Rotterdam heeft een duurzaam voedselsysteem nodig.

Hoe kan de gemeente Rotterdam 700.000 inwoners in 2035 van gezond voedsel voorzien, met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk?

Voedselvoorziening is niet alleen een mondiale maar ook een Rotterdamse aangelegenheid. Het stedelijke voedselvoorzieningssysteem van vandaag is onlosmakelijk verbonden met belangrijke vraagstukken die tot de stedelijke beleidsagenda behoren. Een kort overzicht.

1. Sociale ongelijkheid en armoede:

Voedselzekerheid is naast voldoende voedsel produceren een kwestie van beschikbaarheid, bereikbaarheid en betaalbaarheid. Voor een deel van de Rotterdammers is voedselzekerheid niet vanzelfsprekend. Mensen met een laag inkomen eten minder vers, kiezen vaker voor fast food en leven korter.

2. De ecologische voetafdruk:

40% van de voetafdruk van een stad wordt bepaald door de manier waarop de inwoners van voedsel worden voorzien. Elke Nederlander heeft 6,2 hectare nodig om in zijn levensbehoefte te voorzien en daarvan is grofweg 2,5 hectare nodig voor voedsel. Gemiddeld is per persoon 1,8 hectare beschikbaar. Voor de 650.000 Rotterdammers is er 1.170.000 hectare beschikbaar; Rotterdammers gebruiken samen echter 1.755.000 hectare!

3. Transport:

Veel verkeersbewegingen hebben te maken met de voedselvoorziening: bevoorrading van winkels, restaurants en het doen van boodschappen. Gemiddeld rijden we 0,7 kilometer voor onze boodschappen. In Rotterdam zijn 321.691 huishoudens, die gemiddeld 140 keer per jaar naar de supermarkt gaan. Dat zijn 31.525.718 kilometers!

4. Afval:

Van het gekochte voedsel wordt ongeveer een derde weggegooid, gemiddeld vijftig kilo per persoon per jaar. Voor Rotterdam betekent dit 32.500.000 kilo per jaar! Hier komt het verpakkingsafval nog bij. Het afval moet worden opgehaald en verwerkt. Met het weggooien van voedsel wordt ook water en energie verspild, die gebruikt zijn voor de productie.

5. Klimaatverandering:

Klimaatverandering heeft invloed op de voedselproductiecapaciteit. Zo leiden langdurige droogte en extreme regenval tot mislukte oogsten.

6. Gezondheid:

Overgewicht en obesitas nemen toe, evenals ondervoeding. Obesitas is grotendeels een armoedeprobleem, terwijl ondervoeding bij ouderen kan komen door vereenzaming. De helft van de volwassenen in Rotterdam had in 2016 overgewicht, waarbij Nieuw Mathenesse het hoogst en Rotterdam Centrum het laagst scoort. Bij Rotterdamse kinderen neemt het overgewicht wel af, maar nog steeds is 14,2% van de kinderen in groep 2 te dik.

7. Werkgelegenheid:

Veel inwoners van de stad zijn werkzaam in de voedseleconomie. Denk aan transport, distributie, supermarkten en horeca. Het behouden of vergroten van werkgelegenheid kan deels via de stedelijke voedseleconomie gerealiseerd worden. Het Rotterdam Foodcluster kent 8.000 food-gerelateerde bedrijven en 44.000 banen. Als de bedrijven en het aantal banen gelijk opgaan met de bevolkingsgroei zijn dit 8.600 bedrijven en 47.000 banen in 2035.

Duurzame ontwikkeling

Wil Rotterdam werken aan duurzame ontwikkeling, dan moet de stad het voedselvoorzieningssysteem daarin betrekken en dit koppelen aan de doelstellingen voor gezondheid, klimaatbestendigheid, milieubelasting, luchtkwaliteit, sociale gelijkheid en educatie. Een viertal aandachtspunten:

1. Stedelijk voedselvoorzieningssysteem:

Weten waar voedselproductie en –verwerking plaats vindt, hoe voedsel de stad in komt, wie toegang heeft tot welk soort voedsel, waar wat verkocht wordt en hoeveel er weggegooid wordt. Vraag en aanbod op elkaar afstemmen, slimmere en efficiëntere transportkilometers en duurzaam verwerken van reststromen.

2. Verbindingen tussen platteland en stad:

Voor Rotterdammers moet het een vanzelfsprekendheid zijn het ommeland te bezoeken, voedselproducenten op het platteland kunnen die Rotterdammers voorzien van voedsel. ‘Last mile’ bevoorrading van voedsel met gezamenlijk elektrisch vervoer dicht bij de bewoners en in achterstandswijken zorgt voor beschikbaarheid en bereikbaarheid van verse groenten en fruit.

3. Gezonde leefomgeving:

Ruimte voor bewegen, groen in en rond gebouwen, daktuinen (isoleren gebouwen en vergroten het waterbergend vermogen), schooltuinen (educatie) en volkstuinen (versterken van de sociale samenhang, verbouwen van voedsel voor de voedselbank of dagbestedingsplek).

4. Sluiten van kringlopen:

De kringloopeconomie is het economische en industriële systeem, waarin geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw ingezet worden in het systeem. Burgers, bedrijven en overheid kunnen hier zelf aan bijdragen.

Bedreigde voedselzekerheid

Wij staan gezamenlijk voor een ‘wicked problem’. Ons voedsel gaat veranderen door economische redenen, de wereldwijde schaarste aan grondstoffen, klimaatverandering, aandacht voor gezondheid, sociale impact, nieuwe wetenschap en technologie. Om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden, moet de wereldwijde voedselproductie binnen vijftig jaar verdubbelen. Maar alles wat we hiervoor nodig hebben, is schaars: zoet water, vruchtbare landbouwgrond, energie, nutriënten, grondstoffen en kapitaal. Dat maakt van voedselvoorziening de uitdaging van onze tijd. De gevolgen van de bedreiging van voedselzekerheid worden nog onvoldoende begrepen door overheden, consumenten en ondernemers. Er is een fundamentele verandering nodig om antwoord te vinden. “De meeste business-as-usual modellen bevestigen en bestendigen met name dat wat er al is, de gevestigde orde.” Dat stelt ook Lector Pieter Jelle Beers in zijn publicatie ‘Welke nieuwe businessmodellen geven de landbouw toekomst?’ Om te komen tot nieuwe businessmodellen, die bijdragen aan de transitie, moet volgens hem rekening gehouden worden met de veranderende kansen en bedreigingen in de maatschappij. “De ontwikkeling van nieuwe businessmodellen wordt beïnvloed door de ontwikkelingen in de maatschappij en markt, maar geven zelf ook vorm aan hoe diezelfde omgeving er in de toekomst uit gaat zien!”. Voorwaarde om tot succes te komen is een continue verbinding met alle betrokkenen: landbouwondernemers, ketenpartijen, overheden, onderwijs en onderzoek, burgers, maatschappelijke organisaties.

Kwalitatieve banen

De stijgende vraag naar voedsel levert banen op, wat leidt tot economische groei. Duurzame economische groei leidt tot kwalitatieve banen, waarmee mensen de economie stimuleren zonder het milieu te belasten, stelt VN-landbouworganisatie FAO. Kwalitatieve banen zijn vooral nodig in rurale gebieden, waar het grootste deel van de wereldbevolking leeft en werkt. Verantwoorde investeringen in duurzame landbouw- en voedselsystemen kunnen bijdragen aan verminderde ongelijkheden, inclusieve groei en de creatie van waardige banen. Daarnaast kan hoogwaardige werkgelegenheid op het platteland voorkomen dat mensen massaal naar steden trekken. Volgens landbouwminister Carola Schouten is kringlooplandbouw het onontkoombare antwoord.

Conclusie

Een lokaal Rotterdams voedselbeleid biedt kansen om het voedselsysteem ecologisch te verduurzamen en tegelijkertijd economische bedrijvigheid te genereren in en rond de stad. Om deze kansen te benutten, is het belangrijk dat een gezamenlijke aanpak van alle partners in de keten tot stand komt. De gemeente Rotterdam kan hierin een belangrijke rol als katalysator vervullen door partijen bij elkaar te brengen en te zorgen voor een stimulerende omgeving voor systeeminnovatie.

Stedelijke voedselsystemen zijn op veel manieren verbonden met natuurlijke hulpbronnen. Het sluiten van kringlopen en in balans brengen van landbouwproductie met het beheer van natuurlijke hulpbronnen kan regionale voedselsystemen economisch versterken. Nodig zijn nieuwe waarde gedreven businessmodellen.

Terug naar boven

Bekijk meer cijfers

Bekijk het EVR dashboard