbeidsmarkt relatief kwetsbaar is en Rotterdamse werknemers vaker naar het werk moeten, juist omdat de aard van hun werk dat vereist.

Terug naar boven