Innovaties waar iedereen van profiteert.

Rotterdammers zijn relatief ontevreden over hun leven. Rabobank vindt daarom dat er meer aandacht moet komen voor de effecten van innovaties op de brede welvaart in de regio.

In de afgelopen decennia is het concurrentiemodel van bedrijven drastisch veranderd. Innovatie krijgt een steeds prominentere rol en de kenmerken van de regio zijn veel belangrijker dan pakweg vijftig jaar geleden. Bedrijven halen bijvoorbeeld voordeel uit de nabijheid van gelijkgestemde bedrijven, toeleveranciers, afnemers en opleidingsinstellingen. Zij hebben ook baat bij een goed functionerende arbeidsmarkt. Daarom is indirect ook de aantrekkelijkheid van een regio als woon- en leefgebied belangrijk voor het succes van bedrijven. Denk aan veiligheid, het voorzieningenaanbod, voldoende groen en schone lucht.

 

Welvaartsbegrip

De relatie tussen bedrijven en hun omgeving is wederkerig. Bedrijven hebben immers ook impact op de regio. Daarbij gaat het al lang niet meer alleen om hun toegevoegde waarde en de economische groei en inkomens die zij daarmee genereren. Ook hun impact op de maatschappij en het milieu is van belang. Bovendien hebben zij met hun personeelsbeleid invloed op de tevredenheid van de regionale bevolking. Naast het salaris tellen opleidingsmogelijkheden en flexibele werktijden daarbij mee. Bedrijven worden tegenwoordig dan ook ruimer beoordeeld dan enkel op hun economische groeibijdrage.

 

Het idee van economische groei staat ook als eenzijdig beleidsdoel onder druk. De reden daarvan is dat economische groei, of geld in het algemeen, niet het enige is dat onze welvaart bepaalt. Ook aspecten als gezondheid, onderwijs, veiligheid, milieu en geluk zijn hiervoor van belang. Die veelal immateriële aspecten komen echter nauwelijks aan de orde bij het meten van welvaart op de traditionele manier. Beleidsmakers raken hier steeds meer van overtuigd en gebruiken het begrip brede welvaart.

 

De verschuivingen naar een model waarin de regio veel belangrijker is geworden en brede welvaart als meest nastrevenswaardig beleidsdoel vragen om ander innovatiebeleid. In het bijzonder omdat niet zomaar iedere innovatie ook daadwerkelijk bijdraagt aan brede welvaart. En omdat de brede welvaart verschilt per regio, zou dit ook moeten gelden voor het innovatiebeleid.

 

Gevolgen voor innovatiebeleid

Traditioneel innovatiebeleid heeft vaak economische gronden. Denk aan het verhogen van de arbeidsproductiviteit en het versterken van de concurrentiepositie van bedrijven. Vanwege dit soort eenzijdige doelen hebben dergelijke innovaties vaak effecten op andere maatschappelijke domeinen dan waarbinnen zij plaatsvinden. Zo heeft de verbrandingsmotor een enorme productiviteitsgroei gerealiseerd, maar tegelijkertijd een grote milieu-impact gehad. Vanuit een breed welvaartsperspectief zijn dergelijke negatieve externaliteiten ongewenst, zeker als de kosten ervan neerslaan op de maatschappij in plaats van op de innovatieve bedrijven zelf.

 

Innovatiebeleid zou daarom nadrukkelijker rekening moeten houden met de effecten die innovaties teweegbrengen buiten economische groei. Door brede welvaart en niet economische groei voorop te stellen kan een expliciete afweging worden gemaakt tussen de positieve en negatieve effecten van innovatie op verschillende maatschappelijke domeinen. Wat betekent innovatie voor de gezondheid van mensen? In hoeverre sluiten innovatietrajecten aan op de kennis en vaardigheden van mensen? En, in hoeverre draagt innovatie bij aan een verruiming van sociale contacten of doet het daar juist afbreuk aan? Dit geldt ook voor innovaties in het maatschappelijke domein, zoals veiligheid, duurzaamheid en gezondheid. Deze krijgen meer richting als ze worden getoetst aan een breder perspectief. Op voorhand is vaak niet duidelijk in hoeverre en op welke manier innovatie invloed heeft op al deze domeinen.

 

Het is daarom een taak van innovatiebeleid om hier een vinger aan de pols te houden, zodat niet alleen de snelheid maar ook de richting van innovatie tijdig kan worden bijgestuurd.

 

In het verlengde hiervan betekent een breed welvaartsperspectief dat de verschillende partijen die worden geraakt door nieuwe innovatietrajecten, voortdurend worden betrokken bij de ontwikkeling van innovatiebeleid. Kennis over brede welvaart is daarbij essentieel. Inzicht in de kansen en uitdagingen binnen de verschillende dimensies van brede welvaart legt afruilen tussen de dimensies bloot en maakt duidelijk welke richting nieuw beleid zou moeten hebben. De Brede Welvaartsindicator (BWI) biedt dit inzicht en kan fungeren als startpunt voor de dialoog over het te voeren innovatiebeleid. Met de juiste kennis en een voortdurende dialoog tussen de stakeholders kan regionaal innovatiebeleid een bijdrage blijven leveren aan de brede welvaart in Groot-Rijnmond.

 

Brede welvaart in Groot-Rijnmond

Universiteit Utrecht en Rabobank ontwikkelden de BWI. De indicator is een alternatief voor het traditionele bruto binnenlands product per inwoner en houdt rekening met elf welvaartsdimensies (zie figuur 1).

 

FIGUUR 1: DE ELF DIMENSIES VAN BREDE WELVAART
Bron: Universiteit Utrecht, Rabobank

De BWI is ook beschikbaar op regionaal niveau en voor de grotere gemeenten. Daaruit blijkt dat de regionale verschillen in brede welvaart tamelijk groot zijn (figuur 2). De inwoners van Het Gooi en Vechtstreek, Zuidwest-Drenthe en Alkmaar en omgeving genieten de hoogste brede welvaart. Hier zijn de mensen over het algemeen gezond, hoogopgeleid, gelukkig en tevreden met hun huis. Daarnaast is de veiligheid hoog en de werkloosheid laag in deze gebieden.

 

FIGUUR 2: REGIONALE VERSCHILLEN IN BREDE WELVAART
Bron: RaboResearch/Universiteit Utrecht
FIGUUR 3: BREDE WELVAART IN ROTTERDAM EN RIJNMOND

In de grootstedelijke regio’s, vooral die van Den Haag en Amsterdam, is de brede welvaart lager door de negatieve effecten van verstedelijking. Die regio’s zijn minder veilig en ze scoren slechter op milieu. Ook werk en privé zijn er minder goed in balans, wat past bij de drukte van de stad. Ze vallen echter het meeste op door de bijzonder lage woontevredenheid van hun inwoners.

 

Door de gestegen huizenprijzen in de grote steden kunnen veel mensen, vooral starters, niet de keuze maken die zij willen.

 

Ook in Groot-Rijnmond en Rotterdam is de brede welvaart lager dan gemiddeld. En ook hier zien we de genoemde negatieve effecten van concentratie. Daarnaast scoren de stad en – daar door – de regio minder goed op de economische dimensies werk (hogere werkloosheid), onderwijs en inkomen. Opvallend is ook dat er bijzonder veel mensen in Rotterdam ontevreden zijn met hun huis. Dit wordt weerspiegeld in een lager subjectief welzijn (geluk en tevredenheid) in de stad.

 

Figuur 4 zoomt in op de aan de economie gerelateerde dimensies van brede welvaart. Toename van kennis en vaardigheden vergroot de kans op een baan en daarmee op voldoende inkomen, dus deze dimensies zijn duidelijk aan elkaar gerelateerd. In Rotterdam staan deze dimensies er minder goed voor dan landelijk. Dit vertaalt zich in een lagere tevredenheid. Van alle Rotterdammers geeft 21 procent hiervoor een onvoldoende tegen 14 procent in Nederland als geheel. Met het voorgaande in het achterhoofd, te weten brede welvaart als beleidsdoel én als belangrijke concurrentiefactor voor bedrijven, is er dus werk aan de winkel.

 

FIGUUR 4: ECONOMISCHE DIMENSIES VAN BREDE WELVAART
Bron: Universiteit Utrecht, Rabobank

Conclusie

Als brede welvaart het meest nastrevenswaardige beleidsdoel is, dan zou dat ook het toetsingskader voor elke vorm van beleid moeten zijn. Dus ook van innovatiebeleid. Dit betekent niet dat innovatiebeleid niet doelgericht en specifiek kan zijn. En het betekent ook niet dat er geen innovaties kunnen plaats-vinden die negatieve effecten hebben op brede welvaart of delen daarvan. Waar het om gaat, is dat innovatiebeleid en innovaties worden getoetst aan het brede welvaartsperspectief en dat de afwegingen en uiteindelijke keuzes binnen het beleid expliciet worden gemaakt. In plaats van een kosten-batenanalyse uitgedrukt in marktprijzen ligt een afweging van maatschappelijke waarden ten grondslag aan de vraag of een innovatie per saldo wenselijk is.

 

Download origineel
Terug naar boven

Meer over de EVR

Bekijk de EVR-cijfers