Dit zijn de knelpunten voor ondernemerschap in Rotterdam.

Rotterdam kan haar ecosysteem voor ondernemerschap versterken door de zwakke schakels aan te pakken. Erik Stam, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht, en verschillende Rotterdamse ondernemers geven advies.

 

Door de regio te zien als een ecosysteem voor ondernemerschap ontstaat een denkraam voor beleid gericht op het effectief ondersteunen van ondernemers. Hoogleraar economie Erik Stam is hiervan de grondlegger en noemt het zelf een ‘denk- en doe-kader voor economisch beleid’. Binnen dat kader worden diverse partijen en onderdelen (zie figuur 1) onderscheiden die van belang zijn voor ondernemerschap. De zogenoemde ‘basiselementen’ in het systeem kunnen worden gezien als een redelijk vast gegeven, waar via beleid en de inzet van betrokken partijen niet snel wat valt te veranderen. Denk aan de ligging en infrastructuur van een regio, de aanwezige consumptieve vraag (omvang, samenstelling, welvaart en consumptieve voorkeur van de bevolking) en de cultuur, dat wil zeggen de belangstelling voor ondernemerschap. Daarnaast is er een aantal ‘systeemelementen’, die volgens Stam directer te beïnvloeden zijn om het ondernemerschap beter te ondersteunen. Dit zijn de arbeidsmarkt, de toegang tot (gewenste) kennis, de aanwezigheid van ondersteunende zakelijke diensten en toegang tot financiering. Stam heeft een analyse uitgevoerd naar de staat van het ecosysteem voor ondernemerschap in Nederlandse regio’s.

 

FIGUUR 1: ALLE ELEMENTEN, OUTPUTS EN UITKOMSTEN VAN EEN ECOSYSTEEM VOOR ONDERNEMERSCHAP
Bron: Elmar Cloosterman, Erik Stam & Bas van der Starre (2018).

Innovatie en ondernemerschap

De vraag is of een goed functionerend ecosysteem voor ondernemerschap automatisch resulteert in veel innovatief ondernemerschap. Volgens de geïnterviewde ondernemers is er zeker een relatie.

 

Voor een bedrijf als Bram Ladage liggen ondernemerschap en innovatie dicht bij elkaar. ‘In ons hart blijven wij patat-bakkers’, zegt Rocco Ladage, mede-eigenaar van de patatketen. Dat is de onderscheidende kernkracht van het bedrijf. Ze blijven daarmee hun product en grotendeels het huidige businessmodel trouw. Vernieuwing zit ‘m in het variëren op het kernproduct naar gelang de wensen van de doelgroep en het meebewegen met het mobiliteitsgedrag van de doelgroep. Hiervoor is het bedrijf afhankelijk van onder andere de vastgoedwereld en het overheidsbeleid op het gebied van ruimtelijke ordening. Voor de jonge, doorgroeiende technologische ondernemin-gen TinyBots en SurGuide gaan ondernemen en innovatie hand in hand. Hun producten zíjn geen vernieuwing vanbestaande producten, maar bieden hiervoor een fundamenteel alternatief. Dit vergt echter veel van de gebruikersgroep; een wezenlijke verandering van hun mindset en manier van werken en organiseren. Eigenlijk is productinnovatie op zich niet de grootste uitdaging, maar de acceptatie door de gebruikers en accordering door keurings- en kwaliteitsbewakende instanties. Het bouwen aan een relatie met (regionale) marktpartijen en nauwe afstemming met instituties is van cruciaal belang.

 

Ook Lars Crama, oprichter van Innovators Inc, richt zich primair op businessmodel-innovaties en dus niet op product- of procesinnovaties. Hij adviseert grote bedrijven bij het samenwerken met en overnemen van innovatieve bedrijven (onder andere via corporate venturing), met als doel een nieuw businessmodel te ontwikkelen. Dit vereist een paradigmawisseling in de organisatie. Hier is niet in eerste instantie de klant of markt, maar de interne cultuur en organisatie de grootste uitdaging. Verder investeert Crama in snel groeiende softwarebedrijven die vernieuwende oplossingen bieden op basis van innovatieve technologieën. Dergelijke bedrijven hebben voor hun afzet vooral behoefte aan toegang tot (grotere) ondernemingen waar een nieuw businessmodel perspectief kan bieden. Ook hebben ze voldoende nieuw talent nodig.

Van ondernemingsklimaat naar ecosysteem

Een centraal onderdeel van het ecosysteem vormen (uiteraard) de ondernemers zelf. Zij nemen een bijzondere positie in. Aan de ene kant moeten zij, acterend binnen het systeem, uiteindelijk zorgen voor (meer) welvaart en werkgelegenheid. Aan de andere kant worden zij gezien als leveranciers van kennis, netwerken en initiatieven om het ecosysteem te verbeteren. De ondernemers nemen deel aan het gesprek over het ecosysteem en de verbeteragenda, maar leveren aan de uitvoering daarvan – naar vermogen – ook een bijdrage. Bijvoorbeeld bedrijven die, samen met onderwijsinstellingen, nieuwe opleidingen ontwikkelen. En bedrijven die andere ondernemers coachen en wellicht zelfs helpen bij het financieren van hun groeiplannen. Of denk aan de rol die bedrijven (in onderlinge samenwerking) kunnen spelen om via eigen slim mobiliteitsbeleid de verkeersproblemen voor hun personeel naar werklocaties aan te pakken. Kortom, ondernemers zijn volgens Stam zowel economische ‘output’ van het systeem als ‘systeemverbeteraars’.

 

Aan een dergelijke rol moeten veel bedrijven wennen en vooral grotere bedrijven zullen hier makkelijker toe in staat zijn dan kleinere, die zich primair met hun dagelijkse beslommeringen moeten bezighouden. Ondernemers zijn geneigd te denken vanuit het klassieke ondernemersklimaat. Daarin wordt uitgegaan van een eendimensionale rolinvulling: als de overheid maar zorgt voor goede randvoorwaarden om te kunnen ondernemen, dan kunnen ondernemers zich daarop concentreren en voor de gewenste welvaart zorgen. Maar de realiteit wijzigt snel. De overheid is steeds minder goed in staat om die randvoor-waarden op eigen kracht te realiseren. Tegelijkertijd wordt het bedrijfsleven steeds meer aangesproken op zijn bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat betekent ook een grotere verantwoordelijkheid binnen het ecosysteem.

 

Hét regionale ecosysteem bestaat niet

Zoiets als een vast omlijnd regionaal ecosysteem bestaat niet, noch qua geografische afbakening noch wat betreft de exacte partijen die ervan deel uitmaken. Het ecosysteem-denkraam fungeert als vertrekpunt voor het gesprek tussen overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere partijen in een regio om gezamenlijk te bepalen wat de zwakste schakel in het ecosysteem is. Het is van belang dat die zwakste schakel op basis van objectieve analyse wordt vastgesteld en dat hierover tussen de partijen consensus bestaat. Op die manier kunnen ‘broodjeaapverhalen worden ontzenuwd die over de regionale economie de ronde doen’, aldus Stam. Zodra dat het geval is, kan worden bepaald welke (beleids)acties nodig zijn en hoe deze kunnen worden georganiseerd en uitgevoerd. Dan pas wordt ook min of meer duidelijk wat het schaalniveau van het ecosysteem is en welke onderdelen (stakeholders) daarbij van belang zijn. Het ecosysteem-denken richt zich dus niet persé op doelgroepen of doelstellingen, die op voorhand vaststaan. De aanleiding om het gesprek over het ecosysteem te beginnen kan natuurlijk wel zijn ingegeven door specifieke economische problemen of ambities en doelstellingen.

 

Wie zit(ten) aan het roer?

Ondanks het feit dat de overheid steeds minder in staat is de randvoorwaarden voor een goed ondernemingsklimaat op eigen kracht in te vullen, is het in Nederland doorgaans nog altijd de overheid die het gesprek over versterking van het ecosysteem initieert. Er zijn maar weinig steden en regio’s waar het bedrijfsleven die trekkersrol vervult. Daarvoor dienen volgens Stam (grotere) bedrijven aanwezig te zijn die opereren met voldoende ‘public spirit, een sterke loyaliteit aan de regio en het vermogen om voldoende achterban en partijen te mobiliseren om mee te doen’. Ook in Rotterdam lijkt het bedrijfsleven niet de rol van initiator te vervullen, maar zit de gemeente vaak – in eerste instantie – aan het roer. Dat is in elk geval het beeld dat uit gesprekken met ondernemers naar voren komt (zie kaders).

Lars Crama van Innovators Inc. geeft aan dat grotere diepgewortelde bedrijven zoals Eneco en Unilever best een trekkersrol zouden kunnen vervullen voor lokale ecosysteemverbetering, maar dat hun prioriteit daar in de praktijk niet ligt. Snelgroeiende scale-ups zoals Helloprint en lokale vestigingen van landelijke organisaties zoals Rabobank zijn volgens hem actiever betrokken bij hun lokale ecosysteem.

 

In de beleving van patatondernemer Rocco Ladage zijn binnen het ‘ecosysteem’ waarin de retailsector opereert de gemeentelijke overheid en de grote beleggers in winkelvastgoed de dominante spelers. De gemeente via het ruimtelijk beleid en regelgeving, de grote beleggers waar het gaat om de sturing op het retailaanbod via onder andere de huurniveaus van het winkelvastgoed.

 

SurGuide geeft aan dat het Erasmus Medisch Centrum (EMC) een belangrijke broedplaats en kennishub is voor bedrijven in de medische technologie. Maar of het EMC, als verreweg de grootste partij in de regio op medisch gebied, in staat is om de ontwikkeling van een medisch ecosysteem van internationaal gewicht te smeden, is de vraag. Het is Lars Ottevanger, mede-eigenaar van EMC-spin-off en MedTech-bedrijf SurGuide is het bijvoorbeeld niet bekend of het EMC relaties heeft met grote internationale medtech-clusters als Boston of München. Illustratief is het initiatief Life Sciences & Health 010, dat sterk door de overheid is gedreven en dat is gericht op het versterken van de netwerken binnen het Rotterdamse ecosysteem.

 

De sterke regiefunctie van de gemeente in de medtech -sector wordt ook ervaren door Wang Long Li, oprichter van TinyBots. Hij ervaart de gemeente en regio (via Innovation Quarter) als nuttige makelaars en adviseurs.

 

Bijvoorbeeld om makkelijker in contact te komen met zorginstellingen en mogelijke partnerbedrijven. Zonder de inzet van de gemeente zou TinyBots minder snel de samenwerking hebben kunnen aangaan met (thuis)zorginstellingen Aafje en Carijn, is zijn overtuiging.

Duiding van ‘het’ Rotterdamse ecosysteem

Zoals gezegd valt een ecosysteem niet eenduidig af te bakenen. Toch kunnen we niet om de vraag heen waar we over praten als we het hebben over het ‘Rotterdamse ecosysteem’ voor ondernemers. Voor elk van de onderdelen van het systeem geldt een andere geografische scope. En op elk van de onderdelen staat de regio er weer anders voor, zo blijkt uit de ecosysteemanalyse die Stam voor Nederlandse regio’s heeft uitgevoerd (zie figuur 2). We gaan hier enkele onderdelen af die het meest relevant zijn voor de innovatiekracht van Rotterdamse bedrijven.

FIGUUR 2: STERKE EN ZWAKKE ELEMENTEN UIT HET ECOSYSTEEM VAN GROOT-RIJNMOND EN ENKELE ANDERE REGIO’S, TEN OPZICHTE VAN HET NEDERLANDS GEMIDDELDE
Bron: Elmar Cloosterman, Erik Stam & Bas van der Starre (2018).

Talent

De arbeidsmarkt bestrijkt grofweg het Rijnmondgebied, enigszins doorlopend naar de Haagse regio. Stam: ‘De actieradius op de arbeidsmarkt houdt voor de meeste werkenden wel bij enkele tientallen kilometers op, dus een gebied van grofweg 50×50 kilometer’. Daardoor zijn de woon-werkrelaties met de Leidsche regio en het Groene Hart al een stuk beperkter. De geografische omvang varieert (uiteraard) wel naar arbeidsmarktsegment.

 

Lars Crama adviseert met zijn bedrijf Innovators Inc grote bedrijven en helpt snelle groeiers aan venture capital. Volgens hem is de relatie met de TU Delft van cruciaal belang. De technische universiteit is immers leverancier van talent met opleidingen Science, Technology, Engineering en Mathematics (STEM). Hightechbedrijven in Rotterdam zitten om deze mensen te springen. Er zijn momenteel 3500 IT-vacatures in de stad. Zonder Delft zou slechts 11% van de afstudeerders STEM-student zijn, veel lager dan in de meeste andere grotere steden in Europa. Nemen we Delft mee dan stijgt dat aandeel naar 28% en is Rotterdam de nummer één van Europa! Waarschijnlijk werkt dit effect ook enigszins door in de score van de regio op het onderdeel talent in de analyse van Stam. In die analyse is Delft namelijk meegenomen in de regio Delft en Westland. Maar de oorzaak moet ook binnen de Rotterdamse arbeidsmarkt zelf worden gezocht. Stam: ‘Er zijn grote verschillen in opleidingsniveau en met name in Rotterdam-Zuid is de groep laagopgeleiden erg groot’.

 

Voor frietketen Bram Ladage is de arbeidsmarkt bijna een puur lokale aangelegenheid. Dit bedrijf richt zich juist op lager tot middelbaar geschoolden, vooral jongeren die een mbo-horeca-opleiding volgen of hebben afgerond. Mede-eigenaar Rocco Ladage: ‘We moeten er veel energie in steken om gemotiveerde jongeren te werven en te behouden. Het is immers hard werken en je moet goed contact met de klanten kunnen hebben.’ Het bedrijf doet er van alles voor: interne trainingen en opleidingen, uitjes, quizzen, enzovoorts. Het is vooral van belang de taal vande jongeren te spreken. Mede door het lagere opleidingsniveauis de rol van medewerkers bij het innoveren vrij beperkt.

 

Nieuwe kennis

Volgens Stam domineert op het terrein van kennis en innovatie de as Leiden-Delft-Rotterdam. Voor de wetenschappelijke wereldstrekt het ecosysteem zich uit tot mondiaal niveau; het internationalenetwerk van universiteiten en instituten. Voor de specifieke, hoogwaardige kennis en kunde die SurGuide bijvoorbeeld nodig heeft, wordt er nauw samengewerkt met technologische bedrijven in Berlijn en zijn er op medisch vlak samenwerkingsverbanden met gerenommeerde ziekenhuizen in onder meer Frankrijk en Duitsland. Ook voor vergelijkend onderzoek naar ecosystemen van grote steden zoals Rotterdam is een internationaleblik van belang. Voor het analyseren van het Rotterdamse ecosysteem heeft het niet zoveel zin om (alleen) naar Nederlandse steden te kijken. Stam: ‘Steden als Hamburg, Antwerpen en Bremen zijn voor Rotterdam de relevante benchmarks’.

 

De regio Rotterdam scoort in de analyse van Stam et al. (2018) relatief laag op het gebied van kennis, gemeten naar de mate waarin het bedrijfsleven R&D-investeringen (personeel en machines) doet. Regio’s met een technische universiteit en sterkere vertegenwoordiging van de maakindustrie komen op dit punt juist relatief goed uit de bus. Dat zijn kenmerken waaraan de Rotterdamse regio minder goed voldoet, onder meer omdat Delft buiten de analyse valt. Erik Stam stelt het prikkelend: ‘De Erasmus Universiteit en de hogescholen zijn herkenbare kennisspelers, maar zij opereren in een kenniswoestijn’.Volgens hem is het leeuwendeel van de Rotterdamse beroepsbevolking juist laag- tot middelbaar opgeleid en is het bedrijfsleven erg gericht op de dagelijkse praktijk en weinig op innovatie. investeert het bedrijfsleven relatief weinig in innovatie.

 

Financiering

Voor financiering van reguliere vervangings- en uitbreidingsinvesteringen kan het leeuwendeel van het bedrijfsleven goed in de eigen regio terecht. In financiering van het mkb domineert de bancaire dienstverlening. Natuurlijk varieert de toegang tot kredietverlening wel naar type bedrijf. Rocco Ladage: ‘Horeca heeft de laatste 10 jaar niet veel support van de banken gehad. Deels doordat er vaak weinig financieel onderpand aanwezig is, anderzijds door de beperkte financieringsomvang, waardoor de risico – rendementsverhouding voor een bank niet interessant is. Echter zijn hiervoor wel alternatieven als bijvoorbeeld crowdfunding voorhanden.’

 

Innovatieve, snelle groeiers in hoog-specialistische nichemarkten zijn vaker aangewezen op venture capital. Durfinvesteerders lijken in Rotterdam wel aanwezig te zijn, maar veruit het meeste aanbod is in Amsterdam te vinden. Niet zozeer de lokale aanwezigheid van als wel de toegang tot deze investeerders is van cruciaal belang.

 

En over de benodigde verbinders beschikt Rotterdam wel, zoals Lars Crama voor kredietverlening voor snelgroeiende softwarebedrijven illustreert.

 

Lars Crama richt zich met Arches Capital op innovatieve, snelgroeiende Nederlandse softwarebedrijven. Met een landelijk netwerk van meer dan 50 business angels voorziet hij deze bedrijven van groeikapitaal, variërend van grofweg 250.000 euro tot 750.000 euro. Het hoofdkantoor van Arches Capital is in Amsterdam, waar ook de meeste Nederlandse venture-capitalbedrijven zijn gevestigd. Hij springt daarmee in het gat dat aanwezig is tussen financiering in de startfase door ‘family, friends en fools’ en dat van grotere VC’s en institutionele kredietverstrekkers, zoals banken.

 

Waar SurGuide tot dusver terecht kon bij subsidieverstrekkers en geldverstrekkers uit het directe eigen netwerk, oriënteert het zich sinds kort op venture-capitalbedrijven die actief zijn in de medisch-technologische sector. Die zitten niet in Rotterdam maar binnen Nederland vrijwel allemaal in Amsterdam. Voor de meeste jonge medtech-bedrijven is die afstand volgens Lars Ottevanger, mede-eigenaar van SurGuide, geen probleem. ‘Maar om je als medische topregio op de internationale kaart te zetten, is het realiseren van een compleet medisch ecosysteem inclusief venture capitalists en bijvoorbeeld ook een Notified Body dat zich richt op medische technologie (certificeringsorganisatie, red.) wel van belang’, aldus Ottevanger.

 

Ook TinyBots is in de doorgroeifase aanbeland. Na de periode van ontwikkeling en prototyping, vindt nu de overgang naar opschaling en vermarkten plaats. Het bedrijf heeft daarbij contact met mogelijke kredietverleners in Rotterdam, maar ook elders in het land. ‘Het gaat erom een kredietverlener te vinden waarmee je als bedrijf een klik hebt’, zo ervaart Wang Long Li, mede-eigenaar en oprichter van TinyBots. Immers, wil een partij de forse bedragen investeren die nodig zijn, dan moet hij een nieuw concept als TinyBots helemaal doorgronden en er vertrouwen in hebben. Daarnaast heeft TinyBots een Rotterdams bedrijf in de arm genomen dat hen begeleidt bij het binnenhalen van een belangrijke, omvangrijke subsidie (H2020 SME-instruments fase 2).

 

Netwerken

Uit het onderzoek onder Nederlandse regio’s van Stam blijkt dat deze regio, overigens net als veel andere, niet goed scoort op de verbondenheid van bedrijven aan (kennis)netwerken. Die lage score herkent Crama direct. Hij is ook direct betrokken bij Up!Rotterdam, een initiatief gericht op het ondersteunen van Rotterdamse snelle groeiers. ‘Tijdens de marktverkenning ter bepaling van de agenda van Up!Rotterdam zijn we erachter gekomen dat Rotterdam zeer veel groeiondernemers heeft, maar dat we de helft daarvan niet kenden’. In Rotterdam is al veel aanwezig: opleidingen, hubs, innovators en andere facilitators voor groeiers. Er zijn ook talloze groeiende bedrijven in Rotterdam. Maar de stad kenmerkt zich door veel eilandjes.

 

Oorzaken zijn volgens Crama het ontbreken van een compact centrum en de scherpe scheidslijn tussen ‘oude’ (havencomplex) en ‘nieuwe’ economie (overwegend jongere Next Economy bedrijven). Stam: ‘Het havencomplex is erg kapitaalintensief en productief en steeds minder gericht op het grootschalig investeren in human capital’. Vooral nieuw en innovatief ondernemerschap heeft goede redenen om kennis te delen en samen te werken. Crama ziet dit ook terug in de financiering van jonge, groeiende bedrijven, waar de link met het in Rotterdam wel degelijk aanwezige ‘oud geld’ beperkt is.

 

In de beleving van SurGuide en zeker ook TinyBots speelt de gemeente Rotterdam een sterke en positieve rol in de netwerkontwikkeling van de Rotterdamse medtechsector. Long Li: ‘Wij zien de gemeente en Innovation Quarter als mede- ontwikkelaars van een positieve investeringscultuur, onder andere via het verbinden van partijen en het organiseren van kennis- en netwerkevents’.

 

Aanbrengen van focus

De neiging bestaat om een ecosysteem te definiëren rond een bestaande bedrijvensector of -cluster, zoals de maakindustrie of logistiek. Maar dit is om twee redenen niet wenselijk. In de eerste plaats laten ondernemerschap en innovatie zich niet ‘opsluiten’ in sectoren, maar komen ze juist tot hun recht bij sectoroverstijgende innovatiekansen. Daarnaast is met een sector of al bekend bedrijvencluster een gevestigd belang gemoeid, dat doorgaans al de nodige (overheids)aandacht krijgt. Het vanuit ecosysteemdenken vaststellen van de zwakste schakel levert idealiter aanknopingspunten op voor nieuwe economische kansen in een economisch domein dat zich nog moet uitkristalliseren. De vraag is met welke grondigheid dit in Rotterdam is gebeurd. Via een thematische insteek kan het ecosysteem worden gezien als een verzameling van communities. Dit sluit in Rotterdam aan bij de drie vastgestelde speerpunten circulaire economie, digitalisering en energietransitie. Dit zijn ook speerpunten waar grote, sector-overstijgende innovatieopgaven liggen. Een valkuil bij een dergelijke thematische benadering, zonder strenge afbakening van vraagstukken en stakeholders, is de (te grote) breedte ervan.

 

Een aardig – toch al op het oog specifiek – voorbeeld is de medtechsector. Oprichter van TinyBots Wang Long Li: ‘De zorgsector wordt overspoeld met nieuwe zorgtechnologieën die de zorg efficiënter zouden moeten maken, bij een gelijkblijvende of zelfs hogere kwaliteit. Voor zorgverzekeraars is het erg lastig door de bomen het bos te zien en te beoordelen welke producten echt van toegevoegde waarde zijn voor de zorg’.\

Ten aanzien van de speerpuntenkeuze van Rotterdam is Crama kritisch: ‘De Roadmap Next Economy geeft wat richting voor de regio, maar vanwege de diverse clusters en bijbehorende belangen is het moeilijk om keuzes te maken waarmee we ons (inter)nationaal duidelijk kunnen positioneren’. Een gericht, maar wel breed verbindend thema voor de Rotterdamse economie zou volgens hem mobiliteit kunnen zijn. Hij pleit er dan ook voor om zo snel mogelijk de aangekondigde mobility campus in het M4H-gebied te realiseren als vrijplaats voor innovatief ondernemerschap.

 

Ook Stam pleit voor voldoende afbakening in ecosysteem-versterkend beleid: ‘Je moet je richten op de zwakste schakel in het systeem, want je kunt niet alles verbeteren’. Wat hem betreft is dat ook een mogelijke benaderingswijze: beleid gericht op het organiseren van communities rond de grootste tekortkomingen. Indien bijvoorbeeld talent als grootste kwetsbaarheid wordt gezien, is dat een aanleiding om een community te organiseren rond een human capital agenda.

 

Opgaven voor Rotterdamse ecosysteem

In de ecosysteemanalyse voor Rotterdam zijn al de nodige plus- en minpunten aan de orde gekomen, zoals de relatief goede toegang tot financiering en lage score op bedrijfsnetwerken. Tot slot nog enkele interessante aanknopingspunten voor verdere discussie over het versterken van het Rotterdamse ecosysteem voor ondernemerschap.

 

Brede systeemanalyse: talent als zwakste schakel

Als je de sterke en zwakke elementen uit het Rotterdamse ecosysteem in zijn totaliteit overziet, zou een rond het thema talent ingestoken agenda hier relevant kunnen zijn. Stam geeft hiervoor een korte ecosysteemanalyse voor Rotterdam. De stad kent een verhoudingsgewijs omvangrijk aantal laagopgeleiden, wat een drukkend effect heeft op het ontstaan van nieuw innovatief ondernemerschap. Gevolg: er is minder reden in het bedrijfsleven om samen te werken, waardoor de organisatiegraad en leiderschap vanuit het bedrijfsleven beperkt zijn en nieuwe economische kansen en ontwikkelingen lastig op de kaart worden gezet.

 

In- en externe netwerken

In de regiovergelijking van Stam kwam deze regio er minder gunstig uit op de systeemelementen netwerken en leiderschap. Up!Rotterdam heeft als doel het versnipperde startersondernemerschap bij elkaar te brengen. Ook de programmering van ondernemersevents verdient stroomlijning. Crama: ‘Onze stad telt ongeveer 150 events voor ondernemers per jaar. Ondernemers kennen daar maar een klein deel van en gaan naar slechts enkele van die bekende toe.’ Hij pleit voor samenvoeging van een deel van die evenementen en het beter op elkaar afstemmen van de programmering en agendering door het jaar heen.

 

Wat betreft externe netwerken is het van belang dat Rotterdam zich profileert en stevig positioneert in internationale netwerken, in het bijzonder rond strategische thema’s en speerpunten. Zowel Crama als Ottevanger zien voor ‘hun’ ecosysteem de nodige kansen voor Rotterdam. Ottevanger is van mening dat Rotterdam een compleet medtech ecosysteem moet kunnen aanbieden: ‘We hebben hier geen groot medisch science park. Als je dat wel hebt, sta je als volwaardig ecosysteem op de kaart, doe je internationaal echt mee en trek je meer investeerders en innovatieve bedrijven aan.’

 

Crama: ‘Rotterdam heeft de ruimte voor een internationaal festival, waar stakeholders uit de mondiale hightech/IT-sector in groten getale op af komen, en moet daarvoor gaan!’ Volgens hem heb je een groot verbindend evenement nodig om ondernemers, onderwijs, investeerders en andere partijen samen te brengen en samen te laten innoveren. Hij verwijst naar events met mondiale bekendheid als Slush en South by Southwest (SXSW).

 

Rol van de overheid

Zoals gezegd is de overheid in Nederland doorgaans een belangrijke speler in het ecosysteem voor ondernemerschap, zoniet de aanvoerder. Ottevanger en Long Li ervaren de procesrol van de gemeente, acterend als ambassadeur voor en ondersteuner van de innovatieve medtechsector, als positief. Stam wijst op een valkuil: ‘De overheid moet handelingsperspectief bieden aan het bedrijfsleven.’ Zo gaat een Economic Board die gedomineerd wordt door bureaucraten geen potten breken. Illustratief binnen de Rotterdamse context is volgens Crama de suggestie van de gemeente om Up!Rotterdam vanuit het kantoor De Rotterdam te laten opereren. Crama: ’Dat zag ik niet zitten, want contact onderhouden met ondernemers doe je niet vanuit een ivoren overheidstoren.’

 

De ervaringen die Rocco Ladage schetst in zijn relatie met gemeenten zullen door menig ondernemer worden herkend: ondoorzichtigheid in de gemeentelijke organisatie en trage besluitvormingsprocessen. Dit roept de vraag op of niet alleen het organiserend vermogen van het Rotterdamse ecosysteem voor ondernemerschap aandacht behoeft, maar ook dat van elementen binnen het systeem. Zo bezien kunnen systeemelementen zoals grote instellingen en bedrijven elk voor zich ook als ecosysteempjes worden gezien. Wie weet kunnen praktijkervaringen uit het ecosysteem voor ondernemerschap ook zijn vruchten afwerpen voor de interne organisatie van partijen in dat systeem.

 

Meer achtergrondinformatie over Erik Stam en de geïnterviewde ondernemers is te vinden in de uitgebreide versie van dit artikel op de EVR-website.

 

Download origineel
Terug naar boven

Meer over de EVR

Bekijk de EVR-cijfers