Innovaties waar iedereen van profiteert.

Volwassen bedrijfstakken drukken hun stempel op de Rotterdamse economie. Maar nader onderzoek geeft een verrassend divers beeld van subsectoren die nog maar aan het begin staan van hun levenscyclus. Hier liggen de beste kansen voor vernieuwing en groei.

 

Sectoren en bedrijvenclusters maken een cyclus door van groei, stagnatie en krimp. In de volwassen fase is het goed om na te denken over aanpassing, vernieuwing en transformatie van productieprocessen en producten (diversificatie). Maar eigenlijk is in alle fases alertheid op impact nodig. Vooral voor de betreffende bedrijven en sectoren zelf, maar ook voor lokaal beleid dat het faciliteren van vernieuwing en baancreatie op zijn beleidsagenda heeft staan. Toen het begrip clusterlevenscyclus werd benadrukt in het provinciale rapport De Weerbare Regio uit 2012 kwam daarbij de urgentie van economische structuur-verandering en vernieuwing naar voren, omdat de breed gedefinieerde lokale specialisaties van Rotterdam (chemie, logistiek, tuinbouw) overwegend kenmerken van volwassenheid en krimp leken te hebben. Liggen anno 2019 de kaarten anders?

 

In recent onderzoek hebben we enerzijds gekeken hoe (top)sectoren zich in de periode 2002-2017 hebben ontwikkeld, maar hebben we ook een verdiepingsslag gemaakt. De breed gedefinieerde sectoren herbergen namelijk naast krimpende en stagnerende onderdelen vaak wel degelijk ook opkomende en groeiende subsectoren. Voor Rotterdam en Rijnmond werd figuur 1 in het verleden gebruikt, waarbij opviel dat de grote sectoren in de regio relatief volwassen of zelfs teruggaand in werkgelegenheid zijn. Reden te meer om werk te maken van vernieuwing en aanpassing. Maar waarin precies, en waar?

 

Groeikansen

De sectoren in figuur 1 sluiten grofweg aan bij de topsectoren die door de nationale overheid als belangrijk zijn gekenmerkt voor de Nederlandse economie. Zakelijke diensten en ICT zijn in eerdere onderzoeken die kijken naar vernieuwingskansen voor de regionale economie opgenomen, naast de ‘traditionele’ topsectoren. Er zijn aanwijzingen dat sectoren op een hoog aggregatieniveau een groeipad kennen dat, bezien op lagere aggregatieniveaus, een heterogeen karakter heeft. Zo kan de chemie zich als totale sector in de consolidatiefase bevinden, terwijl biobrandstoffen als subsector van de chemie veel meer kenmerken heeft van een opkomende sector. Vice versa kan de petrochemie zich juist weer in de neergaande fase bevinden. Alle (top)sectoren kennen in meer of mindere mate een heterogene samenstelling.

 

We maken gebruik van 22 indicatoren om vast te stellen in welke fase een bedrijfstak zich precies bevindt. Die indicatoren zijn gegroepeerd in vier factoren: het belang van de bedrijfstak (gemeten met de omvang in banen en aantal vestigingen), de dynamiek van de bedrijfstak (aantal start-ups, scale-ups en groei daarvan), de veerkracht van bedrijfstakken (aantal opheffingen, overleving en leeftijd van bedrijfsvestigingen), en het ecosysteem van een bedrijfstak (de spreiding van groei in bestaande bedrijven)

 

FIGUUR 1: SECTOR LEVENSCYCLUS TOEGEPAST OP RIJNMOND (WETERINGS & VAN OORT 2014, P.16)

Figuur 2 vat de heterogeniteit in subsectoren in Rotterdam samen, gegroepeerd naar hun overkoepelende sectoren. De banendynamiek in de topsectoren Logistiek en Water is over het algemeen wat minder geprononceerd in vernieuwingskansen, maar wel sterk groeiend in dienstverlenende en bouwactiviteiten. Vernieuwingskansen als robotisering van opslag en duurzaam vervoer vertalen zich (nog) niet in sterke banengroei. De overige sectoren kennen in verschillende gradaties wel meer opkomende onderdelen, naast groeiende en neergaande. Vooral kennisintensieve en dienstverlenende activiteiten zijn als kansrijk te bestempelen. Dit is het geval in vrijwel de gehele topsectoren Creatieve Industrie en Life Science & Health, en in belangrijke onderdelen van Chemie, Agri-food en Tuinbouw, Energie, Hightech Systemen & Materialen (HTSM) en Zakelijke Diensten en ICT.

 

FIGUUR 2: OPKOMENDE, GROEIENDE EN STAGNERENDE ONDERDELEN VAN ‘TOPSECTOREN’ IN ROTTERDAM
Bron: F.G. van Oort en J. van Haaren (2019) Levenscyclus van Rotterdamse sectoren, Rotterdam Erasmus UPT

Stedelijke concentratie

In figuur 3 is aangegeven waar in Rotterdam elke topsector haar respectievelijke onderdelen van opkomst en groei kent, en waar over alle topsectoren heen zich concentraties van deze categorieën bevinden. De nadruk op de combinatie van dienstverlening, kennisintensiteit en creativiteit maakt dat de meeste groeikansen zich in de stedelijke kern van Rotterdam manifesteren. In het centrum en randwijken komen veel opkomende en groeiende subsectoren samen. En hier zijn ook de woon- en werkmilieus geconcentreerd die de steeds hoger opgeleide beroepsbevolking en hun werkgevers ambiëren. Dit neemt niet weg dat groeikansen zich ook voordoen in specifieke sectorale hotspots in het havengebied of aan de stadsranden.

 

De arbeidsmarkt is een sterk bepalende factor voor de groei van de Rotterdamse economie. Naast investeringen van bedrijven zelf, is een goede aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt cruciaal voor het verzilveren en opschalen van de geïdentificeerde kansen. De skills en vaardigheden die gevraagd worden in de toekomst zijn niet dezelfde als die het huidige personeel heeft.

 

Dat de kennisintensiteit van de beroepsbevolking en de werkge-legenheid sturend is voor de structuurverandering en groeikansen in Rotterdam, betekent ook dat de overheid hier faciliterend voor kan zijn. Een gebrek aan kwalitatief goede woon- en werklocaties, ontmoetingsplekken en gevarieerde voorzieningen zal de vernieuwing en groei remmen. Maar de uitsortering van opkomende en groeiende sectoren enerzijds en krimpende anderzijds brengt ook uitdagingen met zich mee voor het matchen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

 

FIGUUR 3: TOTAALBEELD BEDRIJVIGHEID IN OPKOMST EN GROEIFASEN (2002-2017)
Download origineel
Terug naar boven

Meer over de EVR

Bekijk de EVR-cijfers